De regering moet de Kamer voor het zomerreces informeren wat nodig is om de bestuursrechtelijke premie op wanbetalers af te schaffen. Die premie helpt niet bij mensen die niet willen betalen en veroorzaakt alleen schulden bij mensen die niet kunnen betalen. ››
19 maart | CU
| Aangenomen: 149–1 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat het AEF-rapport «Werking en effecten van de hogere
bestuursrechtelijke premie op verzekerden met een betalingsachterstand»
concludeert dat de bestuursrechtelijke premie op de wanbetalersregeling
niet het effect heeft zoals beoogd;
overwegende dat de huidige premieopslag geen effect heeft op de
wanbetalers die niet willen betalen, en ondertussen wel tot ernstige
problemen en schulden leidt voor wanbetalers die niet kunnen afbetalen;
spreekt uit dat de premieopslag moet verdwijnen;
verzoekt de regering de Kamer voor het zomerreces te informeren over
wat daarvoor nodig is.
Sluiten De regering moet vrijwilligersorganisaties een structurele en vaste positie geven binnen de overlegstructuren rond problematische schulden. Vrijwillige schuldhulpverlening speelt een cruciale rol in Nederland. ››
19 maart | CU, SGP
| Aangenomen: 150–0 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat vrijwillige schuldhulpverlening een cruciale rol speelt in
Nederland;
verzoekt de regering de samenwerking met vrijwilligersorganisaties
binnen de schuldhulpverlening te versterken door:
– hen een structurele en vaste positie te geven binnen de overlegstructuren rond problematische schulden;
– hen tevens een nadrukkelijke rol toe te kennen in de nazorg na
afgeronde saneringstrajecten.
Sluiten De regering moet bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders. Een kind krijgen mag geen financiële straf zijn. ››
19 maart | CU, SGP
| Aangenomen: 105–45 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het maximumdagloon voor alle uitkeringsregelingen
met 20% wordt verlaagd;
spreekt uit dat de blijde gebeurtenis van de geboorte van een baby
financieel niet bestraft mag worden;
verzoekt de regering te bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders.
Sluiten De regering moet sociale partners oproepen christelijke feestdagen in cao's te behouden en niet te vervangen door islamitische feestdagen, en dit principe ook hanteren bij de cao Rijk. Christelijke feestdagen maken steeds plaats voor islamitische feestdagen, terwijl onze samenleving christelijke wortels heeft. ››
19 maart | SGP
| Verworpen: 74–76 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat in steeds meer cao’s christelijke feestdagen plaats
moeten maken voor islamitische feestdagen;
verzoekt de regering sociale partners op te roepen rekening te houden
met de christelijke wortels van onze samenleving en daarom christelijke
feestdagen in cao’s niet in te wisselen voor islamitische feestdagen;
verzoekt de regering dit principe ook als uitgangspunt te hanteren bij
onderhandelingen over de cao Rijk.
Sluiten De regering moet een eenvoudige kantoren-RI&E ontwikkelen waarbij kleine kantoorbedrijven (max 25 werknemers) worden uitgezonderd van externe toetsing en deze RI&E dit najaar met de Kamer delen. Omdat de risico's op kantoor relatief beperkt zijn, kunnen deze werkgevers zonder extra controle veilig werken. ››
19 maart | SGP, VVD
| Aangenomen: 114–36 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat werkgevers met maximaal 25 werknemers die een
erkende branche-RI&E gebruiken, zijn uitgezonderd van verplichte externe
toetsing, maar dat er geen aparte branche is voor kantoren;
overwegende dat de arborisico’s in een kantooromgeving relatief beperkt
zijn;
verzoekt de regering werk te maken van een eenvoudige kantoren-RI&E
waarbij kleinere werkgevers met een kantoorlocatie worden uitgezonderd
van externe toetsing en deze RI&E uiterlijk dit najaar met de Kamer te
delen;
verzoekt de regering daarnaast te verkennen hoe in de toekomst meer
bedrijven met lage risico’s kunnen worden uitgezonderd van
RI&E-verplichtingen.
