De regering moet in overleg treden met provincies en gemeenten over een uniform beoordelingskader voor RENURE. Dit zou de vergunningverlening versnellen en de aanleg van installaties mogelijk maken, waardoor stikstofemissies dalen. ››
17 maart | JA21
| Aangenomen: 101–49 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat RENURE volgens het kabinet kan bijdragen aan het
verlichten van de druk op de mestmarkt;
constaterende dat in de praktijk vergunningverlening kan vertragen door
verschillen in uitvoering en beoordeling tussen decentrale overheden;
overwegende dat RENURE bijdraagt aan het sluiten van nutriëntenkringlopen, doordat nutriënten uit mest opnieuw als meststof worden ingezet;
overwegende dat vergunningverlening een noodzakelijke stap is richting
het reduceren van stikstofemissies en dat uniformiteit en duidelijkheid in
vergunningverlening kunnen bijdragen aan snellere realisatie van
installaties;
verzoekt de regering in overleg te treden met provincies en gemeentes
over het beoordelingskader, eventuele knelpunten te identificeren, en de
Kamer hierover voor de zomer te informeren.
Sluiten De regering moet meerjarige boomkwekerijgewassen opnemen als rustgewas onder het zevende actieprogramma van de nitraatrichtlijn. Dit vermindert nitraatuitspoeling en beschermt het grondwater. ››
17 maart | SGP
| Aangenomen: 120–30 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
verzoekt de regering meerjarige boomkwekerijgewassen op te nemen als
rustgewas onder het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn.
Sluiten De regering moet de lijst van nutriëntenverontreinigde gebieden (NV-gebieden) bijwerken volgens de huidige Nitraatrichtlijn. Zo krijgen gebieden met te veel fosfaat uit kwelwater en beperkte landbouwbronnen een duidelijke en nauwkeurige aanwijzing. ››
17 maart | SGP, BBB, CU
| Verworpen: 889–1588 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
overwegende dat de Kamer heeft gevraagd de aanwijzing van de met
nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) in te perken door beter
rekening te houden met de invloed van fosfaatrijke kwel en met een
eventueel beperkte bijdrage van de landbouw (motie-Flach/Grinwis
(28 973, nr. 278)), mede op basis van de uitgevoerde landelijke bronnenanalyse door Wageningen Environmental Research (WER);
overwegende dat in de motie-Grinwis c.s. (33 037, nr. 631) is verzocht in
overleg te gaan met de waterschappen over een heldere en voor ieder
navolgbare aanwijzing van de NV- of aandachtsgebieden;
verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn het overleg met de
waterschappen goed af te ronden en de lijst van NV-gebieden te actualiseren op basis van de criteria in het huidige actieprogramma Nitraatrichtlijn.
Sluiten De regering moet snel een plan maken om de vergunningverlening voor stikstof weer op gang te brengen. Nu is het onduidelijk wanneer vergunningen worden gegeven, waardoor bedrijven geen zekerheid hebben en kansen om stikstof te verminderen verloren gaan. ››
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat ondanks diverse inspanningen de afgelopen jaren nog
steeds niet volledig duidelijk en zeker is hoe Rijk en provincies de
vergunningverlening (Nb-vergunningen) weer op gang brengen én dat
vergunningen vervolgens standhouden in de rechtszaal;
overwegende dat in het coalitieakkoord en de opdrachtbrief Landbouw,
Natuur en Stikstof wel de nodige aandacht is voor emissiereductie en
natuurherstel, maar nog weinig voor het weer op gang brengen van de
vergunningverlening, behalve dat een nieuwe vergunningsverleningssystematiek gebaseerd op doelvoorschriften wordt aangekondigd;
overwegende dat de huidige vergunningenproblematiek niet alleen
schadelijk is voor Nederland, maar dat ook kansen worden gemist om
stikstofreducerende maatregelen te implementeren;
verzoekt de regering om, naast de inzet op emissiereductie en natuurherstel, te komen met een analyse en aanpak om de vergunningverlening
in Nederland op zo kort mogelijke termijn weer op gang te brengen, en
daarbij onder andere de mogelijkheid te verkennen om te gaan werken
met concrete gebiedsplafonds voor stikstofemissies, waarbij
ondernemers/initiatiefnemers binnen de hun toebedeelde emissieruimte
voor langere termijn rechtszekerheid krijgen, en de Kamer daarover voor
de zomer te informeren.
