Het kabinet moet extra Nederlandse regels op Europese veiligheidsregels schrappen. Nederland maakt de regels vaak strenger dan de Europese Unie vraagt. Dit heet gold-plating. Deze extra regels zorgen niet voor meer veiligheid, maar schaden wel de economie. Het kabinet moet daarom een plan maken om deze extra regeldruk voor bedrijven te stoppen. ››
De regering moet geen eigen PFAS-regels maken die strenger zijn dan de Europese regels. Dit mag alleen als het echt nodig is voor Nederland. Extra regels zorgen namelijk voor hoge kosten voor bedrijven en verstoren de Europese markt. PFAS is ook nodig voor belangrijke zaken, zoals drinkwaterzuivering en de productie van medicijnen. ››
De regering moet de productie van PFAS verbieden. PFAS is een groep schadelijke stoffen die niet afbreken en zich ophopen in de natuur en in ons lichaam. Zonder ingrijpen kost deze vervuiling de samenleving miljarden euro's. ››
De regering moet onderzoeken welk gebruik van PFAS onmisbaar is. PFAS is een groep chemicaliën die in veel producten zit. Slechts een klein deel van dit gebruik is nu echt noodzakelijk en niet te vervangen door iets anders. De regering moet ook vaststellen hoeveel van deze stoffen er worden geproduceerd. ››
De regering moet een verbod op PFAS in kleding uitwerken. PFAS zijn schadelijke stoffen die niet afbreken in de natuur. Er zijn al goede alternatieven voor deze stoffen beschikbaar. Frankrijk heeft dit verbod ook al besloten. ››
De regering moet etiketten maken voor producten die PFAS bevatten. PFAS is een groep schadelijke stoffen die lang in de natuur en het lichaam blijft zitten. Consumenten weten nu vaak niet of hun spullen, zoals pannen of kleding, deze stoffen bevatten. Zij hebben recht op duidelijke informatie over stoffen die schadelijk zijn voor hun gezondheid en de omgeving. ››
De regering moet voorkomen dat Chemours een vergunning krijgt voor het lozen van TFA (een schadelijke PFAS-stof). Deze stof is slecht voor de vruchtbaarheid en voor ongeboren kinderen. Bovendien is de hoeveelheid PFAS in de rivier de Merwede nu al veel te hoog volgens de regels van de Kaderrichtlijn Water. ››
De regering moet onderzoeken of heffingen (extra belastingen) de uitstoot van schadelijke stoffen kunnen verminderen. De uitstoot zorgt nu voor hoge kosten door gezondheidsschade en het opruimen van vervuiling. Het eerlijk verdelen van deze kosten zorgt voor een schonere omgeving zonder dat de regels voor bedrijven direct strenger hoeven te worden. ››
De regering moet zorgen dat instanties zoals Rijkswaterstaat en waterschappen genoeg mensen hebben voor hun werk. De overheid heeft nu te weinig zicht op welke schadelijke stoffen, zoals PFAS en ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), bedrijven in het water lozen. Zo blijven vergunningen voor deze lozingen maximaal vijf jaar oud. ››
De regering moet de Europese BBT-regels direct invoeren in Nederland. BBT staat voor de Best Beschikbare Technieken. Veel fabrieken vervuilen nu onnodig omdat ze deze technieken niet gebruiken. De regering moet ook onderzoeken hoe uitzonderingen voor oude installaties zo snel mogelijk kunnen stoppen. ››
De regering moet een plan maken om de handhaving van milieuregels te versterken bij omgevingsdiensten (instanties voor milieucontrole), de milieurecherche en het Openbaar Ministerie. Overheden hebben nu te weinig informatie en middelen om wetten onafhankelijk te controleren. Hierdoor is de controle op de industrie te zwak. ››
De regering moet alle afspraken uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) uitvoeren. Daarnaast zijn extra maatregelen nodig voor IJmond en Rijnmond. De luchtkwaliteit in deze gebieden blijft namelijk slecht, ook als alle huidige plannen volledig worden uitgevoerd. ››
De regering moet bij de verkenning naar financiële regels voor de Actieagenda Industrie en Omwonenden ook kijken naar het beprijzen van uitstoot. Het beprijzen van vervuilende uitstoot is vaak effectiever dan alleen het geven van subsidies. Dit levert de samenleving een groter voordeel op. ››
De regering moet zorgen dat omwonenden volwaardig worden betrokken bij de landelijke gesprekstafel gezondheid en industrie. De belangen van burgers worden momenteel onvoldoende beschermd tegenover de belangen van de industrie. Omwonenden moeten daarom tijdig en duidelijk worden geïnformeerd. Dit is nodig voor een betere werking en meer steun voor de gesprekstafel. ››
De regering moet de capaciteit van de UK Terminal op Amsterdam Centraal vergroten door e-gates (digitale paspoortcontroles) in te zetten. Nu passen er maar 250 mensen per trein, terwijl dit 650 moet zijn. Dit helpt Eurostar om eerlijker te concurreren met andere landen, omdat zij in Nederland extra kosten maken voor grenscontroles. ››
De regering moet eerst de belangrijkste doelen en publieke belangen voor het spoor na 2033 vaststellen in een beleidskader. De Kamer moet hier eerst over oordelen. Pas daarna mag de regering een onderzoek doen naar de marktordening (de manier waarop de markt op het spoor wordt georganiseerd). Zo is het onderzoek gericht op wat de samenleving echt nodig heeft. ››
De regering moet met België een directe treinverbinding tussen Brussel, Breda en Eindhoven regelen. Er is veel vraag naar deze verbinding en er is genoeg ruimte op het spoor. Daarnaast moet de regering onderzoeken of de EuroCity Direct vaker per uur kan rijden, bijvoorbeeld elke dertig minuten. ››
De regering moet met internationale treinbedrijven en ProRail (de beheerder van het spoor) praten om meer internationale treinen in te zetten. Veel treinen naar steden zoals Parijs en Londen zijn nu vaak uitverkocht. Dit maakt treinreizen minder aantrekkelijk, ook voor mensen die pas op het laatste moment een kaartje willen kopen. ››
De regering moet een plan maken voor de toekomst van internationaal treinvervoer tussen Nederland en de buurlanden. Er is veel ruimte om meer mensen met de trein te laten reizen, maar de huidige problemen en hindernissen staan dit in de weg. ››
De NS moet de salarissen van bestuurders beperken tot maximaal het salaris van de Minister-President. Het is niet maatschappelijk aanvaardbaar dat de top van de NS veel meer verdient, zeker omdat de kosten voor het openbaar vervoer voor reizigers stijgen. ››