Klacht tegen Georgië bij het Europees Hof

De regering moet samen met andere landen een klacht indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen Georgië. De Georgische autoriteiten gebruiken geweld en strenge wetten tegen vreedzame demonstranten. Hierdoor volgt het land het Russisch model.

Motie van het lid Rajkowski over met gelijkgezinde partners op grond van artikel 33 EVRM een klacht tegen Georgië indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

De kamer, constaterende dat de Georgische autoriteiten repressieve wetgeving en politiegeweld tegen vreedzame demonstranten inzet; overwegende dat deze ontwikkelingen passen in een patroon waarbij Georgië afglijdt naar Russisch model; constaterende dat de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa lidstaten heeft opgeroepen om gebruik te maken van het tussenstatelijk klachtrecht om dit te bestraffen; verzoekt de regering om samen met gelijkgezinde partners een klacht op grond van artikel 33 EVRM tegen Georgië in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
8 oktober | VVD | Aangenomen: 102–47 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een politiek die stevig staat voor grondrechten, waarbij het demonstratierecht als een groot goed wordt beschouwd [1][3]. Daarnaast is de partij bereid om internationaal rechtsbeginselen en de bescherming van burgers via internationale gerechtshoven te steunen [2]. De partij zet zich in voor het versterken van de multilaterale rechtsorde en wil mensenrechtenschendingen en autocratische regimes actief aanpakken [2].

Argumenten tegen: Geen enkele fragment in het programma biedt argumenten tegen het gebruik van internationale juridische mechanismen om mensenrechtenschendingen aan te pakken.

Bronnen:

  1. "Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."
  2. "Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
  3. "Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."