De regering moet bij het uitwerken van generieke stikstofreductie geen algemene kortingen opleggen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die nog niet grondgebonden zijn. Zo voorkomen we grote economische schade voor individuele boeren en behouden we gerichte maatwerk. ››
De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel. ››
De regering moet wachten met het melden van vrijwillige beëindigingsregelingen aan de Europese Commissie totdat de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd. Vroegtijdige melding beperkt de begrotings- en beleidsruimte van het parlement. ››
De regering moet, als het areaal blijvend grasland afneemt, boeren belonen die grasland behouden en geen dwangmaatregelen opleggen om grasland te scheuren of om te zetten, omdat blijvend grasland essentieel is voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. ››
De regering moet de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven in kaart brengen en bij nieuwe beëindigingsregelingen de gevolgen voor deze functies en de leefbaarheid van het platteland meewegen. Het verdwijnen van boerenbedrijven raakt natuur, zorg, recreatie, educatie en sociale samenhang op het platteland. ››
De regering moet zorgen dat Staatsbosbeheer structureel samenwerkt met boeren en regionale partijen bij het beheer van natuurgebieden. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord, waarin staat dat natuurbeleid meer moet samenhangen met landbouw en regionale ontwikkeling. ››
De regering moet ervoor zorgen dat gemeenten die meer sociale huur bouwen dan het landelijke minimum niet worden bestraft of financieel benadeeld. Meer sociale huur kan de wooncrisis helpen oplossen. ››
De regering moet de uitsluitingsgronden schrappen die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken. Omdat dakloosheid veel vormen heeft en de ETHOS-definitie een breed erkend kader biedt. ››
De regering moet een plan presenteren aan de Kamer hoe zij de doelstelling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid voor 2030 (dakloosheid beëindigen) nog gaat halen. Het kabinet heeft dit doel zelf gesteld; zonder nieuw plan blijft het onzeker of het gehaald wordt. ››
De Minister moet ervoor zorgen dat gemeenten in een woningbouwregio binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet 30% sociale huur en 37% middensegmentwoningen programmeren, wanneer nog geen regionale afspraken zijn gemaakt. Dit voorkomt vertraging en tekort aan betaalbare woningen door verzwakte eisen en lange overleggen. ››
De regering moet geen rijksbijdragen verstrekken aan gemeenten die extra betaalbaarheidseisen stellen boven de landelijke norm. Dit voorkomt dat geld naar projecten gaat die financieel haalbaar is en vertraging veroorzaakt. ››
De regering moet het Besluit volkshuisvesting aanpassen zodat bij nieuwbouw twee derde van de woningen betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur. Dit creëert ruimte voor middenhuur en betaalbare koop en lost het tekort aan middensegmentwoningen op. ››
De regering moet het wetsvoorstel versnellen dat de voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen wordt afgeschaft. Dit voorkomt dat statushouders via gemeentelijke regelingen voorrang krijgen terwijl de druk op sociale huur groot is en reguliere woningzoekenden vaak jaren wachten, en zorgt voor gelijke behandeling en meer draagvlak voor asiel- en huisvestingsbeleid. ››
De regering moet een haalbaarheidsonderzoek doen naar samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse gemeenten om de uitvoeringscapaciteit voor woningbouw te verhogen. Veel Nederlandse gemeenten hebben nu te weinig mensen en middelen om woningen snel te bouwen. ››
De regering moet ervoor zorgen dat woongerelateerde gegevens ook op gemeentelijk niveau beschikbaar komen. Zo kunnen gemeenten beter beleid maken voor woningbouw en huisvesting. ››
De regering moet vastleggen dat de tijd waarin een betaalbare koopwoning goed onderhouden moet worden, begint bij de oplevering van de woning. Nu begint deze tijd bij het tekenen van de koopovereenkomst, waardoor deze woningen korter beschikbaar zijn voor mensen die een betaalbare koopwoning zoeken. ››
De regering moet knelpunten bij vergunningverlening in woningbouwprojecten inventariseren en mogelijke oplossingen in kaart brengen. Tijdige en adequate vergunningverlening is essentieel om voldoende woningen te realiseren. ››
De regering moet gemeenten die minimaal 25% betaalbare koopwoningen bouwen voorrang geven op bestaande regelingen zoals de Woningbouwimpuls. Jongeren hebben nu gemiddeld €100.000 bruto nodig om een huis te kopen, waardoor betaalbare woningen schaars zijn. ››
De regering moet onderzoeken hoe gemeenten kunnen worden gestimuleerd en beloond om alternatieve huisvesting voor statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) en andere doelgroepen die flexibele woningen nodig hebben te realiseren. Veel Nederlanders staan langdurig op de wachtlijst voor sociale huurwoningen omdat statushouders voorrang krijgen. ››
De regering moet doorgaan met het uitwerken van een integrale nationale voedselstrategie en dit voor de zomer met de Kamer delen. Voedselzekerheid is steeds belangrijker voor de weerbaarheid van Nederland en Europa in een onstabiele wereld. ››