De regering moet artikel 1.13 van de Wet kinderopvang voor 2028 schrappen. Zo kunnen gemeenten gezinnen met lage inkomens al eerder helpen met de kosten voor de kinderopvang.
Motie van het lid Moorman over artikel 1.13 van de Wet kinderopvang schrappen voor 2028
De kamer,
constaterende dat vanaf 2029 gemeenten ouders met lage inkomens
mogen helpen met hun eigen bijdrage in de kinderopvang te betalen;
verzoekt de regering om artikel 1.13 van de Wet kinderopvang voor 2028
te schrappen, zodat gemeenten eerder in staat gesteld worden om
gezinnen met lage inkomens te helpen de eigen bijdrage in de kinderopvang op te brengen, en hiervoor bijvoorbeeld de middelen voor een
soepele transitie naar het nieuwe financieringsstelsel aan te wenden.
Argumenten voor: De partij wil armoede bestrijden door het minimumloon te verhogen en gekoppelde uitkeringen te laten stijgen [3]. Ook streeft de partij naar een goede jeugd voor ieder kind [2] en een eerlijke overheid die naast de mensen staat [1].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die de financiƫle ondersteuning van gezinnen met lage inkomens voor kinderopvang afwijzen.
Bronnen:
"Als overheden schade veroorzaken, wordt die ruimhartig vergoed. Onder meer de jarenlange gaswinning in Groningen, de PFAS-problematiek, de mijnbouwschade in Limburg, de gevolgen van asbest en het toeslagenschandaal, maar ook de problemen bij het UWV hebben laten zien hoe mensen ernstig getroffen kunnen worden door een falende staat. De staat stopt met tot het uiterste procederen tegen slachtoffers. Om het vertrouwen van mensen te herstellen, bouwen wij aan een eerlijke overheid die niet tegenover maar naast de mensen staat."
"8.2 Een goede jeugd voor ieder kind"
"Het wettelijk minimumloon moet omhoog. Een verhoging van het minimumloon leidt ook tot de verhoging van alle salarissen boven het minimumloon. Dit zal zorgen voor meer economische activiteit, meer innovatie, minder armoede en minder afhankelijkheid van export. We verhogen het minimumloon direct naar 18 euro per uur en er komt een wettelijke ondergrens van 60 procent van het mediane loon van voltijds werkenden. Alle gekoppelde uitkeringen stijgen mee."