Sluiten De regering moet alle alternatieven voor de verlaging van het maximumdagloon (het hoogste bedrag dat per dag bij een uitkering mag) van uitkeringen met 20% in kaart brengen. Er zijn zorgen dat deze verlaging nadelige gevolgen heeft voor kwetsbare uitkeringsgerechtigden, zoals ouders die gebruik maken van verlofregelingen. ››
19 maart | SGP, JA21
| Aangenomen: 121–29 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat een verlaging van het maximumdagloon van uitkeringen met 20% in het coalitieakkoord is opgenomen;
overwegende dat er zorgen bestaan over de effecten hiervan op uitkeringsgerechtigden, zoals bij kwetsbare groepen, bestaande gevallen en
ouders die gebruik maken van verlofregelingen;
verzoekt de regering alle alternatieven voor deze maatregel in kaart te
brengen, waaronder in ieder geval een eerbiedigende werking voor
bestaande uitkeringsgerechtigden, en de Kamer over de uitkomsten
hiervan te informeren.
Sluiten De regering moet de Kamer elke drie maanden informeren over hoe de nieuwe handhaving op schijnzelfstandigheid werkt en wat de gevolgen zijn voor de arbeidsmarkt. De effecten van deze aanpak zijn nog onduidelijk. ››
19 maart | DENK
| Aangenomen: 150–0 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de handhavingsstrategie rond zzp’ers recent is
aangepast en de zogenoemde «zachte landing» tot het einde van dit jaar
loopt;
overwegende dat de effecten van deze handhavingsstrategie in de praktijk
nog in ontwikkeling zijn en dat op termijn nieuwe wetgeving wordt
voorzien;
verzoekt de regering de Kamer periodiek te informeren over de effecten
op de arbeidsmarkt en de uitvoering van de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Sluiten De regering moet inzicht geven in welke onderdelen van de handhavingsstrategie «zachte landing» nu kunnen worden gebruikt. Ze moet deze waar mogelijk toe passen en de Kamer hierover informeren. De effecten van deze aanpak zijn nog onzeker en er komt nieuwe wetgeving voor zzp’ers. ››
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de handhavingsstrategie rond zzp’ers recent is
aangepast en de zogenoemde «zachte landing» tot het einde van dit jaar
loopt;
overwegende dat de effecten van deze handhavingsstrategie in de praktijk
nog in ontwikkeling zijn en dat op termijn nieuwe wetgeving wordt
voorzien;
verzoekt de regering om inzicht te geven in welke elementen van de
handhavingsstrategie «zachte landing» op dit moment kunnen worden
ingezet en deze waar mogelijk toe te passen zolang er nog geen duidelijkheid bestaat over nieuwe wetgeving rond de positie van zzp’ers, en de
Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet voor het zomerreces meer duidelijkheid geven over de vervolgstappen en uitwerking van de nieuwe Zelfstandigenwet. Veel zelfstandigen en opdrachtgevers zitten nu in onzekerheid omdat niet duidelijk is wanneer er sprake is van zelfstandig ondernemerschap of een dienstverband. ››
19 maart | DENK, JA21
| Aangenomen: 127–23 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet een groot deel van het wetsvoorstel Vbar
heeft ingetrokken en heeft aangekondigd te werken aan een nieuwe
Zelfstandigenwet die duidelijkheid moet bieden over de positie van
zelfstandigen;
constaterende dat momenteel wel wordt gehandhaafd op schijnzelfstandigheid en dat tegelijkertijd veel zelfstandigen en opdrachtgevers nog
steeds in grote onzekerheid zitten over wanneer sprake is van zelfstandig
ondernemerschap en wanneer van een dienstverband;
overwegende dat het van groot belang is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over het nieuwe wettelijk kader voor zelfstandig werkenden;
verzoekt de regering om voor het zomerreces meer richting te geven aan
de vervolgstappen en de verdere uitwerking van de aangekondigde
Zelfstandigenwet.
