De regering moet een nieuwe categorie in de Arbowet maken voor gespecialiseerde vrijwillige duikers. De huidige regels maken belangrijk maatschappelijk werk onmogelijk, zoals het zoeken naar vermiste personen. Dit moet in overleg met vrijwilligersorganisaties en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tot die tijd mag de overheid de regels niet handhaven.
Motie van het lid Wiersma over het opstellen van een aparte arbocategorie voor gespecialiseerde vrijwillige duikers
De kamer,
constaterende dat vrijwillige duikers belangrijk maatschappelijk werk
verrichten, zoals het zoeken naar vermiste personen, het verwijderen van
spooknetten en het uitvoeren van maritiem archeologisch onderzoek;
constaterende dat de V-categorie in de voorgestelde en de huidige
Arbowetgeving deze werkzaamheden onmogelijk maakt, onder meer door
de beperking van de maximale duikdiepte van 30 meter en het verbod op
het gebruik van hefballonnen en onderwaterscooters;
overwegende dat de motie-Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel
voor specialistische vrijwillige duikers (32 820, nr. 585) unaniem door de
Kamer is aangenomen;
overwegende dat de motie-Strolenberg/Van Dijk (25 883, nr. 474) de
regering juist verzoekt om knelpunten voor vrijwillige duikers weg te
nemen;
verzoekt de regering om, in overleg met de direct betrokken vrijwilligersorganisaties en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, een aparte
arbocategorie voor gespecialiseerde vrijwillige duikers op te stellen, zodat
bestaande vrijwilligersactiviteiten op een veilige en praktisch uitvoerbare
wijze kunnen worden voortgezet, en tot die tijd niet te handhaven.
Argumenten voor: De partij wil minder regels en minder verantwoordingsdruk voor vrijwilligers om de maatschappelijke kracht te behouden [3][4]. Er is behoefte aan een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen [1]. Bovendien wil de partij de kracht van onderop ondersteunen met concrete maatregelen om de drempel voor vrijwilligerswerk te verlagen [2].
Argumenten tegen: De partij levert geen argumenten tegen het verminderen van de regeldruk voor vrijwilligers.
Bronnen:
"We willen in de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen bijzondere aandacht voor vrijwilligers. Er moet beter onderscheid komen tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen en stichtingen waarbij aansprakelijkheid voor vrijwilligers beperkt wordt."
"Verenigingen zijn een plek van ontmoeting en samendoen. Hier kun je je talenten ontplooien, vrijwilligerswerk oppakken of ervaring opdoen in een bestuursfunctie. Het CDA heeft vertrouwen in verenigingen. Verantwoordingsdruk en een wirwar aan regels maken het steeds moeilijker om bestuursleden en vrijwilligers te vinden. Wij willen de kracht van onderop ondersteunen met concrete maatregelen."
"Ten slotte kiest het CDA voor een betrokken samenleving. Een fatsoenlijk land is een land waar we omzien naar elkaar en respect hebben voor de ander. We hebben een stevige agenda om onze waarden en normen nieuw gewicht te geven. We willen meer aandacht en minder regels voor de zachte krachten: verenigingen, vrijwilligers en mantelzorgers. Met een dienstplicht en stevige inburgering zorgen we dat iedereen meedoet. We versterken onze democratie en koesteren tradities."
"We stoppen met de gedachte dat meer regels altijd leiden tot het maken van minder fouten. Onevenredige verantwoordingsdruk zorgt voor maatschappelijke schade, tast de beroepseer van mensen aan en dooft het plezier van vrijwilligers uit. Het CDA vertrouwt op vitale verenigingen. Mensen die verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor anderen kansen creƫren, juist ook als je die ander niet dagelijks in je eigen bubbel tegenkomt. Voor een samenleving met veerkracht, verbondenheid en onderling vertrouwen."