Agenda bij JEF-bijeenkomsten naar Kamer

De regering moet de Kamer een agenda met uitleg sturen als de JEF op ministerieel niveau bijeenkomt. De Joint Expeditionary Force (JEF) is een militaire samenwerking tussen Noordwest-Europese en Scandinavische landen. Deze samenwerking wordt steeds belangrijker voor de veiligheid van Nederland.

Motie van de leden Diederik van Dijk en Belhirch over een geannoteerde agenda naar de Kamer sturen als de JEF op ministerieel niveau bijeenkomt

De kamer, constaterende dat het belang van de Joint Expeditionary Force (JEF) voor Nederland, andere Noordwest-Europese en Scandinavische NAVO-landen toeneemt; overwegende dat dit militaire samenwerkingsverband niet alleen operationele meerwaarde biedt in aanvulling op de NAVO, maar ook politieke betekenis heeft; verzoekt de regering voortaan een geannoteerde agenda aan de Kamer te doen toekomen als de JEF op ministerieel niveau bijeenkomt.
8 oktober | SGP, D66 | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil de samenwerking binnen de Europese pijler van de NAVO versterken om de afhankelijkheid van de VS te verkleinen [1]. Daarnaast stelt de partij dat defensie onderdeel moet zijn van een integraal veiligheidsbeleid waarbij voldoende politieke controle gewaarborgd is [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen een verhoogde transparantie of de versterking van de Europese defensiesamenwerking.

Bronnen:

  1. "De mate waarin Europa afhankelijk is van de VS binnen de NAVO is niet toekomstbestendig. Daarom moet de samenwerking binnen de Europese pijler van de NAVO worden versterkt. Dit doen we door investeringen, werkwijze en strategieën beter op elkaar aan te laten sluiten (bijvoorbeeld via het NAVO Defensieplanningsproces). Binnen de"
  2. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."