Sluiten De regering moet de leefvormen in de AOW harmoniseren en voor Prinsjesdag een voorstel doen. Een eenvoudiger systeem verwijderd financiële belemmeringen voor mensen die samen willen wonen. ››
19 maart | CDA, D66
| Aangenomen: 118–32 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de AOW momenteel onderscheid maakt tussen 21
leefvormen en huishoudsituaties met verschillende rechten en
verplichtingen;
overwegende dat verdere harmonisatie van leefvormen binnen de AOW
kan bijdragen aan een eenvoudiger en beter uitlegbaar stelsel, met
mogelijk positieve maatschappelijke effecten zoals het wegnemen van
financiële belemmeringen om samen te wonen;
verzoekt de regering op korte termijn aan de slag te gaan met de
harmonisering van het aantal leefvormvarianten in de AOW en hier voor
Prinsjesdag een voorstel voor te doen.
Sluiten De regering moet scenario's uitwerken voor mogelijke ontwikkelingen in de energieprijzen, per scenario de beschikbare of nodige maatregelen in kaart brengen en de Kamer hierover informeren. Eerdere geopolitieke spanningen hebben de energierekening doen stijgen, waardoor huishoudens financieel in de knel kunnen komen. ››
19 maart | CDA, D66, BBB
| Aangenomen: 150–0 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de geopolitieke situatie internationaal onzeker is en
invloed kan hebben op de energieprijzen en dat eerdere geopolitieke
spanningen hebben geleid tot sterke stijgingen van de energierekening,
die ertoe kunnen leiden dat huishoudens financieel in de knel komen;
overwegende dat het verstandig is om voorbereid te zijn op verschillende
scenario’s, zodat huishoudens sneller en effectiever kunnen worden
ondersteund wanneer de energielasten opnieuw sterk stijgen;
verzoekt de regering scenario’s uit te werken voor mogelijke ontwikkelingen in energieprijzen, per scenario in kaart te brengen welke maatregelen en instrumenten beschikbaar of nodig zijn om huishoudens te
ondersteunen, en de Kamer blijvend te informeren zodat tijdig kan
worden voorbereid op de ontwikkelingen.
Sluiten De regering moet onderzoeken wat nodig is voor automatisch uitkeren van ondersteuning, uitbreiden polisadministratie tot inkomensregister ook voor zelfstandigen en harmoniseren begrippen en gegevens. Veel mensen krijgen geen ondersteuning omdat het systeem complex is en ze bang zijn voor terugvorderingen; automatisch toekennen op basis van actuele inkomensgegevens is een bewezen oplossing. ››
19 maart | CDA, D66, GL-PvdA
| Aangenomen: 124–26 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat veel mensen op dit moment niet de inkomensondersteuning krijgen waar zij recht op hebben door complexiteit van het
stelsel, maar ook doordat zij regelingen niet aanvragen uit angst voor
terugvorderingen;
overwegende dat automatisch toekennen op basis van actuele inkomensgegevens hiervoor een oplossing kan bieden, wat bijvoorbeeld in België
succesvol is, en dat deze richting ook in het coalitieakkoord is
opgenomen;
verzoekt de regering op korte termijn in kaart te brengen wat er precies
nodig is voor het werken naar automatisch uitkeren, waaronder het
uitbreiden van de polisadministratie tot een volledig inkomensregister,
ook voor zelfstandigen, en het harmoniseren van begrippen en betere
gegevensuitwisseling, wat daarbij de knelpunten zijn, en wat de stappen
hiernaartoe zijn.
Sluiten De regering moet voorstellen doen om de taaleis in de Participatiewet als resultaatsverplichting te maken. Daarom is het belangrijk dat bijstandsgerechtigden snel beter Nederlands leren, niet alleen zich inspannen. ››
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de taaleis in de Participatiewet is vormgegeven als
inspanningsverplichting;
constaterende dat bij handhaving van de taaleis momenteel centraal staat
dat een bijstandsgerechtigde zich dient in te spannen om zijn of haar
beheersing van de Nederlandse taal te verbeteren;
overwegende dat het niet alleen de inspanning, maar ook het snel
daadwerkelijk beter beheersen van de Nederlandse taal van belang is;
verzoekt de regering met voorstellen te komen om de taaleis in de
Participatiewet nadrukkelijker als resultaatsverplichting vorm te geven.
