De regering moet een programma opzetten voor de ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen. Dit programma richt zich op veiligheid, wederopbouw en bestaanszekerheid. Hiermee help je deze groepen om in hun eigen land te blijven wonen of om veilig terug te keren.
Motie van de leden Boomsma en Ceder over een herkenbaar programma inrichten voor concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen
De kamer,
constaterende dat wereldwijd veel christenen vanwege hun geloof
worden vervolgd, bedreigd of verdreven en de Kamer de regering eerder
heeft opgeroepen prioriteit te geven aan het tegengaan van geweld tegen
christenen;
overwegende dat in de periode 2026 tot 2030 bijna 35 miljoen beschikbaar
is voor de bredere inzet op geloofsvrijheid;
overwegende dat concrete ondersteuning van vervolgde christelijke
gemeenschappen, bijvoorbeeld door het ondersteunen van wederopbouw, er effectief aan kan bijdragen dat deze gemeenschappen in hun
land van herkomst kunnen blijven bestaan of kunnen terugkeren;
overwegende dat andere Europese landen ook al ervaring hebben
opgedaan met programma’s die rechtstreeks zijn gericht op ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen;
verzoekt de regering binnen de bestaande middelen voor mensenrechten
een herkenbaar programma in te richten voor concrete ondersteuning van
vervolgde christelijke gemeenschappen, gericht op onder meer veiligheid,
wederopbouw en bestaanszekerheid, en de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken over de uitwerking en financiële
omvang daarvan te informeren.
Argumenten voor: De partij wil hard optreden wanneer de vrijheid van geweten of religie wordt bedreigd [2]. Daarnaast is de partij bereid druk uit te oefenen op regimes die de vrijheid wereldwijd ondermijnen [3].
Argumenten tegen: De partij wil minder uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking en wil dat hulp primair het Nederlands belang dient [1]. Ook moeten ngo's meer op eigen benen staan [4] en is de partij kritisch op religieuze organisaties die een intolerant narratief verspreiden [5].
Bronnen:
"Minder ontwikkelingssamenwerking, meer defensie: De VVD gaat mee met de huidige geopolitieke realiteit door te investeren in defensie en minder uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking. We volgen hiermee het voorbeeld van meer Europese landen, zoals het VK. Wat de VVD betreft blijven we middelen vrijmaken voor noodhulp, de VN en opvang in de regio. Elke euro die Nederland in het buitenland uitgeeft, moet bijdragen aan onze eigen veiligheid, vrijheid en economische kracht. Dit geldt dus ook voor de middelen die we inzetten voor ontwikkelingssamenwerking. Migratiebeheersing is ook geopolitiek, en vormt daarom een cruciaal onderdeel van dit beleid. Landen die weigeren om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te nemen, kunnen niet langer op onze hulp rekenen. Onze steun is voorwaardelijk en dient altijd het Nederlands belang."
"Nederland liberaler en vrijer maken: we trekken een grens als de vrijheid van geweten, religie of lichamelijke integriteit wordt bedreigd. Dan kijken we niet weg, maar treden hard op. Daarom willen we een verbod op maagdenvlieshersteloperaties, een strenge toets op tewerkstellingsvergunningen voor buitenlandse geestelijken en stoppen we de wildgroei aan nieuwe orthodoxe scholen door de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen te schrappen."
"Aanpakken Iraans regime: Het Iraanse regime ondermijnt wereldwijd de veiligheid en vrijheid. We moeten ons harder verweren tegen Iraanse hybride aanvallen op onze instituties, democratie en welvaart. We kunnen niet tolereren dat Iran criminelen inzet om hier in Nederland dissidenten te liquideren. We voeren druk op: met sancties, opsporing van Iraanse inmenging in Nederland, verbod op invloedrijke Iraanse organisaties, en steun aan Iraanse vrijheidsbewegingen. De Iraanse Revolutionaire Garde moet op de EU-terreurlijst."
"Maatschappelijke organisaties moeten op eigen benen staan: Maatschappelijke organisaties (ngo's) die vanuit de overheid subsidies voor ontwikkelingswerk willen ontvangen, moeten hun financiering voor een belangrijk deel eerst uit de maatschappij zelf halen. De VVD vindt dat organisaties die de staat aanklagen, niet door diezelfde staat met belastinggeld moeten worden gefinancierd. Ook stoppen we met gezamenlijke opleidingstrajecten voor ambtenaren en ngo-medewerkers."
"We gaan radicalisering tegen: De opkomst van radicale politieke en religieuze stromingen vormt een bedreiging voor onze vrije samenleving. Stromingen als het politiek salafisme propageren een intolerant gedachtegoed dat haaks staat op onze democratische rechtsstaat. Maar ook streng conservatief christelijke organisaties vanuit de VS en organisaties rond het Kremlin ondermijnen hier onze vrijheid door een narratief te verspreiden tegen vrouwen- en homorechten. De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden. Organisaties die terrorisme verheerlijken worden verboden. Hetzelfde geldt voor het oproepen tot of goedpraten van schadelijke praktijken als genitale verminking. We onderzoeken of vrouwenhaat kan worden aangemerkt als extremisme, zoals recent in het VK is gebeurd."