Sluiten De regering moet extra bewijsmiddelen toestaan voor wintergartens. Nu worden boeren met een dezelfde situatie uitgesloten omdat ze geen speciaal stalcertificaat hebben, wat leidt tot oneerlijke ongelijkheid. ››
17 maart | PVV
| Aangenomen: 119–31 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat de overheid eindelijk heeft erkend dat een wintergarten
onder voorwaarden als dierenverblijf kan gelden;
overwegende dat ondernemers met een feitelijk identieke situatie nog
steeds worden uitgesloten van regelingen enkel door het ontbreken van
een specifiek stalcertificaat;
van mening dat deze papieren werkelijkheid leidt tot stuitende rechtsongelijkheid en onnodige uitsluiting van boeren;
verzoekt de regering om aanvullende, objectieve bewijsmiddelen toe te
staan voor de wintergarten, zodat de feitelijke situatie op het bedrijf
leidend wordt in plaats van starre, papieren formaliteiten.
Sluiten De regering moet de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer omzetten in beleid en daarvoor voor de zomer terugkoppelen aan de Kamer. Nu wordt slechts 2,5% van de landbouwgrond gebruikt voor zwaar beheer (intensief natuurbeheer), terwijl experts zeggen dat minimaal 41% nodig is om soorten te behouden. ››
17 maart | PvdD
| Verworpen: 70–80 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat het coalitieakkoord meer inzet op agrarisch natuurbeheer en tegelijkertijd belang hecht aan «heldere verantwoording voor
effectief natuurbeheer» en «hoe dit de meeste winst oplevert voor natuur
en water»;
overwegende dat de ecologische evaluatie van het Agrarisch Natuur- en
Landschapsbeheer laat zien dat er nauwelijks vooruitgang wordt geboekt
en dat slechts 2,5% van de landbouwgrond wordt ingezet voor «zwaar
beheer», terwijl volgens de adviezen minstens 41% nodig is om soorten te
behouden;
overwegende dat het belangrijk is om belastinggeld van Nederlanders zo
doelmatig en effectief mogelijk te besteden;
verzoekt de regering de conclusies van de ecologische evaluatie van
agrarisch natuurbeheer, waaronder de noodzaak voor meer «zwaar
beheer», door te vertalen in beleid, en hierover voor de zomer aan de
Kamer terug te koppelen.
Sluiten De regering moet voor de zomer een pakket delen dat maatregelen bevat voor water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen. De natuuropgaven gaan verder dan alleen stikstof en hebben invloed op leefbaarheid en gezondheid. ››
17 maart | GL-PvdA
| Aangenomen: 113–37 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat het kabinet voor de zomer met een maatregelenpakket
komt op stikstof;
overwegende dat de natuuropgaven in het landelijk gebied breder zijn dan
stikstof alleen, en ook gaan over water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen;
verzoekt de regering om deze opgaven in samenhang te bezien en voor de
zomer een op de hierboven genoemde onderdelen doorgerekend pakket
met de Kamer te delen.
Sluiten De regering moet een maatregelenpakket opstellen om de wettelijke stikstofdoelen voor 2030 te halen en de effectiviteit juridisch te borgen. Uitstel leidt tot verdere natuurachteruitgang en houdt Nederland in het stikstofslot. ››
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat er wettelijke stikstofdoelen zijn voor 2030;
overwegende dat uitstel van doelen en maatregelen leidt tot verdere
achteruitgang van natuur en Nederland op het stikstofslot laat;
overwegende dat tijdige en juridisch houdbare stikstofborging noodzakelijk is voor zowel natuurherstel als perspectief op vergunningverlening;
verzoekt de regering een maatregelenpakket op te stellen waarmee de
2030-doelen worden gehaald, en de effectiviteit van de maatregelen
juridisch te borgen.
Sluiten De regering moet de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordelen op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het uitgevoerde natuurbeheer. Want vermindering van stikstofdepositie alleen lost natuurherstel niet op. ››
17 maart | BBB
| Verworpen: 54–96 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat stikstofreductie in het huidige beleid vaak wordt
gepresenteerd als noodzakelijke voorwaarde voor natuurherstel;
constaterende dat volgens gegevens van het Compendium voor de
Leefomgeving de Nederlandse stikstofemissies sinds 1990 zijn gehalveerd, maar dat door veel partijen nog steeds wordt gezegd dat de natuur
verder achteruit zou gaan;
overwegende dat vermindering van stikstofdepositie op zichzelf dus geen
oplossing is voor herstel van natuurkwaliteit;
spreekt uit dat stikstofreductie niet gelijkgesteld kan worden aan natuurherstel en dat de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair
beoordeeld moeten worden op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het
gevoerde natuurbeheer.
