De regering moet per regio in kaart brengen hoeveel tijdelijke onderwijsvoorzieningen, zoals OPDC’s (centra voor specialistische hulp), er zijn en hoe lang de wachtlijsten zijn. Er moet in iedere regio voldoende tijdelijke ondersteuning beschikbaar zijn als de reguliere school het niet meer kan. Zo blijft onderwijs voor elk kind toegankelijk.
Motie van het lid Boomsma over tijdelijke onderwijsvoorzieningen in kaart brengen en borgen dat in iedere regio voldoende passende tijdelijke onderwijsmogelijkheden beschikbaar zijn
De kamer,
constaterende dat de regering ernaar streeft dat in 2035 alle scholen
inclusief onderwijs bieden, en dat voor kinderen die dat nodig hebben
gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen beschikbaar blijven;
constaterende dat orthopedagogisch didactische centra (opdc’s) en
vergelijkbare tijdelijke onderwijsvoorzieningen onderwijs en ondersteuning bieden aan leerlingen die tijdelijk niet volledig op hun reguliere
school terechtkunnen, en dat samenwerkingsverbanden niet afzonderlijk
verplicht zijn een opdc in te richten;
overwegende dat meer inzicht nodig is in de toereikendheid van het
regionale aanbod van deze tijdelijke onderwijsvoorzieningen en dat
wanneer speciale ondersteuning binnen de reguliere school tijdelijk
onvoldoende is, een passende tijdelijke onderwijsvoorziening beschikbaar
moet zijn;
verzoekt de regering om per samenwerkingsverband het aanbod, de
capaciteit en eventuele wachttijden van tijdelijke onderwijsvoorzieningen,
zoals opdc’s en time-out- en reboundvoorzieningen, in kaart te brengen en
in het transitieplan inclusief onderwijs te borgen dat in iedere regio
voldoende passende tijdelijke onderwijsmogelijkheden beschikbaar zijn,
afgestemd op de behoefte.
Argumenten voor: De partij streeft naar voldoende speciaal onderwijs in elke regio [1] en vindt dat elke regio over voldoende onderwijsvoorzieningen moet beschikken [3]. Daarnaast wil de partij dat ondersteuning en zorg beschikbaar is in de directe omgeving van het kind [2][4].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het in kaart brengen van de capaciteit van onderwijsvoorzieningen ingaan.
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
"Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
"heeft, wordt dat gratis aangeboden en zo veel mogelijk op de school zelf. Ook investeren we in het versterken van ouderbetrokkenheid in het onderwijs. Scholen krijgen middelen om ouders te ondersteunen bij de opvoeding en schoolgerelateerde uitdagingen."