Minder administratie voor zorgverleners

Het kabinet moet nieuwe afspraken maken met de zorgsector om de administratiedruk te verlagen. Het doel is dat zorgverleners in 2030 nog maar 20% van hun tijd met administratie bezig zijn. Nu is er echter te weinig vooruitgang geboekt om dit doel van het AZWA-programma te halen.

Motie van het lid Maeijer over het doel van 20% zinnige administratietijd in 2030 niet uit beeld laten raken

De kamer, overwegende dat zorgprofessionals ongeveer 30% van hun tijd bezig zijn met administratie; overwegende dat een van de doelen van het AZWA maximaal 20% zinnige administratietijd is in 2030; constaterende dat de eerste tussenstap van 5% minder administratietijd eind 2025 is blijven steken op een vermindering van slechts 1%; verzoekt het kabinet om samen met de AZWA-partijen, de zorgsector en de Regiegroep Aanpak Regeldruk te komen tot aanvullende afspraken om ervoor te zorgen dat de achterstand wordt ingelopen en het doel van 20% zinnige administratietijd in 2030 niet uit beeld raakt.
23 september | PVV | Aangenomen: 77–73 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil het werken in de zorg aantrekkelijker maken [1], waarbij het verminderen van administratieve lasten een specifiek instrument is om dit te bereiken [2]. Daarnaast wordt gesteld dat een andere organisatie van de zorg ertoe kan leiden dat medewerkers minder tijd aan administratie besteden [1] en dat digitale zorg de bedoeling heeft zorgverleners te ontlasten [3]. Investeren in innovatie en digitalisering kan bovendien de productiviteit verhogen, waardoor er meer ruimte komt voor sectoren met grote tekorten, zoals de zorg [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen fragmenten die argumenten bieden om tegen het verminderen van administratieve lasten te stemmen.

Bronnen:

  1. "Goed werk in de zorg. Goede zorg valt of staat met voldoende zorgmedewerkers. Het personeelstekort in de zorg is groot en staat gelijkwaardige toegang in de weg. We willen werken in de zorg aantrekkelijker maken. Dat begint met fatsoenlijke lonen, goede en (sociaal) veilige werkomstandigheden en met meer zeggenschap. Als we de zorg op een andere manier organiseren, hoeven medewerkers minder tijd te besteden aan administratie."
  2. "Meer ruimte voor de huisarts. Goede zorg begint bij de huisarts. Toch staat de huisartsenzorg onder druk. Steeds meer mensen missen een vast gezicht of hebben zelfs helemaal geen huisarts meer. We maken het aantrekkelijker voor huisartsen om een praktijk te beginnen of praktijkhouder te blijven. Dat doen we door administratieve lasten terug te dringen, eerlijke en toekomstbestendige tarieven in te voeren en samenwerking met gemeenten en provincies voor betaalbare huisvesting."
  3. "Digitale zorg ter verbetering, niet ter vervanging. Digitale zorg kan van toegevoegde waarde zijn wanneer het de kwaliteit verbetert, patiënten meer regie geeft en zorgverleners ontlast. Voorwaarde is dat technologie veilig, toegankelijk en betaalbaar is en menselijk contact niet vervangt waar dat nodig en gewenst is. Zo moet AI enkel worden toegepast in gevallen waar het in het belang is van de patiënt, zonder dat dit ten koste gaat van de planeet en de privacy van de patiënt. Monopolies van ICT- en hulpmiddelenleveranciers zorgen nu voor hoge kosten en belemmeren innovatie. GroenLinks-PvdA wil dat digitalisering werkt vóór mensen, niet vóór winst."
  4. "Arbeidsmarkt van de toekomst. De arbeidsmarkt verandert. Door krapte is de druk op sommige werkenden heel hoog, terwijl elders banen verdwijnen door digitalisering. De toepassingen van AI ontwikkelen zich razendsnel. We gaan slimmer werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan en meerwaarde heeft. Zo verhogen we onze productiviteit, waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg. We investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom. We maken hierover afspraken met sociale partners, het onderwijs en de regio's in de een werk-ontwikkel-aanpak."