Sluiten De regering moet bij het uitwerken van generieke stikstofreductie geen algemene kortingen opleggen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die nog niet grondgebonden zijn. Zo voorkomen we grote economische schade voor individuele boeren en behouden we gerichte maatwerk. ››
17 maart | BBB
| Verworpen: 21–129 | Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer,
constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat vóór de zomer
afspraken worden gemaakt over generieke stikstofreductiemaatregelen;
constaterende dat tijdens het debat over de regeringsverklaring is
aangegeven dat generieke stikstofreductie onder meer kan plaatsvinden
via afroming, grondgebondenheid en vrijwillige beëindiging;
constaterende dat generieke maatregelen grote onzekerheid veroorzaken
voor boeren en tuinders, met name voor ondernemers die momenteel
niet volledig grondgebonden zijn en dat ook niet op korte termijn kunnen
worden;
overwegende dat generieke kortingen op productierechten of dieraantallen grote economische gevolgen kunnen hebben voor individuele
bedrijven en afbreuk doen aan de inzet op doelsturing en maatwerk;
verzoekt de regering bij de uitwerking van generieke reductiemaatregelen
niet te kiezen voor generieke kortingen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die momenteel niet grondgebonden zijn.
Sluiten De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel. ››
17 maart | CDA
| Aangenomen: 114–36 | Toekomst veehouderij
De kamer,
constaterende dat de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) bedoeld is om stikstofreductie te realiseren en bij te
dragen aan natuurherstel;
constaterende dat het risico bestaat dat via deze regeling relatief dure en
moderne veehouderijbedrijven worden opgekocht die per bestede euro
relatief weinig stikstofreductie en natuurwinst opleveren;
overwegende dat publieke middelen doelmatig en effectief moeten
worden ingezet, zodat met het beschikbaar gestelde budget de maximaal
mogelijke stikstofreductie wordt gerealiseerd;
overwegende dat een groot deel van de bedrijven met hoge emissies die
overwegen te stoppen al zijn gestopt middels eerdere beëindigingsregelingen;
overwegende dat juist in gebieden rond zwaar overbelaste Natura 2000gebieden, zoals de Veluwe en de Peel, substantiële stikstofreductie
noodzakelijk is;
verzoekt de regering de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling
veehouderijlocaties zodanig vorm te geven dat bij de toekenning van
middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en
natuurwinst door prioriteit te geven aan bedrijven die een relatief grote
bijdrage leveren aan stikstofdepositie op overbelaste Natura
2000-gebieden.
Sluiten De regering moet wachten met het melden van vrijwillige beëindigingsregelingen aan de Europese Commissie totdat de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd. Vroegtijdige melding beperkt de begrotings- en beleidsruimte van het parlement. ››
17 maart | PVV
| Verworpen: 51–99 | Toekomst veehouderij
De kamer,
constaterende dat de Minister de vrijwillige beëindigingsregeling al voor
prenotificatie aan de Europese Commissie aanbiedt voordat de Tweede
Kamer hier inhoudelijk over heeft kunnen debatteren;
van mening dat dit de budgettaire en beleidsmatige regelruimte van het
parlement feitelijk aan banden legt;
verzoekt de regering om vanaf nu pas over te gaan tot notificatie van
beëindigingsregelingen bij de Europese Commissie nadat de Kamer
formeel heeft ingestemd met de kaders en de doelmatigheid van een
regeling.
Sluiten De regering moet bij elke grondtransactie controleren hoe veel deze bijdraagt aan dierwaardigheid en dat rapporteren aan de Kamer. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur adviseert in het rapport Grond voor verbetering om grondtransacties te testen op hun bijdrage aan maatschappelijke opgaven. ››
Toekomst veehouderij
De kamer,
constaterende dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in het
rapport Grond voor verbetering heeft geadviseerd om grondtransacties te
toetsen op hun bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke opgaven;
verzoekt de regering bij grondtransacties te toetsen op de mate waarin ze
bijdragen aan onder andere dierwaardigheid, en daarover aan de Kamer
te rapporteren.
