De regering moet uiterlijk 1 december 2026 een voorstel doen om de achterstand in de compensatie van energiekosten voor de industrie weg te werken. Nu is de positie van de Nederlandse industrie nadelig vergeleken met België, Duitsland en Frankrijk, wat de concurrentiepositie schaadt.
Motie van het lid Van den Berg over een concreet voorstel om aantoonbare Nederlandse achterstanden in compensatie van energiekosten weg te nemen
De kamer,
constaterende dat de regering een actualisatie heeft
aangekondigd van de internationale vergelijking van energiekosten en
compensatiemaatregelen voor de industrie;
overwegende dat eventuele resterende Nederlandse achterstanden ten
opzichte van concurrerende lidstaten de concurrentiepositie van de
Nederlandse industrie kunnen schaden;
verzoekt de regering op basis van deze actualisatie uiterlijk 1
december 2026 een concreet voorstel aan de Kamer voor te leggen om
aantoonbare Nederlandse achterstanden in compensatie ten opzichte van
België, Duitsland en Frankrijk weg te nemen;
verzoekt de regering daarbij de uitvoerbaarheid en budgettaire
gevolgen inzichtelijk te maken en expliciet de inzet van nationale
ETS-veilingopbrengsten en mogelijke begrotingsherschikkingen als
dekkingsopties te betrekken.
Argumenten voor: Het programma bevat geen argumenten om de industrie te compenseren voor verschillen in energiekosten; de nadruk ligt juist op het afschaffen van uitzonderingen en subsidies [1][2].
Argumenten tegen: De partij wil alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie wegnemen [1] en de energiebelasting voor grootverbruikers afbouwen om een gelijk speelveld in de EU te creëren [2]. Daarnaast wil de partij alle overheidssteun aan de oude industrie staken om ruimte te maken voor sectoren met groeiperspectief [3] en de focus verleggen van de huidige energie-intensieve basisindustrie naar een hoogwaardige maakindustrie [4].
Bronnen:
"We nemen alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie weg. Zo wordt alle industrie in gelijke mate gevraagd te verduurzamen. We pakken dit Europees aan."
"We faseren alle uitzonderingen op de energiebelasting uit - zoals de verlaging van de belasting op aardgas en elektriciteit voor grootverbruikers. Om een race-to-the-bottom te voorkomen werken we toe naar een gelijk speelveld op het gebied van energie in de EU, waarbij elke lidstaat dezelfde normen voor energiebelasting hanteert."
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."