De regering moet de industrie en het Nederlandse concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt nemen bij nieuw klimaatbeleid. Veel bedrijven willen hun activiteiten namelijk verplaatsen door de hoge regeldruk en de hoge energieprijzen.
Motie van het lid Van den Berg over industriële bedrijvigheid en Nederlands concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt bij nieuw klimaatbeleid
De kamer,
constaterende dat 5% tot 20% van de bedrijven overweegt activiteiten uit
Nederland te verplaatsen vanwege de hoge regeldruk en energieprijzen;
overwegende dat een sterke en concurrerende industrie essentieel is voor
de Nederlandse economie en welvaart;
verzoekt de regering bij de ontwikkeling van nieuw klimaatbeleid het
behoud van industriële bedrijvigheid en het Nederlandse concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt te hanteren.
Argumenten voor: De partij richt zich op een hoogwaardige maakindustrie [2] en wil zich via Europese samenwerking richten op het aantrekken en behouden van sleuteltechnologieën en techbedrijven [7].
Argumenten tegen: De partij stelt dat het voor Nederland noodzakelijk is om ruimte te creëren voor de toekomst door energie-intensieve industrieën te laten verhuizen naar plekken waar meer groene energie en ruimte beschikbaar is [1][2]. De partij wil dat grote vervuilers vergroenen, anders moeten zij worden uitgefaseerd [4][6][5]. Daarnaast wil de partij alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie wegnemen om een gelijk speelveld voor verduurzaming te creëren [3].
Bronnen:
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."
"We nemen alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie weg. Zo wordt alle industrie in gelijke mate gevraagd te verduurzamen. We pakken dit Europees aan."
"De toekomst van onze economie is duurzaam, innovatief en circulair. We investeren in een nieuwe Europese industrie die goed is voor mens, natuur en klimaat. We maken duidelijke keuzes. Tata Steel gaat zo snel mogelijk dicht. Op een gezonde en betaalbare manier groen staal produceren is daar niet op korte termijn haalbaar, maar in andere Europese landen kan dat wel. Ook andere vervuilende bedrijven die niet kunnen vergroenen, faseren we zorgvuldig uit. Middelgrote en kleine bedrijven geven we extra steun bij het verduurzamen."
"We verduurzamen de Europese industrie. Grote vervuilers moeten vergroenen. Lukt dit niet? Dan trekken we de vergunningen in. Kleine en middelgrote bedrijven krijgen steun bij verduurzamen. Er komt een Europees durfkapitaal, dat geld geeft voor onderzoek en innovaties. Dit draagt bij aan een duurzame en weerbare Europese economie."
"We verplichten de meest vervuilende bedrijven uit de oude economie zich zo snel mogelijk aan te passen aan de nieuwe strengere vergunningen. Met als uiterste middel het intrekken van de vergunningen en vervolgens stopzetten van bedrijfsactiviteiten van de onderneming."
"Overheidsinstanties, gericht op het Nederlandse vestigingsklimaat, moeten zich richten op het aantrekken, creëren en behouden van sleuteltechnologieën en techbedrijven. Hiervoor maken zij samen met partnerorganisaties van andere EU-lidstaten een gezamenlijke strategie. We beconcurreren elkaar niet in de EU, we vullen elkaar aan."