Sluiten De regering moet, als het areaal blijvend grasland afneemt, boeren belonen die grasland behouden en geen dwangmaatregelen opleggen om grasland te scheuren of om te zetten, omdat blijvend grasland essentieel is voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. ››
17 maart | BBB
| Verworpen: 51–99 | Toekomst veehouderij
De kamer,
constaterende dat beëindigingsregelingen in de veehouderij kunnen
leiden tot veranderingen in landgebruik en mogelijk tot een afname van
het areaal blijvend grasland;
constaterende dat blijvend grasland een belangrijke bijdrage levert aan
onder andere bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit;
overwegende dat agrariërs in verschillende regio’s werken met rotatieteelten waarbij grasland en andere gewassen elkaar afwisselen;
overwegende dat het beperken van de mogelijkheid om grasland te
scheuren of om te zetten deze teeltrotaties kan bemoeilijken en daarmee
ook gevolgen kan hebben voor de waarde en het gebruik van
landbouwgrond;
overwegende dat het onwenselijk is wanneer boeren eerst worden
gestimuleerd of gedwongen hun veehouderij te beëindigen en vervolgens
geconfronteerd worden met nieuwe beperkingen op het gebruik van hun
landbouwgrond;
verzoekt de regering bij eventuele afname van het areaal blijvend
grasland in te zetten op stimulering en beloning van het behoud van
blijvend grasland, en daarbij te voorkomen dat dwingende beperkingen
op het scheuren of omzetten van grasland worden opgelegd.
Sluiten De regering moet de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven in kaart brengen en bij nieuwe beëindigingsregelingen de gevolgen voor deze functies en de leefbaarheid van het platteland meewegen. Het verdwijnen van boerenbedrijven raakt natuur, zorg, recreatie, educatie en sociale samenhang op het platteland. ››
17 maart | BBB
| Verworpen: 32–118 | Toekomst veehouderij
De kamer,
constaterende dat agrarische bedrijven niet alleen voedsel produceren,
maar ook bijdragen aan natuurbeheer, recreatie, zorg, educatie en sociale
binding op het platteland;
constaterende dat duizenden boerenbedrijven agrarisch natuurbeheer
uitvoeren, recreatieve activiteiten aanbieden of een zorgfunctie of
educatieve functie vervullen;
overwegende dat het verdwijnen van agrarische bedrijven daarom niet
alleen economische gevolgen heeft, maar ook een enorm effect heeft op
de leefbaarheid, sociale samenhang en voorzieningen op het platteland;
overwegende dat deze bredere maatschappelijke functies van boerenbedrijven momenteel nauwelijks in beeld worden gebracht bij beleid
rondom beëindigingsregelingen;
verzoekt de regering in beeld te brengen welke maatschappelijke functies
agrarische bedrijven vervullen naast voedselproductie en economische
waarde, waaronder natuurbeheer, zorg, recreatie, educatie en sociale
binding op het platteland, en bij verdere beëindigingsregelingen ook de
gevolgen voor deze maatschappelijke functies en de leefbaarheid van het
platteland mee te wegen.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe de informatiepositie en effectiviteit van groene buitengebiedsboa’s kan worden versterkt en op basis daarvan concrete voorstellen aan de Kamer voorleggen. Groene boa’s hebben nu onvoldoende toegang tot informatiesystemen, waardoor hun werk buitengebied minder effectief en veilig is. ››
Evaluatie Staatsbosbeheer
De kamer,
overwegende dat bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) een belangrijke rol vervullen in toezicht en handhaving in het buitengebied en in
toenemende mate te maken hebben met ondermijnende criminaliteit,
overlast en handhavingsvraagstukken;
overwegende dat groene boa’s nu onvoldoende toegang hebben tot
informatiesystemen om hun werkzaamheden effectief en veilig uit te
voeren;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de informatiepositie
en daarmee de effectiviteit van groene boa’s kan worden versterkt,
bijvoorbeeld door:
– betere toegang tot relevante informatiesystemen en registers;
– verbeterde gegevensuitwisseling en samenwerking met politie, onder
meer via de Basisvoorziening Handhaving van de politie;
– het kunnen uitvoeren van recidive- en/of antecedentenchecks;
en op basis hiervan concrete voorstellen aan de Kamer voor te leggen.
