De regering moet extra steun geven aan netwerken van vrouwen en slachtoffers van seksueel geweld in oorlogsgebieden zoals Sudan, de Democratische Republiek Congo, Oekraïne en Gaza. Deze netwerken zijn zeer waardevol, maar hebben momenteel te weinig middelen om hun werk goed te kunnen doen.
Motie van de leden Dobbe en Kröger over extra ondersteuning voor vrouwen en slachtoffers van seksueel geweld in oorlogsgebieden
De kamer,
overwegende dat netwerken van vrouwen en slachtoffers van conflictgerelateerd seksueel geweld effectief en waardevol zijn, maar vaak met zeer
beperkte middelen opereren;
verzoekt de regering extra ondersteuning te bieden aan organisaties en
netwerken van vrouwen en van slachtoffers van seksueel geweld in
oorlogsgebieden zoals Sudan, DRC, Oekraïne en Gaza.
Argumenten voor: De partij streeft ernaar de bescherming van vrouwenrechten als fundamentele mensenrechten te integreren in het buitenlandbeleid [1]. Daarnaast wil de partij lokale gemeenschappen ondersteunen, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan vrouwen [2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen fragmenten die een standpunt innemen tegen de verstrekking van hulp aan slachtoffers van geweld in oorlogsgebieden.
Bronnen:
"Wij staan pal voor de bescherming van vrouwenrechten als fundamentele mensenrechten in ons buitenlandbeleid."
"We ondersteunen lokale gemeenschappen in hun strijd tegen armoede, met aandacht voor vrouwen, het kunnen geven en krijgen van onderwijs, vrijheid van religie, het bevorderen van voedselproductie, het versterken van gezondheidszorg en leefbaar loon."