Steun voor nieuwe groene industrie

De regering moet een aanpak ontwikkelen om nieuwe groene fabrieken en industriële ketens op te schalen. Nederland moet innovatie behouden en groene koplopers in de chemie en schone technologie beter ondersteunen. Nu krijgen deze bedrijven onvoldoende hulp om te groeien.

Motie van de leden Van Oosterhout en Jumelet over verkennen hoe een aanpak voor het opschalen van nieuwe groene fabrieken en industriële ketens stevig kan worden verankerd

De kamer, overwegende dat de huidige maatwerkaanpak primair gericht is op het verduurzamen van bestaande grote industriële uitstoters, terwijl het cruciaal is om ook nieuwe innovatie hier te behouden en op te schalen; constaterende dat Nederland tal van groene koplopers kent die nieuwe industriële activiteiten willen ontplooien, bijvoorbeeld in de groene chemie en schone technologie, maar dat deze bedrijven onvoldoende worden ondersteund; verzoekt de regering om een aanpak te verkennen voor het opschalen van nieuwe groene fabrieken en industriële ketens, waarin onder meer coördinatie van overheidsinzet en beleid, toegang tot financiering, infrastructuur, grondstoffen en vraagcreatie stevig worden verankerd, en de Kamer hier in het najaar over te informeren.
9 september | PRO, CDA | Aangenomen: 105–45 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij benadrukt het belang van investeren in innovatie en productiviteit, waarbij zij pleiten voor een nationale investeringsbank en verbeterde toegang tot groeikapitaal voor start-ups en scale-ups [1]. Er is een duidelijke behoefte aan grootschalige investeringen in infrastructuur om bedrijven perspectief te bieden [2]. Ook de noodzaak om de randvoorwaarden voor de vergroening van de economie op orde te brengen — zoals het elektriciteitsnet en de vergunningverlening — wordt expliciet genoemd om te voorkomen dat bedrijven en burgers in de knel komen [3][6][4]. Daarnaast ziet de partij het belang van vraagcreatie, bijvoorbeeld door het normeren van de vraag op Europees niveau om de circulaire economie te laten slagen [5].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten die tegen de in de motie voorgestelde ondersteuning van groene industrieën en het verbeteren van randvoorwaarden kunnen worden ingezet.

Bronnen:

  1. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  2. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  3. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  4. "We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."
  5. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
  6. "Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."