Hulp bij kinderopvang voor lage inkomens

De regering moet artikel 1.13 van de Wet kinderopvang voor 2028 schrappen. Zo kunnen gemeenten gezinnen met lage inkomens al eerder helpen met de kosten voor de kinderopvang.

Motie van het lid Moorman over artikel 1.13 van de Wet kinderopvang schrappen voor 2028

De kamer, constaterende dat vanaf 2029 gemeenten ouders met lage inkomens mogen helpen met hun eigen bijdrage in de kinderopvang te betalen; verzoekt de regering om artikel 1.13 van de Wet kinderopvang voor 2028 te schrappen, zodat gemeenten eerder in staat gesteld worden om gezinnen met lage inkomens te helpen de eigen bijdrage in de kinderopvang op te brengen, en hiervoor bijvoorbeeld de middelen voor een soepele transitie naar het nieuwe financieringsstelsel aan te wenden.
7 oktober | PRO | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft ernaar om kinderopvang bijna gratis te maken [1][2] en als een publieke voorziening te laten fungeren [3]. Daarnaast wil de partij investeren in een stevige basis voor jonge kinderen om achterstanden te voorkomen [3].

Argumenten tegen: De partij stelt dat ondersteuning door gemeenten belangrijk is voor specifieke situaties, maar dat zij niet de tekortkomingen van het Rijk moeten aanvullen [4].

Bronnen:

  1. "We maken kinderopvang op korte termijn bijna gratis en in de toekomst helemaal gratis. Het kindgebonden budget en de kinderbijslag voegen we samen. Zo gaan we van drie ingewikkelde regelingen naar één duidelijke bijdrage voor ouder en kind. Ook de zorgtoeslag schaffen we af. Het individuele basisbedrag zorgt ervoor dat het inkomen van mensen op peil blijft. Zo ontstaat eindelijk een systeem dat meer bestaanszekerheid biedt."
  2. "Op weg naar deze publieke voorziening maken we de kinderopvang bijna gratis. Elk kind krijgt toegang tot vijf dagen opvang per week. Dat geldt ook voor kinderen van wie één ouder werkt."
  3. "Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
  4. "Inkomenssteun moet genoeg zijn om van rond te komen. Het Rijk is daarvoor verantwoordelijk, maar op dit moment moeten gemeenten vaak nog bijspringen om mensen van een volwaardig inkomen te voorzien. Dit moet anders. Ondersteuning vanuit gemeenten is ontzettend belangrijk om in te spelen op specifieke situaties, maar niet om aan te vullen waar het Rijk tekortschiet. D66 pakt dit aan, zodat gemeenten hun budget weer kunnen gebruiken waarvoor het bedoeld is."