Wettelijke basis slachtofferhulp mensenhandel

De regering moet het Nationaal Verwijsmechanisme en de taken van Comensha binnen zes maanden wettelijk vastleggen. Nu zorgt onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en gegevensdeling ervoor dat slachtoffers van mensenhandel te laat hulp, opvang en bescherming krijgen.

Motie van het lid Bikker c.s. over wettelijke verankering van het Nationaal Verwijsmechanisme

De kamer, constaterende dat slachtoffers van mensenhandel tijdige identificatie, bescherming, opvang, zorg en ondersteuning nodig hebben; constaterende dat de herziene Europese richtlijn mensenhandel nadruk legt op vroegtijdige identificatie, verwijzing, ondersteuning en bescherming van slachtoffers; overwegende dat onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, gegevensdeling en de landelijke coördinatie ertoe kan leiden dat slachtoffers niet of te laat in beeld komen en dat passende opvang en bescherming vertraging oplopen; overwegende dat het Nationaal Verwijsmechanisme en de coördinerende en registrerende rol van Comensha daarom een duidelijke wettelijke basis behoeven; verzoekt de regering om uiterlijk binnen zes maanden na aanneming van deze motie met een voorstel te komen voor wettelijke verankering van het Nationaal Verwijsmechanisme en de noodzakelijke slachtoffercoördinatie, inclusief een expliciete grondslag voor de coördinatie- en registratietaken van Comensha en voor de daarvoor noodzakelijke gegevensverwerking; verzoekt de regering tevens om, indien dit voorstel niet binnen deze termijn aan de Kamer is toegezonden, de Kamer schriftelijk te informeren over de redenen van vertraging en over de concrete stappen en planning waarmee alsnog tot wettelijke verankering wordt gekomen.
28 september | CU, CDA, D66, JA21, SGP, VVD |

Stemverwachting

Moties bij dit debat