Sluiten De regering moet onderzoeken of de ontwikkeling van actief hoogveen in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen ecologisch en hydrologisch haalbaar is. De geplande maatregelen zouden de waterstand verhogen en bedrijven beperken, met grote sociaaleconomische gevolgen en honderden miljoenen euro’s aan kosten. ››
Evaluatie Staatsbosbeheer
De kamer,
constaterende dat in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen wordt
ingezet op ontwikkeling van het habitattype hoogveen, terwijl in het
gebied momenteel voornamelijk sprake is van zogenoemd herstellend
hoogveen;
constaterende dat de ontwikkeling van actief hoogveen een proces van
honderden jaren is en dat er discussie bestaat over de vraag of deze
ontwikkeling in dit gebied hydrologisch en ecologisch überhaupt haalbaar
is;
overwegende dat de maatregelen die nodig zijn om deze natuurdoelen te
realiseren grote gevolgen hebben voor de omgeving, waaronder hogere
waterstanden en beperkingen voor bedrijven waardoor de samenleving
onder grote druk komt te staan, met grote sociaaleconomische gevolgen;
overwegende dat zulke keuzes in Nederland op dit moment honderden
miljoenen euro’s aan belastinggeld kosten;
verzoekt de regering te laten onderzoeken:
– of de ontwikkelingen van actief hoogveen in de Engbertsdijksvenen
ecologisch en hydrologisch daadwerkelijk haalbaar is;
– welke overwegingen en aannames ten grondslag liggen aan de keuze
om dit gebied zo te veranderen en daarbij specifiek te kijken of
Staatsbosbeheer mogelijk financieel gewin kan hebben bij het instellen
van nieuwe natuurdoelen zodat zij meer subsidie krijgen;
– of de gekozen natuurdoelen opwegen tegen de extreme gevolgen voor
bewoners en ondernemers in en rondom het gebied;
verzoekt de regering tevens te onderzoeken of natuurbeheerders bij
Natura 2000-gebieden vaker sturen op zwaardere of nieuwe natuurdoelen
dan de feitelijk aanwezige natuurtypen, en wat daarvan de financiële en
maatschappelijke consequenties zijn,
kst-29659-164
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 659, nr. 164
1.
Sluiten De regering moet zorgen dat Staatsbosbeheer structureel samenwerkt met boeren en regionale partijen bij het beheer van natuurgebieden. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord, waarin staat dat natuurbeleid meer moet samenhangen met landbouw en regionale ontwikkeling. ››
17 maart | BBB
| Verworpen: 57–93 | Evaluatie Staatsbosbeheer
De kamer,
constaterende dat terreinbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer
en andere TBO’s grote delen van het Nederlandse landelijk gebied
beheren;
overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat natuurbeleid
meer in samenhang met landbouw en regionale ontwikkeling moet
worden vormgegeven;
verzoekt de regering te borgen dat Staatsbosbeheer bij het beheer van
natuurgebieden structureel samenwerkt met agrariërs en regionale
partijen, en de Kamer over de manier van borging voor de zomer te
informeren.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat gemeenten die meer sociale huur bouwen dan het landelijke minimum niet worden bestraft of financieel benadeeld. Meer sociale huur kan de wooncrisis helpen oplossen. ››
16 maart | SP
| Verworpen: 35–115 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat sommige gemeenten meer sociale huur willen bouwen
dan het landelijke minimum en dat dit juist kan bijdragen aan het
oplossen van de wooncrisis;
overwegende dat gemeenten die meer sociale huur willen bouwen daarin
niet belemmerd of ontmoedigd moeten worden;
verzoekt de regering te waarborgen dat gemeenten die meer sociale
huurwoningen realiseren dan het landelijke minimum niet worden
gesanctioneerd of financieel worden benadeeld.
Sluiten De regering moet zorgen dat het aantal sociale huurwoningen niet afneemt. Er is een groot tekort aan betaalbare huizen en de wachttijden zijn in veel gemeenten jarenlang. Sloop of verkoop van deze woningen mag alleen als er voldoende nieuwe sociale huurwoningen voor in de plaats komen. ››
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat er een groot tekort is aan betaalbare huurwoningen en
wachttijden voor sociale huur in veel gemeenten jarenlang zijn;
overwegende dat in een periode van woningnood het aantal en aandeel
sociale huurwoningen niet verder mag afnemen;
verzoekt de regering te waarborgen dat het aantal en het aandeel sociale
huurwoningen niet afneemt en maatregelen te treffen om te voorkomen
dat verkoop of sloop zonder voldoende vervangende nieuwbouw leidt tot
een verdere afname van de sociale woningvoorraad.
Sluiten