Verlenging bijmengverplichting groen gas

De regering moet de bijmengverplichting voor groen gas verlengen tot 2040. De huidige planning tot 2035 biedt namelijk te weinig zekerheid voor grote investeringen in de sector.

Motie van het lid Jumelet c.s. over als uitgangspunt hanteren dat de bijmengverplichting doorloopt tot 2040

De kamer, overwegende dat binnenlandse productie van groen gas belangrijk is voor onder meer energieonafhankelijkheid en de verduurzaming van onze energievoorziening; constaterende dat de bijmengverplichting groen gas een belangrijke eerste stap is om het gebruik van groen gas te vergroten; constaterende dat de huidige horizon tot 2035 onvoldoende zekerheid biedt voor langjarige investeringen; overwegende dat de regering het belang van langjarige zekerheid voor de groengassector onderschrijft en zelf ook aangeeft dat tijdige duidelijkheid over de bijmengverplichting nodig is; overwegende dat wachten op de evaluatie in 2029 deze duidelijkheid te laat biedt; verzoekt de regering om als uitgangspunt te hanteren dat de bijmengverplichting doorloopt tot 2040, dit in de AMvB te vertalen en vast te leggen en bij de evaluatie in 2029 te communiceren over een eventuele bijstelling van het ingroeipad.
21 september | CDA, D66, VVD | Aangenomen: 101–49 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de productie van duurzame energie stimuleren [1]. Een langjarige zekerheid voor de sector zou kunnen helpen om investeringen in deze sector te bevorderen, wat aansluit bij de wens om duurzame energieproductie te stimuleren [1].

Argumenten tegen: De partij wil niet wettelijk worden vastgepind op concrete doelen voor reductie vanwege de complexiteit van de situatie en de mogelijke milieugevolgen van alternatieve energiebronnen [2]. Daarnaast waarschuwt de partij voor een 'one size fits all' benadering en geeft de voorkeur aan regelingen die kunnen worden aangepast aan de verschillende ontwikkelingsfasen van technieken [1].

Bronnen:

  1. "De productie van duurzame energie blijft gestimuleerd worden. De ontwikkelingsfases van verschillende technieken lopen echter zo uiteen dat een one size fits all benadering in bijvoorbeeld de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) snel kan leiden tot oversubsidiering of het missen van kansen. Regelingen worden hierop aangepast, bijvoorbeeld door te werken met zogenaamde contracts for difference."
  2. "De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."