Betaalbare kinderopvang voor arme gezinnen

De regering moet voorkomen dat de armste gezinnen er op achteruitgaan bij de nieuwe regelingen voor kinderopvang. Met een vergoedingspercentage van 95,6% betalen ouders met een laag inkomen namelijk meer dan in het huidige stelsel.

Motie van de leden Moorman en Dobbe over zorgen dat de armste gezinnen er niet op achteruitgaan wanneer de kinderopvang bijna gratis wordt

De kamer, van mening dat kinderopvang toegankelijk en betaalbaar moet zijn voor iedereen, maar dat met een vergoedingspercentage van 95,6% ouders met een laag inkomen in het nieuwe stelsel meer moeten betalen dan nu; verzoekt de regering om te zorgen dat de armste gezinnen er niet op achteruitgaan wanneer de kinderopvang bijna gratis wordt.
7 oktober | PRO, SP | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft ernaar dat kinderopvang gratis wordt voor alle kinderen, ongeacht de werksituatie van de ouders [1]. Ook wordt benadrukt dat elk kind, ongeacht inkomen of achtergrond, gelijke kansen moet hebben om talenten te ontwikkelen en dat de toegang tot kinderopvang niet afhankelijk mag zijn van de gezinssituatie [3][4]. Daarnaast pleit de partij voor begeleiding van ouders in kwetsbare sociaal-economische posities [2].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die de wens uitspreken om de financiële positie van arme gezinnen bij een stelselwijziging niet te willen beschermen.

Bronnen:

  1. "We willen dat het mogelijk wordt dat de kinderopvang voor alle kinderen, ongeacht de werksituatie van de ouders, gratis wordt voor drie dagen per week. Waarbij Volt de optie openhoudt om een inkomensafhankelijke ouderbijdrage te vragen aan ouders met een hoog inkomen (bijvoorbeeld een gezamenlijk inkomen boven de 100.000 euro), om de financiële haalbaarheid daarmee te vergroten."
  2. "Elk kind verdient een goede start. Volt pleit, naast zorgvuldig beleid, voor de begeleiding van ouders in een kwetsbare positie, bijvoorbeeld door hun sociaal-economische omstandigheden of een eventuele verstandelijke of psychische beperking."
  3. "Gelijke kansen beginnen in de klas. Ieder kind moet zich kunnen ontwikkelen, ongeacht inkomen, afkomst of woonplaats. Maar niet iedereen start met dezelfde kansen. Toegang tot onderwijs en kinderopvang verschilt nog te vaak per regio of gezinssituatie. Ook sluit het onderwijs niet altijd aan op de vaardigheden die in de toekomst nodig zijn."
  4. "Een goede start in het leven begint op school. Ieder kind moet dezelfde kansen krijgen om talenten te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of inkomen. Ook studeren moet voor iedereen toegankelijk zijn, zonder financiële drempels. De afgelopen jaren hadden studenten te maken met hoge kosten en onzekerheid. Dat moet veranderen. We zorgen dat studeren toegankelijker wordt, met een hogere basisbeurs en een verplichte stagevergoeding. Studenten krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen."