Inzicht in defensiebehoeften voor het mkb

De regering moet de industrie meer inzicht geven in de toekomstige behoeften van Defensie. Bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) hebben namelijk inzicht in toekomstige bestellingen nodig om hun productie te kunnen opschalen. Zonder dit zicht op orders kan de industrie niet groeien om de defensieketen te versterken.

Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over relevante partijen uit de Nederlandse industrie meer inzicht bieden in de langjarige materieelbehoefte

De kamer, constaterende dat een deel van de Nederlandse maakindustrie een gebrek aan inzicht ervaart in de toekomstige behoefte van Defensie, zoals onder meer blijkt uit het rapport De Nederlandse mkb-maakindustrie en de defensieketen, en uit inbreng van de NIDV in het rondetafelgesprek over de nota; overwegende dat de uitvoeringskracht van rechtstreekse defensieleveranciers in belangrijke mate afhankelijk is van hun toeleveranciers in het midden- en kleinbedrijf; overwegende dat opschaling naast groei van bestaande spelers ook een grotere betrokkenheid vereist van mkb-bedrijven uit andere sectoren die onderdelen en halffabrikaten willen leveren; overwegende dat opschaling niet mogelijk is zonder zicht op orders; verzoekt de regering in overleg te treden met relevante partijen uit de industrie om hen meer inzicht te bieden in de aard en omvang van de langjarige materieelbehoefte, waarbij ruimte blijft voor bijstelling als gevolg van veranderende dreigingen, operationele behoeften en technologische ontwikkelingen; verzoekt de regering de Kamer uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 te informeren over het groeipotentieel van het Nederlandse mkb dat in verschillende scenario’s kan toetreden tot de defensieketen.
1 oktober | SGP, CDA, D66, JA21, VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een verantwoord investeringsplan waarbij vooraf duidelijkheid moet zijn over de te investeren gebieden om verspilling te voorkomen [1]. Het verstrekken van inzicht in de langjarige materieelbehoefte ondersteunt dit doel en sluit aan bij de ambitie om een onafhankelijke Europese defensie-industrie op te bouwen via gezamenlijke ontwikkeling en inkoop [3]. Daarnaast past het bij de wens om het ecosysteem van innovatieve mkb'ers te ondersteunen [2] en industriepolitiek te voeren via langdurige openbare aanbestedingen [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
  2. "Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."
  3. "Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
  4. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."