Productie van defensiemiddelen opschalen

De regering moet in 2027 meerjarige productiepartnerschappen afsluiten voor strategische defensiemiddelen. Alleen door productie nu al vast te leggen, kan de productie van deze middelen effectief worden opgeschaald.

Motie van het lid Peter de Groot c.s. over meerjarige productiepartnerschappen voor geselecteerde strategische defensiecapaciteiten tot stand brengen

De kamer, overwegende dat het opschalen van voortzettingsvermogen valt of staat met de daadwerkelijk vastgelegde productie van capaciteiten; verzoekt de regering in 2027 meerjarige productiepartnerschappen voor geselecteerde strategische defensiecapaciteiten tot stand te brengen met waar nodig minimumafnames, afnamegaranties of voorfinanciering, en de Kamer voor 1 april 2027 te informeren over de geselecteerde capaciteiten, contractplanning en beoogde productie.
1 oktober | VVD, CDA, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat investeringen in industriële productiecapaciteit essentieel zijn voor de slagkracht [1]. Er is behoefte aan passend materieel [2] en het versterken van de defensie-industrie is een prioriteit [3]. Daarnaast streeft de partij naar Europese strategische onafhankelijkheid door zelf te produceren en te innoveren in cruciale sectoren [5] en is er behoefte aan Europees materieel [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het instellen van productiepartnerschappen voor defensiecapaciteiten.

Bronnen:

  1. "Moderne oorlogsvoering is gelaagd, hybride en technologisch gedreven, maar blijft ook afhankelijk van klassieke slagkracht en menselijke veerkracht. Daarvoor zijn klassieke investeringen nodig, zoals in genoeg munitie, systemen en materieel, mensen en industriële productiecapaciteit."
  2. "We investeren in de gereedheid van onze krijgsmacht. Dat doen we onder andere met voldoende (getraind) personeel, uitbreiding van oefenlocaties, passend materieel en efficiënte logistiek en instandhouding."
  3. "We komen de NAVO-afspraak na om minimaal 3,5% van het bbp aan defensie uit te geven en minimaal 1,5% van het bbp aan de kritieke infrastructuur, civiele paraatheid, veerkracht en het versterken van onze defensie-industrie. Beveiliging tegen hybride oorlogsvoering vraagt om meer dan alleen een sterke krijgsmacht. Minstens zo belangrijk zijn investeringen in de fysieke en digitale infrastructuur, in strategische reserves, in een weerbare samenleving en in het tegengaan van desinformatie. We helpen mensen om te gaan met dreiging en ondersteunen cruciale organisaties bij de maatregelen die zij moeten nemen. Zo blijft het water uit de kraan stromen, het licht in huis branden en de telefoon werken bij aanvallen."
  4. "D66 streeft op lange termijn naar een Europese krijgsmacht. Op de korte termijn wil D66 een sterke Europese positie binnen de NAVO, met Europese strategische commandovoering, Europees materieel en Europees personeel. Hiermee zijn we niet alleen op financieel terrein een volwaardig bondgenoot binnen de NAVO, maar ook voor wat betreft capaciteiten en uitvoering. Zo kunnen we ons continent zelf verdedigen."
  5. "Chinese staatssteun en het eigen-volk-eerstbeleid van de Verenigde Staten bedreigen onze economische veiligheid. Europa moet strategisch slimmer en onafhankelijker worden. Met groen Europees industriebeleid produceren en innoveren we zelf meer in cruciale sectoren, zoals in microchips en kritieke grondstoffen."