Sluiten De regering moet in kaart brengen hoe regelingen in omringende landen leiden tot lager ziekteverzuim en minder instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen, de lessen voor Nederland onderzoeken en de Kamer informeren. Verschillen in regelingen beïnvloeden namelijk ziekteverzuim en re-integratie. ››
19 maart | JA21
| Aangenomen: 144–6 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederland relatief veel arbeidsongeschikten kent en dat
het ziekteverzuim en de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen
in de omringende landen lager liggen;
overwegende dat verschillen in regelingen van invloed kunnen zijn op
ziekteverzuim en re-integratie;
verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe en welke regelingen in
omringende landen bijdragen aan lager ziekteverzuim en minder instroom
in arbeidsongeschiktheidsregelingen, te bezien welke lessen hieruit
kunnen worden getrokken voor het Nederlandse stelsel en de Kamer
hierover te informeren.
Sluiten De regering moet nadere voorwaarden stellen aan de maatschappelijke participatie in de Participatiewet. Zo blijft het principe dat bijstandsgerechtigden een maatschappelijke tegenprestatie leveren, behouden. ››
19 maart | JA21
| Verworpen: 73–77 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de tegenprestatie in de Participatiewet is omgevormd
tot de zogeheten maatschappelijke participatie;
overwegende dat het leveren van een maatschappelijk relevante
tegenprestatie een belangrijk uitgangspunt binnen de bijstand dient te
zijn;
overwegende dat door het omvormen van de tegenprestatie naar de
maatschappelijke participatie dit principe onder druk kan komen te staan;
verzoekt de regering nadere voorwaarden te stellen aan de maatschappelijke participatie in de Participatiewet, met als insteek deze meer als
tegenprestatie richting de maatschappij vorm te geven.
Sluiten De regering moet uiterlijk bij Prinsjesdag met concrete scenario's komen om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te verkorten, met aandacht voor het mkb. Dit zou de last voor werkgevers verminderen en het aannemen van vaste werknemers makkelijker maken. ››
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de verplichte loondoorbetaling bij ziekte door
werkgevers, met name in het mkb, als een grote last wordt ervaren;
overwegende dat deze verplichting een drempel kan vormen voor
werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen;
overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken om de loondoorbetaling bij ziekte werkbaarder te maken voor werkgevers;
spreekt uit dat werkbaarder maken in ieder geval moet betekenen dat de
periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte wordt verkort;
verzoekt de regering om uiterlijk bij Prinsjesdag met concrete scenario’s
naar de Kamer te komen om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te
verkorten, met bijzondere aandacht voor de positie van het mkb.
