De regering moet schimmel- en vochtproblemen in huizen zien als een officieel gevaar voor de gezondheid. Bij woningen met deze problemen moet de overheid direct ingrijpen door renovatie te verplichten of bewoners tijdelijk ergens anders te laten wonen. De huidige doelen worden niet gehaald, waardoor gezinnen en kinderen nog steeds ongezonde schimmels inademen. ››
De regering moet de extra huurverhoging van 0,5 procent in de sociale huursector schrappen. Vanaf juli 2026 mag de huur dan alleen nog stijgen met het gemiddelde inflatiecijfer. De extra verhoging zorgt namelijk voor onnodig hoge woonlasten voor huurders. Alleen het inflatiecijfer gebruiken geeft genoeg stabiliteit voor de toekomst. ››
De regering mag sloop van sociale huurwoningen alleen toestaan als er in dezelfde wijk evenveel betaalbare huizen terugkomen. Ook moeten bewoners de garantie krijgen dat zij kunnen terugkeren naar de nieuwbouw. Elk jaar worden tienduizenden sociale huurwoningen gesloopt. Dit zorgt ervoor dat bewoners hun buurt moeten verlaten en dat er minder betaalbare woningen overblijven. ››
De regering moet een systeem maken om illegale onderverhuur van sociale huurwoningen bij te houden. Er is nu te weinig zicht op deze fraude, terwijl er signalen zijn dat ook statushouders hierbij betrokken zijn. In het systeem moet duidelijk worden welke verschillende groepen mensen de regels overtreden. ››
Het kabinet moet samen met gemeenten en woningcorporaties een actieplan maken tegen woonfraude. Er is ook geld nodig voor deze aanpak. Op dit moment worden zeker 100.000 sociale huurwoningen illegaal onderverhuurd. Dit misbruik is onacceptabel tijdens de huidige woningnood. ››
Het kabinet moet een programma starten om de bouw van studentenkamers buiten de vier grootste steden te versnellen. Veel gemeenten en woningcorporaties hebben daar nu te weinig kennis over. Door deze kennis te delen en regels aan te passen, kunnen er sneller nieuwe kamers worden gebouwd. Er is namelijk een groot tekort aan woonruimte voor studenten. ››
De regering moet regelen dat de prijs van bouwgrond wordt bepaald door het huidige gebruik en niet door de toekomstige waarde. Nu wordt grond vaak te duur omdat er later huizen op komen. Door uit te gaan van de huidige waarde dalen de kosten voor de overheid. Dit zorgt ervoor dat woningen betaalbaar blijven en sneller gebouwd kunnen worden. ››
De regering moet onderzoeken hoe een nieuwe landelijke grondfaciliteit wooncoöperaties kan helpen bij het kopen van grond. Wooncoöperaties zijn groepen bewoners die samen hun eigen woningen beheren. Het is voor hen nu vaak te moeilijk en te duur om aan bouwgrond te komen, terwijl zij juist zorgen voor betaalbare woningen. ››
De regering moet samen met gemeenten en provincies een nationale grondbank oprichten. Deze bank moet grond kopen en uitgeven voor maatschappelijke doelen zoals woningbouw. Nu zijn grondprijzen vaak te hoog en zorgt handel in grond voor vertraging bij het bouwen van huizen en de overstap naar schone energie. ››
De regering moet een vergunning en een landelijk register voor makelaars invoeren. Meer verhuurbemiddelaars werken nu mee aan discriminerende verzoeken van huiseigenaren. Met een vergunningsplicht kunnen makelaars die mensen uitsluiten beter worden aangepakt. ››
De regering moet met makelaars afspreken dat zij biedingen op huizen niet meer tussentijds mogen inzien. Nu drijven makelaars en verkopers de woningprijzen op doordat zij precies weten wat er geboden wordt. Hierdoor kunnen starters bijna geen huis meer kopen. ››
De minister moet voor de zomer een plan maken waardoor woningcorporaties makkelijker geld kunnen lenen voor middenhuurwoningen. Door nieuwe Europese regels mogen corporaties meer van dit soort woningen bouwen. Dit helpt om het tekort aan betaalbare huizen sneller aan te pakken. ››
De regering moet de huren in de sociale sector voor 2026 bevriezen. Ook moet de belasting op winst voor woningcorporaties verdwijnen. De woonlasten voor huurders zijn te hoog. De belasting die corporaties nu betalen kost de sector 1,5 miljard euro per jaar. Zonder deze belasting is er meer geld om de huren laag te houden. ››
De regering moet samen met makelaars en de Vereniging Eigen Huis afspraken maken over een uniform biedproces. Op dit moment zijn biedingen op huizen niet voor iedereen controleerbaar. Als vrijwillige afspraken niet lukken, moet de regering nieuwe wetten voorbereiden. Zo krijgt iedere koper een duidelijk en eerlijk overzicht van hoe de verkoop van een woning verloopt. ››
De regering moet de provincie Zuid-Holland overtuigen om de bouw van woningen in Park Weidevogel in Koudekerk alsnog goed te keuren. De provincie hield het plan eerder tegen omdat er buiten de stadsgrenzen gebouwd zou worden. Er is lokaal veel steun voor het project en de nieuwe huizen zijn hard nodig om het woningtekort in het dorp op te lossen. ››
De regering moet voor elke grote woningbouwlocatie in Nederland een concreet plan van aanpak maken. Er zijn al tientallen plekken aangewezen voor veel woningen, maar voor een deel daarvan ontbreken nog duidelijke plannen voor ondersteuning. Met deze plannen kan de bouw van nieuwe huizen sneller van start gaan. ››
De regering moet ervoor zorgen dat regels van provincies de bouw van nieuwe huizen niet tegenhouden. Nu verschillen de regels van provincies soms van de landelijke regels. Dit is slecht voor het oplossen van de woningcrisis. De regering moet daarom per provincie onderzoeken welke lokale regels de woningbouw beperken. ››
De regering moet de verplichte taak voor gemeenten om statushouders te huisvesten zo snel mogelijk afschaffen. Dit moet tegelijk gebeuren met de nieuwe wet die de automatische voorrang voor statushouders op de woningmarkt stopt. Zo krijgen gemeenten meer ruimte bij het verdelen van woningen. ››
Aangenomen op 21 januari: 71 - 79
G-Markus
JA21
VVD
SGP
FVD
BBB
PVV
PvdD
Volt
GL-PVDA
50PLUS
DENK
SP
D66
CDA
CU
14 januari, Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711)
De regering moet de grens voor contante betalingen verhogen van 3.000 naar 10.000 euro. Nu zijn grote aankopen onmogelijk bij technische storingen aan het digitale betaalsysteem. Ook voelen burgers zich onterecht gewantrouwd door de huidige lage grens voor betalingen met briefgeld en munten. ››
De regering mag de regels voor bonussen in de financiële sector niet nog verder versoepelen. De huidige wetgeving is er juist gekomen om buitensporige beloningen na de financiële crisis te stoppen. ››