18 juni om 10:16 - Voorstel van wet van het lid Beckerman tot wijziging van de Woningwet ter bevordering van wooncoöperaties (Wet bevordering wooncoöperaties) (36780) antwoord 1e termijn Kamer + rest
De regering moet onderzoeken hoe zij de ontwikkeling van wooncoöperaties kan stimuleren via de rijksgrondfaciliteit (een middel om grond beschikbaar te stellen) of andere regels voor grondgebruik. Wooncoöperaties hebben namelijk geschikte bouwlocaties nodig om te kunnen bestaan. ››
De regering moet wooncoöperaties (woningen die door bewoners zelf worden beheerd) meer ruimte geven in subsidieregelingen voor ouderenhuisvesting. Het opstarten van deze projecten is nu te duur en er is te weinig financiering beschikbaar. Goede woningen voor ouderen helpen bovendien om de woningmarkt beter te laten doorstromen. ››
De regering moet bij het ontwikkelen van overheidsgrond speciale aandacht geven aan wooncoöperaties. Deze organisaties maken wonen betaalbaar omdat zij geen winst willen maken. ››
De regering moet het Rijksvastgoedbedrijf vragen om bij grote bouwprojecten minimaal 10% van de woningen als wooncoöperatie te bouwen. Wooncoöperaties zijn groepen mensen die samen eigenaar zijn van hun woning. Zo wordt de groei van deze woonvorm direct gestimuleerd. ››
De regering moet Cooplink structureel en voor meerdere jaren financieren. Wooncoöperaties zijn belangrijk voor betaalbaar wonen en meer zeggenschap voor bewoners. Een professionele organisatie als Cooplink is nodig om de groei en kwaliteit van deze sector te bewaken en kennis te delen. ››
De regering moet de regels in het Btiv (regels voor volkshuisvesting) aanpassen. De nieuwe Woningwet geeft wooncoöperaties een officiële plek. Dit is belangrijk omdat wooncoöperaties kunnen helpen de wooncrisis op te lossen. ››
18 juni om 09:30 - Wetgevingsoverleg over de Jaarverslagen en Slotwetten 2025 van de ministeries EZ, BZK en JenV voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering
De regering moet voor Prinsjesdag een overzicht sturen van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. In dit overzicht moet per onderdeel staan wat er doorgaat, wat wordt uitgesteld of gestopt en hoeveel geld daarvoor is. Er is namelijk geen extra geld beschikbaar voor deze plannen. Hierdoor worden activiteiten afgeschaald, maar de Kamer moet weten wat er nu echt van de plannen overblijft. ››
De regering moet afspraken maken met gemeenten zodat er in elke gemeente fysieke hulp is bij digitale overheidszaken. Niet iedereen kan namelijk zelfstandig met digitale loketten of apps omgaan. Daarom moeten Informatiepunten Digitale Overheid (plekken voor hulp bij online zaken) overal beschikbaar zijn. Hulp mag niet afhangen van de woonplaats. ››
De regering moet de DigiD-app en de website DigiD.nl vertalen naar het Fries. Het Fries is een erkende taal. De overheid heeft de taak om deze taal te beschermen en te bevorderen. Een vertaling is technisch mogelijk en laat zien dat de overheid de Friese taal ook in de praktijk serieus neemt. ››
De regering moet een plan maken om de productiviteit van de overheid te verhogen met kunstmatige intelligentie (AI). Er wordt gestreefd naar een verbetering van 20%. AI biedt de overheid namelijk grote kansen om efficiënter te werken, net als in het bedrijfsleven. De regering moet de Kamer daarna jaarlijks informeren over de resultaten. ››
De regering moet uiterlijk eind 2026 een plan sturen om de digitale veiligheid te verbeteren. Nederland is namelijk gezakt op de National Cyber Security Index (een ranglijst voor digitale veiligheid) van de 20e naar de 36e plek. Verouderde software vormt een groot risico voor de digitale weerbaarheid van het land. ››
De regering moet meer ICT-diensten inkopen bij Nederlandse en Europese bedrijven. Nu gaat er miljarden euro aan belastinggeld naar grote techbedrijven van buiten Europa. Door meer bij Europese aanbieders te kopen, vergroot de overheid haar digitale zelfstandigheid. ››
De regering moet bij Prinsjesdag 2026 geld beschikbaar stellen voor de digitale plannen uit het coalitieakkoord. Er is momenteel namelijk geen geld gereserveerd voor deze plannen. Zonder investeringen in de digitale infrastructuur, zoals netwerken en computersystemen, kunnen deze doelen niet worden gehaald. ››
De regering moet de nieuwe Nederlandse digitale dienst een duidelijk mandaat en genoeg macht geven. De overheid kan nu niet goed de regie voeren op digitale veiligheid. Digitale risico's stoppen namelijk niet bij de grens van één ministerie. Daarom is een centrale organisatie nodig die de hele overheid kan aansturen. ››
De regering moet meetgegevens van Rijkswaterstaat over de kwaliteit van het oppervlaktewater en industriële lozingen actief openbaar maken. De huidige praktijk is namelijk in strijd met Europese regels over het delen van milieu-informatie. ››
De regering moet samen met de EU een verbod regelen op bestrijdingsmiddelen met PFAS (schadelijke chemische stoffen). De stof TFA komt via deze middelen nu nog steeds in ons water en lichaam terecht. Dit is gevaarlijk voor ongeboren kinderen en de vruchtbaarheid. Door deze bron aan te pakken, blijft ook het drinkwater betaalbaar. ››
De regering moet onderzoeken hoe staalslakken veilig gebruikt kunnen worden in de Nederlandse infrastructuur. Dit restproduct kan namelijk dienen als bouwstof. Dit versterkt de circulaire economie en vermindert de afhankelijkheid van grondstoffen zoals zand en grind. ››
De regering moet onderzoeken of de huidige wetten genoeg zijn om bedrijven aan te pakken die steeds milieuregels overtreden. Ook moet de regering kijken welke extra maatregelen nodig zijn. Dit is nodig omdat pfas (schadelijke stoffen) een grote impact hebben op mensen en de natuur. ››
De regering moet de Kamer een kosten-batenanalyse sturen over maatregelen tegen PFAS (schadelijke chemische stoffen). Deze maatregelen hebben namelijk grote gevolgen voor de gezondheid en het milieu. Ook de kosten voor bedrijven en de impact op belangrijke zaken zoals drinkwater en de industrie moeten goed worden onderzocht. ››
De regering moet een inventarisatie maken van alle soorten PFAS en hun toepassingen. PFAS is een verzamelnaam voor een grote groep stoffen. Inzicht in waar deze stoffen worden gebruikt, is nodig voor een gericht beleid. De regering moet ook laten zien in welke sectoren en producten ze voorkomen en of er alternatieven beschikbaar zijn. ››