Vernieuwing van de Erfgoedwet

De regering moet de Erfgoedwet vernieuwen en in 2027 presenteren. Ook moet de regering de Kamer in 2026 informeren over de voortgang. Onze cultuurhistorie wordt bedreigd door klimaatverandering en fysieke risico's.

Motie van de leden Beckerman en Mohandis over de Kamer informeren over de herziening van de Erfgoedwet en in 2027 een vernieuwde wet presenteren

De kamer, overwegende dat erfgoed onder druk staat en bedreigd wordt door onder andere klimaatverandering en fysieke dreiging, en dat er momenteel een Taskforce Veilig Erfgoed werkt aan de weerbaarheid van ons erfgoed; constaterende dat het kabinet al in 2024 concludeerde (32 820, nr. 533) dat we een toekomstbestendige Erfgoedwet nodig hebben en in zijn brief een groot aantal punten noemt waarop de Erfgoedwet herzien dient te worden, waaronder, maar niet uitsluitend, het verankeren van publieksbereik en participatie, het beter beschermen van ons erfgoed en de digitale bescherming en toegankelijkheid; voorts constaterende dat hierbij geen tijdspad bekend is gemaakt anders dan «in de komende periode»; verzoekt de regering de Tweede Kamer nog in 2026 te informeren over de laatste stand van zaken betreffende de herziening van de Erfgoedwet en in 2027 een vernieuwde versie van de wet te presenteren.
10 september | SP, PRO | Aangenomen: 142–8 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat monumentenzorg wordt aangepakt door middel van investeringen en het aanpassen van monumenten aan hedendaagse eisen [1]. Daarnaast pleit de partij voor het opstellen van regels voor de herontwikkeling van monumentaal erfgoed [4], het vereenvoudigen van vergunningsprocedures via een quickscan [5] en het beperken van marktwerking in de archeologie door een sterkere rol voor de overheid [3]. Ook het actualiseren van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid [6] en het regelen van de teruggave van geroofde kunst [2] zijn belangrijke thema's.

Argumenten tegen: Het programma bevat geen enkele argumentatie die tegen een herziening van de Erfgoedwet of een informatieplicht aan de Kamer zou pleiten.

Bronnen:

  1. "We pakken de knelpunten in de financiering van monumentenzorg aan. We doen ook de komende kabinetsperiode eenmalige investeringen in achterstallig onderhoud van monumenten en werken eraan de renovatieachterstand verder terug te brengen. We richten een erfgoedfonds op dat grote renovaties van Rijksmonumenten die de provincies en gemeenten niet zelf kunnen financieren kan oppakken. We willen dat duurzaamheidsstandaarden bij het behoud van cultureel erfgoed als monumenten aangescherpt worden. Om ons erfgoed door te kunnen geven aan de volgende generaties, is aanpassing van monumenten aan de hedendaagse eisen en wensen van de gebruiker en leefomgeving noodzakelijk. Volt wil daarbij aandacht voor monumenten in elke regio."
  2. "Geroofde kunst of erfgoed moet proactief aangeboden worden aan de rechtmatige eigenaren. Als de rechtmatige eigenaar toestemming geeft om de kunst in de huidige locatie tentoon te stellen, dan moet een bruikleenovereenkomst worden opgesteld. Als de rechtmatige eigenaren de kunst terug willen hebben, dan mag een replica of 3D-kopie in Nederland alleen tentoongesteld worden met schriftelijke toestemming van de rechtmatige eigenaar."
  3. "We dringen de marktwerking in de Nederlandse archeologie terug, die met het ratificeren van het Verdrag van Valletta is geïntroduceerd. De overheid krijgt een sterkere rol als bevoegd gezag in onder andere de besteding van onderzoeksgelden. Deze is nu te sterk financieel gedreven."
  4. "Naar voorbeeld van de Europese methode 3ENCULT stellen we regels op die betrekking hebben op de herontwikkeling van monumentaal of historisch erfgoed, zoals het na-isoleren van historische gebouwen."
  5. "We vereenvoudigen de procedures rond het verkrijgen van vergunningen door een 'quickscan monumentale waarde' te laten uitvoeren en deze in het gebouwarchief vast te leggen."
  6. "Volt pleit voor een nauwe samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten om zo de culturele sector te laten floreren. De Wet op het Specifiek Cultuurbeleid moet worden geactualiseerd. Naast de rol van de Rijksoverheid moet de rol van provincies en gemeenten worden benoemd. De doelen op het gebied van kunst en cultuur worden in samenspraak ontwikkeld en vervolgens wettelijk vastgesteld."