Beleidsdoel voor groen gas

De regering moet het beleidsdoel voor groen gas niet hoger maken dan de bijmengverplichting. Het doel in de begroting is nu veel hoger dan wat de wet voorschrijft. Ook is het onzeker of de huidige doelen überhaupt gehaald worden.

Motie van het lid Van den Berg over geen hoger beleidsdoel voor groen gas dan waar de bijmengverplichting naar streeft

De kamer, constaterende dat deze wet toeziet op een groeipad naar 0,84 billion cubic meters (bcm) groen gas; constaterende dat in de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei voor 2027 een beleidsdoel is opgenomen voor 2 bcm groen gas; overwegende dat het al onzeker is of het doel uit de bijmengverplichting gehaald zal worden; verzoekt de regering geen hoger beleidsdoel voor groen gas op te nemen dan waar de bijmengverplichting naar streeft.
21 september | JA21 | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij merkt op dat de klimaat- en energietransitie in een moeilijke fase verkeert en dat randvoorwaarden zoals het elektriciteitsnet en de beschikbaarheid van vakmensen op orde moeten zijn om te voorkomen dat burgers en bedrijven in de knel komen [1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een hogere reductie in 2030 dan de minimale vereisten, zodat tegenvallers er niet toe leiden dat klimaatdoelen niet worden gehaald [2].

Bronnen:

  1. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  2. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."