Tijdelijke ondersteuning in het onderwijs

De regering moet per regio in kaart brengen hoeveel tijdelijke onderwijsvoorzieningen, zoals OPDC’s (centra voor specialistische hulp), er zijn en hoe lang de wachtlijsten zijn. Er moet in iedere regio voldoende tijdelijke ondersteuning beschikbaar zijn als de reguliere school het niet meer kan. Zo blijft onderwijs voor elk kind toegankelijk.

Motie van het lid Boomsma over tijdelijke onderwijsvoorzieningen in kaart brengen en borgen dat in iedere regio voldoende passende tijdelijke onderwijsmogelijkheden beschikbaar zijn

De kamer, constaterende dat de regering ernaar streeft dat in 2035 alle scholen inclusief onderwijs bieden, en dat voor kinderen die dat nodig hebben gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen beschikbaar blijven; constaterende dat orthopedagogisch didactische centra (opdc’s) en vergelijkbare tijdelijke onderwijsvoorzieningen onderwijs en ondersteuning bieden aan leerlingen die tijdelijk niet volledig op hun reguliere school terechtkunnen, en dat samenwerkingsverbanden niet afzonderlijk verplicht zijn een opdc in te richten; overwegende dat meer inzicht nodig is in de toereikendheid van het regionale aanbod van deze tijdelijke onderwijsvoorzieningen en dat wanneer speciale ondersteuning binnen de reguliere school tijdelijk onvoldoende is, een passende tijdelijke onderwijsvoorziening beschikbaar moet zijn; verzoekt de regering om per samenwerkingsverband het aanbod, de capaciteit en eventuele wachttijden van tijdelijke onderwijsvoorzieningen, zoals opdc’s en time-out- en reboundvoorzieningen, in kaart te brengen en in het transitieplan inclusief onderwijs te borgen dat in iedere regio voldoende passende tijdelijke onderwijsmogelijkheden beschikbaar zijn, afgestemd op de behoefte.
30 september | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat speciale scholen blijven bestaan voor wie dat nodig heeft [1] en benadrukt dat onderwijs-jeugdzorgarrangementen onmisbaar zijn voor kinderen die op school vastlopen [2]. Daarnaast stelt de partij dat niet elk kind een passende onderwijsplek heeft [3] en pleit zij voor maatwerk en flexibiliteit in het onderwijs [4].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma die de motie tegenkomen.

Bronnen:

  1. "We willen dat speciale scholen blijven bestaan voor wie dat nodig heeft. Het doel blijft dat in 2035 zoveel mogelijk scholen in het funderend onderwijs zijn overgestapt naar inclusief onderwijs, waarbij zoveel mogelijk kinderen deelnemen in het reguliere onderwijs."
  2. "Wij zetten in op een vast aanspreekpunt op school voor jeugdhulp en een betere, vroege signalering van problemen. We willen de onderwijs-jeugdzorgarrangementen behouden, omdat ze onmisbaar zijn voor kinderen die op school vastlopen."
  3. "We koesteren de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Goede leerkrachten en docenten zijn allerminst vanzelfsprekend. Er is een groot lerarentekort. Leerkrachten in probleemwijken vallen vaker uit, terwijl juist hier onderwijs de gemeenschap kan versterken. In internationale vergelijkingen gaat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit: de lees- en rekenvaardigheid van kinderen neemt af. Niet elk kind heeft een passende onderwijsplek. Er kiezen niet voldoende jongeren voor een vakopleiding op het mbo en we leveren te weinig technische studenten af."
  4. "We regelen wettelijk dat gemeenten actief meer passende respijtzorg aanbieden aan mantelzorgers, zoals logeeropvang of inzet van vrijwilligers. Voor jonge mantelzorgers zetten we in op maatwerk en flexibiliteit in het onderwijs en respijtzorg zodat deze kinderen weer normaal kind kunnen zijn."