Compensatie energiekosten voor de industrie

De regering moet uiterlijk 1 december 2026 een voorstel doen om de achterstand in de compensatie van energiekosten voor de industrie weg te werken. Nu is de positie van de Nederlandse industrie nadelig vergeleken met België, Duitsland en Frankrijk, wat de concurrentiepositie schaadt.

Motie van het lid Van den Berg over een concreet voorstel om aantoonbare Nederlandse achterstanden in compensatie van energiekosten weg te nemen

De kamer, constaterende dat de regering een actualisatie heeft aangekondigd van de internationale vergelijking van energiekosten en compensatiemaatregelen voor de industrie; overwegende dat eventuele resterende Nederlandse achterstanden ten opzichte van concurrerende lidstaten de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie kunnen schaden; verzoekt de regering op basis van deze actualisatie uiterlijk 1 december 2026 een concreet voorstel aan de Kamer voor te leggen om aantoonbare Nederlandse achterstanden in compensatie ten opzichte van België, Duitsland en Frankrijk weg te nemen; verzoekt de regering daarbij de uitvoerbaarheid en budgettaire gevolgen inzichtelijk te maken en expliciet de inzet van nationale ETS-veilingopbrengsten en mogelijke begrotingsherschikkingen als dekkingsopties te betrekken.
7 oktober | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de industrie competitief houden [4] en streeft naar lage energiekosten voor bedrijven [2]. De partij erkent dat de industrie kampt met hoge energiekosten [1] en wil de industrie ondersteunen bij de elektrificatie [6].

Argumenten tegen: De partij wil fossiele subsidies afbouwen [3]. Daarnaast wil de partij de impact van bepaalde sectoren beperken [7] en geeft aan dat bedrijven die niet tijdig verduurzamen geen plek krijgen in de nieuwe economie [5].

Bronnen:

  1. "Duurzame stroom voor onze industrie. De tijd van goedkoop gas uit Groningen en Rusland is voorbij, en de industrie kampt met hoge energiekosten. Gelukkig biedt de Noordzee unieke kansen voor betaalbare windenergie."
  2. "Ruimte op het energienet. Met snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn we eerder onafhankelijk van fossiele subsidies. We komen met een Energieversnellingswet, die regelt dat vergunningen voor kritieke energieinfrastructuur, zoals voor verdeelstations en extra stroomkabels, eerder kunnen worden afgegeven. Ook krijgt de aanleg van deze infrastructuur voorrang als er door de beperkte stikstofruimte keuzes gemaakt moeten worden welke activiteiten mogelijk zijn. Daarnaast gaan we slimmer gebruik maken van het elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld door bedrijven en huishoudens te stimuleren om buiten de spits stroom te gebruiken, oplossingen als batterijen en elektrolyse te ondersteunen, en de lokale energievraag beter af te stemmen met het lokale aanbod uit zon en wind. Partijen met een maatschappelijk belang krijgen voorrang op het net. We stimuleren coöperatief eigendom en beheer van nieuwe duurzame energiebronnen. De overheid stuurt actief op een eerlijk en duurzaam energiesysteem en onderzoekt waar energie in publieke handen moet komen. Kosten voor huishoudens en bedrijven houden we laag door energienetten langer te gebruiken, de kosten van investeringen in het net niet meteen in rekening te brengen bij afnemers, maar uit te smeren over de tijd, en door nettarieven te differentiëren. Nieuwe woonwijken krijgen een eigen wijk- of buurtbatterij. Die slaat stroom op als de wijk stroom over heeft en levert het terug als zon en wind het laten afweten. Dat is voordeliger en solidairder dan een batterij in elke woning. Het ontlast bovendien het elektriciteitsnet."
  3. "Vervuiling heeft een prijs. Vervuiling heeft een prijs. Fossiele vervuilers ontvangen nu tientallen miljarden aan subsidies voor hun vervuilende activiteiten. Deze fossiele subsidies zetten duurzame bedrijven op achterstand en houden de fossiele economie in stand. We bouwen fossiele subsidies zo snel mogelijk af, zoveel mogelijk in Europees verband, maar met de afbouw van Nederlandse fossiele subsidies wachten we niet op Europa. We voeren een volledig verbod in op reclames voor fossiele producten en diensten."
  4. "Tempo maken. We zetten alles op alles om de klimaatcrisis aan te pakken. Dat kan je niet alleen aan de markt overlaten. Zonneparken kunnen niet aangesloten worden op het energienet, nieuwe woningen en verduurzaming lopen vertraging op; de stilstand is compleet. Meer ruimte op het energienet kan niet wachten. Daarom investeren we fors in het uitbreiden van het elektriciteitsnet. We investeren in schone en betaalbare energie uit wind-op-zee. Om dat te bereiken sluiten we een Noordzeepact tussen overheid, energiebedrijven, industrie en netbeheerders. Met goedkope energie houden we de energierekening betaalbaar en maken we onze industrie competitiever en duurzamer."
  5. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  6. "Daarom versnellen we de aanleg van windmolenparken op zee om de industrie te laten elektrificeren. Ook sluit de overheid een Noordzeepact met wind- en waterstofproducenten, industriële afnemers en netbeheerders, met langjarige verbintenissen die zekerheid bieden. De overheid neemt een deel van de financiële risico's op zich maar deelt ook mee in de winst."
  7. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."