Regels voor gratis emissierechten heroverwegen

De regering moet de regels voor gratis emissierechten in het Europese emissiehandelssysteem heroverwegen. Bedrijven moeten hun rechten behouden als zij niet kunnen investeren in duurzaamheid door een gebrek aan energie- of CO2-infrastructuur. De huidige regels maken bedrijven internationaal minder concurrerend en zorgen voor extra kosten zonder extra klimaatwinst.

Motie van het lid Müller c.s. over de steun voor het voorgestelde conditionaliteitsprincipe bij gratis emissierechten heroverwegen

De kamer, overwegende dat gratis emissierechten in het Europese emissiehandelssysteem dienen ter bescherming tegen koolstoflekkage; overwegende dat de wetenschapstoets concludeert dat de voorgestelde investeringsvoorwaarden voor gratis emissierechten de bescherming tegen internationale concurrentie verzwakken en extra kosten veroorzaken, zonder extra klimaatwinst; overwegende dat bedrijven voor verduurzamingsinvesteringen afhankelijk zijn van tijdig beschikbare energie- en CO2-infrastructuur; verzoekt de regering haar steun voor het voorgestelde conditionaliteitsprincipe bij gratis emissierechten te heroverwegen en zich ervoor in te zetten dat bedrijven geen gratis emissierechten verliezen wanneer zij verduurzamingsinvesteringen niet kunnen realiseren doordat noodzakelijke randvoorwaarden buiten hun invloed ontbreken.
7 oktober | VVD, CDA, JA21, SGP | Aangenomen: 93–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat bedrijven de ruimte krijgen om te verduurzamen, bijvoorbeeld door meer ruimte op het energienet te creëren [4] en door te zorgen voor een rechtvaardige transitie voor bedrijven die internationaal niet concurrerend blijken [5].

Argumenten tegen: De partij hanteert een 'wortel en stok'-aanpak [1], waarbij zij bedrijven onder strenge voorwaarden wil helpen [1]. Als bedrijven zich niet houden aan afspraken, moet er terugbetaling worden geëist [1]. Daarnaast stelt de partij dat vervuiling een prijs heeft [3] en dat bedrijven die niet tijdig verduurzamen geen plek in het land hebben [2].

Bronnen:

  1. "Naast de wortel ook de stok. We helpen bedrijven die willen verduurzamen financieel, maar onder strenge voorwaarden. Zoals een geloofwaardig pad naar klimaatneutraliteit. We blijven niet eindeloos in gesprek met partijen die niet in de meewerkstand staan. Er komt een deadline voor het opstellen van een klimaatplan en als bedrijven zich niet houden aan afspraken wordt terugbetaling geëist. Naast financiële prikkels komt er ook stevige normering, bijvoorbeeld een uitbreiding van de energiebesparingsplicht en bindende besparingsdoelen per sector."
  2. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  3. "Vervuiling heeft een prijs. Vervuiling heeft een prijs. Fossiele vervuilers ontvangen nu tientallen miljarden aan subsidies voor hun vervuilende activiteiten. Deze fossiele subsidies zetten duurzame bedrijven op achterstand en houden de fossiele economie in stand. We bouwen fossiele subsidies zo snel mogelijk af, zoveel mogelijk in Europees verband, maar met de afbouw van Nederlandse fossiele subsidies wachten we niet op Europa. We voeren een volledig verbod in op reclames voor fossiele producten en diensten."
  4. "Ruimte op het energienet. Er komt meer ruimte op het energienet, zodat bedrijven wel uit kunnen breiden of verduurzamen, zie hoofdstuk 'Klimaat en Energie'."
  5. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."