Sluiten De regering moet een concrete terugvalmogelijkheid voor mensen met een WIA- of Wajong-uitkering uitwerken. Angst voor verlies van inkomen houdt veel mensen nu tegen om te werken. ››
19 maart | VVD, D66, CU, CDA
| Aangenomen: 150–0 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat voor veel mensen in de WIA en de Wajong de stap naar
werk financieel en praktisch risicovol is, omdat zij bij (gedeeltelijke)
werkhervatting hun uitkering verliezen en niet eenvoudig kunnen
terugvallen wanneer hun gezondheidssituatie dat noodzakelijk maakt;
overwegende dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel meer gericht zou
moeten zijn op wat mensen wél kunnen, en het zetten van stappen
richting werk gestimuleerd moet worden;
overwegende dat angst voor het verlies van inkomenszekerheid een
belangrijke drempel vormt om vanuit de WIA of de Wajong (meer) te gaan
werken;
overwegende dat de huidige krapte op de arbeidsmarkt vraagt om
maximale inzet van iedereen die kan en wil werken;
overwegende dat een terugvalmogelijkheid kan bijdragen aan het
verlagen van deze drempel en daarmee zowel de arbeidsparticipatie als
de inclusie in de samenleving kan vergroten;
verzoekt de regering om, in het kader van de herziening van het arbeidsongeschiktheidsstelsel, een concrete terugvalmogelijkheid voor de WIA en
de Wajong uit te werken en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet de hervormde transitievergoeding met prioriteit uitwerken zodat deze samen met het afschaffen van de compensatie voor werkgevers bij ontslag na twee jaar ziekte kan worden ingevoerd. Zonder deze hervorming zou het afschaffen van de compensatie nadelige gevolgen hebben voor ondernemers en de werkgelegenheid. ››
19 maart | VVD
| Aangenomen: 118–32 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is om per 2028 de compensatie voor werkgevers bij ontslag na twee jaar ziekte c.q. instroom WIA
voor alle werkgevers af te schaffen;
overwegende dat dit in het regeerakkoord expliciet gekoppeld is aan het
hervormen van de transitievergoeding, waarbij werkgevers die tijdig en
voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich
maximaal inzetten rondom de re-integratieverplichtingen uit de Wet
verbetering poortwachter lagere tot helemaal geen verplichtingen ten
aanzien van de transitievergoeding hebben;
van mening dat het afschaffen van de compensatie onwenselijke
gevolgen heeft voor ondernemers en de werkgelegenheid als dit niet
hand in hand gaat met de hervorming van de transitievergoeding;
verzoekt de regering de hervormde transitievergoeding met prioriteit uit
te werken zodat deze, mits binnen financiële kaders, gelijktijdig kan
worden ingevoerd met het afschaffen van de compensatie.
Sluiten De regering moet ondernemers, waaronder mkb-bedrijven, betrekken bij het vinden van knelpunten in de hervorming van de Wet verbetering poortwachter (een wet die het starten en runnen van een bedrijf makkelijker moet maken). Ondernemers weten zelf het beste welke belemmeringen zij tegenkomen. ››
19 maart | VVD
| Aangenomen: 127–23 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat het kabinet voornemens is om deze belemmeringen
weg te nemen door de wet te hervormen;
van mening dat ondernemers zelf het best weten welke belemmeringen
en knellende verplichtingen zij ervaren;
verzoekt de regering in de uitwerking van de hervormde Wet verbetering
poortwachter ondernemers, waaronder in het mkb, nadrukkelijk te
betrekken bij het identificeren van knelpunten en belemmeringen, en de
Kamer hier voor de zomer van 2026 over te informeren.
Sluiten De regering moet bewezen arbeidsmarktprogramma’s voor statushouders opschalen. Werken is de snelste manier voor statushouders om zelfredzaam te worden en minder afhankelijk te zijn van bijstand. ››
19 maart | VVD
| Aangenomen: 117–33 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de arbeidsparticipatie van statushouders ver achterblijft
bij het landelijk gemiddelde, ook na vijf jaar;
constaterende dat pilots zoals Statushouders aan het werk aantonen dat
gerichte begeleiding via taalonderwijs, werkgeversbegeleiding en directe
plaatsing in zogenoemde startbanen effectief is;
overwegende dat integratie om de taal te leren, een netwerk op te
bouwen en bij te dragen aan de samenleving begint bij werk;
overwegende dat in een krappe arbeidsmarkt met stijgende uitkeringslasten het onacceptabel is dat statushouders jarenlang aan de kant blijven
staan, terwijl bewezen aanpakken onvoldoende worden opgeschaald bij
gebrek aan middelen;
overwegende dat arbeidsparticipatie de meest directe route is naar
zelfredzaamheid, vermindering van bijstandsafhankelijkheid en ontlasting
van de sociale zekerheid;
verzoekt de regering bewezen arbeidsmarktprogramma’s voor statushouders op te schalen en werk een prominentere plaats te geven binnen
het inburgeringstraject.
Sluiten