De regering moet alle correspondentie en gesprekken met de Europese Commissie over de DAEB-constructie bij de kinderopvang delen. De Kamer moet weten wat de Europese Commissie precies heeft gezegd over staatssteun. Dit is nodig om te bepalen of het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang wel mag volgens de Europese regels.
Motie van het lid Van Houwelingen over relevante correspondentie met de Europese Commissie over staatssteun en de DAEB-constructie voor kinderopvang met de Kamer delen
De kamer,
constaterende dat het kabinet de keuze voor een DAEB bij de nieuwe
financiering van de kinderopvang mede baseert op informeel overleg met
de Europese Commissie over staatssteun;
overwegende dat het voor de beoordeling van het wetsvoorstel van
belang is wat de Europese Commissie hierover daadwerkelijk heeft
aangegeven en welke status deze uitlatingen hadden;
overwegende dat de Kamer moet kunnen beoordelen welke Europeesrechtelijke ruimte bestaat bij de inrichting van het nieuwe financieringsstelsel;
verzoekt de regering alle relevante correspondentie en gespreksverslagen
tussen de Nederlandse overheid en de Europese Commissie over
staatssteun en de DAEB-constructie bij het nieuwe financieringsstelsel
voor de kinderopvang met de Kamer te delen, zo nodig vertrouwelijk.
Argumenten voor: De partij wil dat de Kamer betere handvatten krijgt om subsidiariteit binnen Europese verordeningen en richtlijnen te waarborgen [1]. De informatievoorziening moet verbeterd worden zodat wetgeving met impact in Nederland tijdig in de Tweede Kamer besproken kan worden [1]. De partij vindt dat de volksvertegenwoordiging sturing moet kunnen geven en dat ministers geen Europese besluiten mogen steunen zonder mandaat van het parlement [1].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."