De regering moet het Nationaal Verwijsmechanisme en de taken van Comensha binnen zes maanden wettelijk vastleggen. Nu zorgt onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en gegevensdeling ervoor dat slachtoffers van mensenhandel te laat hulp, opvang en bescherming krijgen.
Motie van het lid Bikker c.s. over wettelijke verankering van het Nationaal Verwijsmechanisme
De kamer,
constaterende dat slachtoffers van mensenhandel tijdige identificatie,
bescherming, opvang, zorg en ondersteuning nodig hebben;
constaterende dat de herziene Europese richtlijn mensenhandel nadruk
legt op vroegtijdige identificatie, verwijzing, ondersteuning en
bescherming van slachtoffers;
overwegende dat onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, gegevensdeling en de landelijke coördinatie ertoe kan leiden dat slachtoffers niet of
te laat in beeld komen en dat passende opvang en bescherming
vertraging oplopen;
overwegende dat het Nationaal Verwijsmechanisme en de coördinerende
en registrerende rol van Comensha daarom een duidelijke wettelijke basis
behoeven;
verzoekt de regering om uiterlijk binnen zes maanden na aanneming van
deze motie met een voorstel te komen voor wettelijke verankering van het
Nationaal Verwijsmechanisme en de noodzakelijke slachtoffercoördinatie,
inclusief een expliciete grondslag voor de coördinatie- en registratietaken
van Comensha en voor de daarvoor noodzakelijke gegevensverwerking;
verzoekt de regering tevens om, indien dit voorstel niet binnen deze
termijn aan de Kamer is toegezonden, de Kamer schriftelijk te informeren
over de redenen van vertraging en over de concrete stappen en planning
waarmee alsnog tot wettelijke verankering wordt gekomen.