Aanpak grensoverschrijdende uitbuiting

De regering moet een samenwerking met België en Duitsland starten om jonge slachtoffers van mensenhandel beter te beschermen. Nu is de informatie over uitbuiting van Nederlandse jongeren in het buitenland te versnipperd. De landen moeten hun systemen op elkaar aansluiten en informatie makkelijker uitwisselen.

Motie van het lid Boomsma c.s. over een pilot met België en Duitsland gericht op gezamenlijke signalering en doorverwijzing van jonge slachtoffers van mensenhandel

De kamer, constaterende dat de herzieningsrichtlijn lidstaten verplicht een contactpunt aan te wijzen voor de grensoverschrijdende doorverwijzing van slachtoffers en dat de regering Comensha daartoe wil aanwijzen; constaterende dat uit onderzoek van het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel blijkt dat jongeren uit Nederland in België en Duitsland seksueel worden uitgebuit, terwijl zorg-, opsporings- en monitoringsorganisaties aan weerszijden van de grens over versnipperde informatie beschikken die niet wordt samengebracht; overwegende dat mensenhandel een haaldelict is en vroegtijdige signalering bij grensoverschrijdende uitbuiting tekortschiet; verzoekt de regering de mogelijkheden van een pilot met België en Duitsland te verkennen, onder andere met het Euregionaal Informatie- en Expertise Centrum, gericht op gezamenlijke signalering en verwijzing van jonge slachtoffers; verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de nationale verwijsmechanismen van de drie landen op elkaar aansluiten en belemmeringen op het gebied van opsporing met betrekking tot informatie-uitwisseling, ongelijke bevoegdheden en prioritering zo veel mogelijk worden weggenomen; verzoekt de regering de Kamer te informeren wanneer het contactpunt bij Comensha operationeel is en met welke capaciteit.
28 september | JA21, CU, D66 |

Stemverwachting

Moties bij dit debat