Halvering internationale ecologische voetafdruk

De regering moet de ambitie om de internationale ecologische voetafdruk van de Nederlandse consumptie in 2050 te halveren opnieuw vastleggen in een meetbaar plan. Dit is noodzakelijk om aan internationale verplichtingen te voldoen, aangezien dit doel nu niet meer in het biodiversiteitsbeleid staat.

Motie van de leden Kröger en Bromet over de ambitie om de internationale ecologische voetafdruk van de Nederlandse consumptie uiterlijk in 2050 te halveren uitwerken in een meetbaar reductiepad

De kamer, constaterende dat het Nederlands handelen via internationale ketens een grote internationale ecologische voetafdruk heeft; constaterende dat de ambitie om die voetafdruk in 2050 te halveren niet langer in het biodiversiteitsbeleid is opgenomen, waarmee ook het voldoen aan internationale verplichtingen in gevaar komt; overwegende dat het PBL een goede aanzet heeft gemaakt tot een set indicatoren om op verschillende terreinen de ecologische voetafdruk te meten; verzoekt de regering de ambitie om de internationale ecologische voetafdruk van de Nederlandse consumptie uiterlijk in 2050 te halveren opnieuw vast te leggen en uit te werken in een meetbaar reductiepad.
5 oktober | PRO |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij merkt op dat veel CO2-reductie momenteel op papier wordt gerealiseerd door emissies te verplaatsen naar het buitenland [5].

Argumenten tegen: De partij wil geen nieuwe nationale doelen vaststellen bovenop de EU-richtlijnen [4]. Daarnaast is de partij tegen extra regelgeving die de concurrentiekracht van de Nederlandse economie schaadt [1][3] en vreest zij dat milieumaatregelen de positie van bedrijven benadelen [6]. Ook is de partij kritisch tegenover internationale verdragen die de nationale beleidsruimte beperken [2].

Bronnen:

  1. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
  2. "Nederland moet ook kritisch kijken naar internationale verdragen die onze beleidsruimte beperken. Vooral op het gebied van migratie, asiel, klimaat, stikstof, energie en landbouw. Internationale samenwerking mag nooit ten koste gaan van onze democratische zeggenschap."
  3. "De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
  4. "Geen nieuwe natuurdoelen. Vernieuwde natuurdoelen worden vastgesteld op basis van wat verplicht is in het kader van de EU-richtlijnen. Geen extra nationale doelen bovenop de EU-doelen en richtlijnen."
  5. "De grootste invloed van de mens op het klimaat is ons energieverbruik. Nederland heeft ambitieuze klimaatdoelstellingen, maar boekt veel van de CO2-reductie op papier, door het verplaatsen van uitstoot naar het buitenland. Tegelijkertijd stijgt het mondiale gebruik van fossiele energie. De energietransitie zal tientallen jaren duren, met technologieën die grotendeels nog in ontwikkeling zijn."
  6. "Ook bij de invoering van eventuele nieuwe fiscale milieumaatregelen is het voor ons belangrijk dat onze Nederlandse bedrijven daardoor niet in een nadelige concurrentiepositie komen in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten."