Doelen voor het Europese landbouwbeleid

De regering moet zorgen dat voedselzekerheid, landbouwproductiviteit en een eerlijk boereninkomen centraal staan in het Europese landbouwbeleid. Nieuwe regels moeten eerst worden getest op hun effect op deze doelen. Eigen voedselproductie is nodig voor betaalbaar eten en minder afhankelijkheid van andere landen.

Motie van het lid Van der Plas

De kamer, overwegende dat een sterke eigen voedselproductie essentieel is voor betaalbaar voedsel en minder afhankelijkheid van derde landen; verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat voedselzekerheid, landbouwproductiviteit en een eerlijk boereninkomen centraal staan in het toekomstige Europese landbouwbeleid, en nieuwe verplichtingen vooraf worden getoetst op hun gevolgen voor deze doelen.
13 oktober | BBB |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de strategische autonomie vergroten en minder afhankelijk zijn van externe partners [11182, 11252], wat bijdraagt aan de voedselzekerheid. Daarnaast zetten zij zich in voor een eerlijke prijs voor de boer [1] en een vergoeding voor boeren voor het beheer van het landschap [11088, 11089].

Argumenten tegen: De partij wil de landbouw aanpassen aan de natuurlijke draagkracht [2], wat de productiecapaciteit op de korte termijn zou kunnen beperken, maar het programma biedt geen direct tegenargument voor de motie.

Bronnen:

  1. "Gezond eten en eerlijke prijs voor de boer. Iedereen is gebaat bij gezond eten zonder schadelijke stoffen en boeren die goed zorgen voor ons landschap. We kiezen voor circulaire landbouw, waarbij we landbouw aanpassen op wat het land aankan. Dat betekent minder dieren per hectare en strenge regels voor schadelijke bestrijdingsmiddelen. Dat beschermt de gezondheid van omwonenden en garandeert dat ons eten ook echt gezond is. Boeren krijgen een eerlijke prijs. Daar moet de hele keten, inclusief supermarkten, aan meewerken."
  2. "Van industriƫle naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriƫle landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."