De regering moet de regels in de Wet kinderopvang uiterlijk in 2028 verruimen. Hierdoor krijgen gemeenten meer ruimte om de kosten voor kinderopvang aan ouders te vergoeden. Dit is nodig om de verschillen met België in Zeeuws-Vlaanderen te verkleinen. Een pilot om dit eerder te doen is ook mogelijk.
Motie van de leden Biekman en Van Ark over de verruiming van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang uiterlijk per 2028 toepassen
De kamer,
constaterende dat gemeenten momenteel alleen onder specifieke
voorwaarden de eigen bijdrage van ouders voor kinderopvang kunnen
vergoeden, wat voor Zeeuws-Vlaanderen betekent dat het de verschillen
met kinderopvang in België niet kan overbruggen;
constaterende dat het technisch mogelijk is de verruiming van artikel 1.13
van de Wet kinderopvang eerder in werking te laten treden, waardoor
gemeenten meer ruimte krijgen om de eigen bijdrage van ouders te
vergoeden, zonder dat daarmee de aanspraak op de landelijke kinderopvangtoeslag vervalt;
verzoekt de regering de verruiming van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang uiterlijk per 2028 toe te passen;
verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is de verruiming
eerder praktisch toe te passen, bijvoorbeeld via een pilot, zodat
gemeenten meer ruimte krijgen voor lokaal maatwerk.
Argumenten voor: De partij wil de kinderopvang bijna gratis maken [1][2] en investeren in de basis van jonge kinderen [3]. Daarnaast wil de partij dat gemeenten meer ruimte en middelen krijgen om lokale zaken te regelen [4][5].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen de motie.
Bronnen:
"Op weg naar deze publieke voorziening maken we de kinderopvang bijna gratis. Elk kind krijgt toegang tot vijf dagen opvang per week. Dat geldt ook voor kinderen van wie één ouder werkt."
"We maken kinderopvang op korte termijn bijna gratis en in de toekomst helemaal gratis. Het kindgebonden budget en de kinderbijslag voegen we samen. Zo gaan we van drie ingewikkelde regelingen naar één duidelijke bijdrage voor ouder en kind. Ook de zorgtoeslag schaffen we af. Het individuele basisbedrag zorgt ervoor dat het inkomen van mensen op peil blijft. Zo ontstaat eindelijk een systeem dat meer bestaanszekerheid biedt."
"Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
"Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."
"Gemeenten hebben steeds meer taken van het Rijk gekregen zonder voldoende geld. Daarom verhogen we de bijdragen van het Rijk aan gemeenten. Daarnaast krijgen gemeenten meer mogelijkheden voor lokale belastingen en heffingen. Zo hebben ze meer zeggenschap over hun inkomsten en kunnen ze beter zelf keuzes maken én verantwoorden aan inwoners. Dit hoeft niet te betekenen dat inwoners meer belasting gaan betalen: hogere lokale belastingen gaan samen met lagere inkomstenbelastingen."