De regering moet de industrie meer inzicht geven in de toekomstige behoeften van Defensie. Bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) hebben namelijk inzicht in toekomstige bestellingen nodig om hun productie te kunnen opschalen. Zonder dit zicht op orders kan de industrie niet groeien om de defensieketen te versterken.
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over relevante partijen uit de Nederlandse industrie meer inzicht bieden in de langjarige materieelbehoefte
De kamer,
constaterende dat een deel van de Nederlandse maakindustrie een gebrek
aan inzicht ervaart in de toekomstige behoefte van Defensie, zoals onder
meer blijkt uit het rapport De Nederlandse mkb-maakindustrie en de
defensieketen, en uit inbreng van de NIDV in het rondetafelgesprek over
de nota;
overwegende dat de uitvoeringskracht van rechtstreekse defensieleveranciers in belangrijke mate afhankelijk is van hun toeleveranciers in het
midden- en kleinbedrijf;
overwegende dat opschaling naast groei van bestaande spelers ook een
grotere betrokkenheid vereist van mkb-bedrijven uit andere sectoren die
onderdelen en halffabrikaten willen leveren;
overwegende dat opschaling niet mogelijk is zonder zicht op orders;
verzoekt de regering in overleg te treden met relevante partijen uit de
industrie om hen meer inzicht te bieden in de aard en omvang van de
langjarige materieelbehoefte, waarbij ruimte blijft voor bijstelling als
gevolg van veranderende dreigingen, operationele behoeften en
technologische ontwikkelingen;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 te
informeren over het groeipotentieel van het Nederlandse mkb dat in
verschillende scenario’s kan toetreden tot de defensieketen.
Argumenten voor: De partij wil dat de industrie via grotere orders kan opschalen [1]. Zij hechten waarde aan militaire aankopen die de economie en innovatiekracht versterken, waarbij het mkb een belangrijke rol speelt [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat voor het opschalen van productiecapaciteit zekerheid op de lange termijn nodig is [3].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Koesteren Nederlandse defensie-industrie: Voor onze defensie-industrie zetten we in op behoud van zelfstandigheid in zaken waar we traditioneel sterk in zijn, zoals het marinebouwcluster en radars. Daarnaast versterken we gericht een aantal innovatieve niches, zoals quantumtechnologie en drones. Hierin proberen we ook de gesloten nationale defensiemarkten in Europa open te breken zodat ondernemers over de grens kansen krijgen de beste producten aan te bieden. Om de industrie via grotere orders te kunnen laten opschalen en interoperabiliteit te vergroten willen we inzetten op gezamenlijke orders voor materieel. Daarnaast zetten we in op licentieproductie van hightech Amerikaanse wapens waar we niet zonder kunnen, maar waarbij we nu te afhankelijk zijn van een enkele productielocatie in de VS."
"Nederland als aanjager van defensie-innovatie: Nederland heeft alles in huis om een technologische koploper te zijn. Veel technologieën die we dagelijks gebruiken, zoals het internet (ARPANET) en GPS, vinden hun oorsprong in militair onderzoek. De VVD wil dat grote investeringen in onze veiligheid ook onze eigen innovatiekracht en economie versterken. Daarom geven we bij militaire aankopen waar mogelijk voorkeur aan Nederlandse ondernemers op de terreinen waar onze industrie goed in is. Hier speelt het mkb een belangrijke rol. We werken op andere terreinen nauw samen met onze bondgenoten in de NAVO en de EU. Op Europees niveau pleiten we voor een Defensie-Innovatieautoriteit (EDIA) naar het model van het Amerikaanse DARPA. Deze organisatie moet toptalent uit de wetenschap en industrie aantrekken en hen de vrijheid en middelen geven om autonoom te investeren in potentieel baanbrekende projecten."
"Defensie zekerheid geven met de NAVO-norm in de wet: Onze veiligheid is te belangrijk om afhankelijk te zijn van politieke grillen. Het opleiden en behouden van personeel, het opschalen van productiecapaciteit, en de verdere doorontwikkeling van de krijgsmacht vragen om lange termijn zekerheid. De VVD heeft de 2%-norm al als harde ondergrens wettelijk vastgelegd. Om ons land en onze krijgsmacht de zekerheid voor de lange termijn te geven die zij verdient, leggen we de geldende NAVO-norm van 3,5% als streefcijfer ook vast in de wet. Stelt de NAVO een hogere norm, dan willen we dat de wettelijke verplichting ook weer verhoogd wordt."