Industrie behouden bij nieuw klimaatbeleid

De regering moet de industrie en het Nederlandse concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt nemen bij nieuw klimaatbeleid. Veel bedrijven willen hun activiteiten namelijk verplaatsen door de hoge regeldruk en de hoge energieprijzen.

Motie van het lid Van den Berg over industriële bedrijvigheid en Nederlands concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt bij nieuw klimaatbeleid

De kamer, constaterende dat 5% tot 20% van de bedrijven overweegt activiteiten uit Nederland te verplaatsen vanwege de hoge regeldruk en energieprijzen; overwegende dat een sterke en concurrerende industrie essentieel is voor de Nederlandse economie en welvaart; verzoekt de regering bij de ontwikkeling van nieuw klimaatbeleid het behoud van industriële bedrijvigheid en het Nederlandse concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt te hanteren.
9 september | JA21 | Verworpen: 71–79 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil bedrijven ondersteunen bij hun transitie naar een duurzame economie door middel van financiële hulp [11052, 11056] en het creëren van meer ruimte op het energienet [4]. Daarnaast willen zij belemmeringen wegnemen, zoals het ''stikstofslot', om bedrijven de mogelijkheid te geven vooruit te gaan [5]. Ook wil de partij de industrie helpen door de aanleg van windmolenparken op zee te versnellen en financiële risico's te delen [6], wat kan bijdragen aan betaalbare energie [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat een groene industriepolitiek moet aansluiten bij de klimaatdoelen van Parijs [1] en dat maatschappelijke behoeften centraal moeten staan [3]. Zij willen dat de belangen van mensen en milieu boven winst worden gesteld [3]. Bovendien geeft de partij aan dat er voor grote vervuilers die niet tijdig verduurzamen geen plek is in het land [1] en dat bedrijven die internationaal niet concurrerend blijken, stapsgewijs kunnen worden afgebouwd [3].

Bronnen:

  1. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  2. "Duurzame stroom voor onze industrie. De tijd van goedkoop gas uit Groningen en Rusland is voorbij, en de industrie kampt met hoge energiekosten. Gelukkig biedt de Noordzee unieke kansen voor betaalbare windenergie."
  3. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."
  4. "Ruimte op het energienet. Er komt meer ruimte op het energienet, zodat bedrijven wel uit kunnen breiden of verduurzamen, zie hoofdstuk 'Klimaat en Energie'."
  5. "Het stikstofslot gaat eraf. Daardoor kunnen bedrijven weer vooruit, zie hoofdstuk 'Natuur en Landbouw'."
  6. "Daarom versnellen we de aanleg van windmolenparken op zee om de industrie te laten elektrificeren. Ook sluit de overheid een Noordzeepact met wind- en waterstofproducenten, industriële afnemers en netbeheerders, met langjarige verbintenissen die zekerheid bieden. De overheid neemt een deel van de financiële risico's op zich maar deelt ook mee in de winst."