De regering moet de uitsluitingsgronden schrappen die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken. Omdat dakloosheid veel vormen heeft en de ETHOS-definitie een breed erkend kader biedt. ››
16 maart | SP
| Verworpen: 35–115 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat de Kamer heeft besloten dat dakloze gezinnen met
minderjarige kinderen recht moeten hebben op urgentie bij de toewijzing
van sociale huurwoningen;
constaterende dat verschillende uitsluitingsgronden en aanvullende
voorwaarden ertoe kunnen leiden dat dit recht in de praktijk moeilijk
toepasbaar wordt;
overwegende dat dakloosheid zich in verschillende vormen voordoet,
waaronder mensen die feitelijk dakloos zijn, tijdelijk bij anderen verblijven
of dreigen hun woning te verliezen;
overwegende dat de Europese ETHOS-definitie een breed en internationaal erkend kader biedt voor het definiëren van dakloosheid;
verzoekt de regering de uitsluitingsgronden die het recht op urgentie voor
dakloze gezinnen beperken te schrappen en een nieuw voorstel voor te
bereiden dat urgentie mogelijk maakt voor mensen die volgens de
ETHOS-definitie dakloos zijn of dreigen te worden.
Sluiten De regering moet een plan presenteren aan de Kamer hoe zij de doelstelling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid voor 2030 (dakloosheid beëindigen) nog gaat halen. Het kabinet heeft dit doel zelf gesteld; zonder nieuw plan blijft het onzeker of het gehaald wordt. ››
16 maart | SP
| Aangenomen: 131–19 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat het kabinet in het Nationaal Actieplan Dakloosheid als
doel heeft gesteld om dakloosheid in 2030 te beëindigen;
verzoekt de regering de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid
ongewijzigd na te streven en een plan te presenteren aan de Kamer hoe zij
de doelen voor 2030 alsnog gaat halen.
Sluiten De Minister moet ervoor zorgen dat gemeenten in een woningbouwregio binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet 30% sociale huur en 37% middensegmentwoningen programmeren, wanneer nog geen regionale afspraken zijn gemaakt. Dit voorkomt vertraging en tekort aan betaalbare woningen door verzwakte eisen en lange overleggen. ››
16 maart | GL-PvdA, CU
| Aangenomen: 127–23 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat de betaalbaarheidseisen voor de nieuwbouw zijn
afgezwakt ten opzichte van het originele voorstel;
overwegende dat er een risico is dat de bouw van betaalbare woningen
wordt uitgesteld door lange regionale overleggen;
overwegende dat grote gemeenten met veel betaalbare huurwoningen
minder sociale huur mogen bouwen;
verzoekt de Minister om, wanneer binnen een halfjaar na inwerkingtreding van de wet nog geen afspraken zijn gemaakt in een woningbouwregio en daar ook geen zicht op is, erop te sturen dat iedere gemeente in
de betreffende woningbouwregio 30% sociale huur en 37% woningen in
het middensegment moet gaan programmeren;
verzoekt de Minister daarbij ruimte te bieden om lokaal af te wijken om
volkshuisvestelijke redenen;
verzoekt de Minister hiervoor indien nodig het ontwerpbesluit aan te
passen.
Sluiten De regering moet geen rijksbijdragen verstrekken aan gemeenten die extra betaalbaarheidseisen stellen boven de landelijke norm. Dit voorkomt dat geld naar projecten gaat die financieel haalbaar is en vertraging veroorzaakt. ››
16 maart | JA21
| Verworpen: 41–109 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat het Rijk in het Besluit volkshuisvesting landelijke
betaalbaarheidseisen heeft vastgesteld voor woningbouw;
overwegende dat sommige gemeenten boven op deze landelijke normen
aanvullende of zwaardere betaalbaarheidseisen stellen, waardoor
woningbouwprojecten financieel moeilijker uitvoerbaar worden;
overwegende dat dergelijke lokale koppen op nationale normen kunnen
leiden tot vertraging van de woningbouw en een hogere onrendabele top
in projecten;
overwegende dat het onwenselijk is dat het Rijk via subsidies of andere
rijksbijdragen projecten ondersteunt die door aanvullende lokale eisen zelf
financieel moeilijk uitvoerbaar worden gemaakt;
verzoekt de regering geen rijksbijdragen voor woningbouwprojecten toe
te kennen aan gemeenten die in hun woningbouwprogrammering
verdergaande betaalbaarheidseisen hanteren dan de landelijke normen
zoals vastgelegd in het Besluit volkshuisvesting.
Sluiten De regering moet het Besluit volkshuisvesting aanpassen zodat bij nieuwbouw twee derde van de woningen betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur. Dit creëert ruimte voor middenhuur en betaalbare koop en lost het tekort aan middensegmentwoningen op. ››
16 maart | JA21
| Verworpen: 19–131 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat het huidige rijksbeleid voor woningbouwprogrammering uitgaat van een norm waarbij twee derde van de nieuwbouw
betaalbaar moet zijn, waaronder ten minste 30% sociale huur;
overwegende dat deze vaste verhouding in sommige regio’s en bij
sommige projecten leidt tot knelpunten in de financiële haalbaarheid van
woningbouwprojecten;
overwegende dat er in veel regio’s een groot tekort bestaat aan woningen
in het middensegment, zoals middenhuur en betaalbare koop;
overwegende dat meer ruimte voor het middensegment kan bijdragen
aan doorstroming op de woningmarkt en daarmee ook de beschikbaarheid van sociale huurwoningen kan vergroten;
verzoekt de regering om in het Besluit volkshuisvesting en bijbehorende
instructieregels op te nemen dat bij nieuwbouwprogrammering twee
derde van de woningen betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur, zodat er
meer programmeerruimte ontstaat voor middenhuur en betaalbare koop.
Sluiten De regering moet het wetsvoorstel versnellen dat de voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen wordt afgeschaft. Dit voorkomt dat statushouders via gemeentelijke regelingen voorrang krijgen terwijl de druk op sociale huur groot is en reguliere woningzoekenden vaak jaren wachten, en zorgt voor gelijke behandeling en meer draagvlak voor asiel- en huisvestingsbeleid. ››
16 maart | JA21
| Verworpen: 51–99 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat het vorige kabinet het voornemen heeft uitgesproken
om de mogelijkheid voor gemeenten om statushouders voorrang te
geven bij de toewijzing van sociale huurwoningen te schrappen;
constaterende dat hiermee wordt beoogd dat statushouders bij woningtoewijzing dezelfde positie krijgen als alle andere woningzoekenden;
overwegende dat in veel gemeenten statushouders in de praktijk nog
steeds voorrang krijgen via de huisvestingsverordening, terwijl de druk op
de sociale huurmarkt groot is en wachtlijsten voor reguliere woningzoekenden vaak vele jaren lang zijn;
overwegende dat het schrappen van deze voorrang bijdraagt aan een
gelijkere behandeling van woningzoekenden en meer draagvlak voor het
asiel- en huisvestingsbeleid;
verzoekt de regering het wetsvoorstel dat de mogelijkheid tot voorrang
voor statushouders bij sociale huurwoningen beëindigt, voortvarend door
te zetten en zo spoedig mogelijk bij de Kamer in procedure te brengen.
Sluiten De regering moet een haalbaarheidsonderzoek doen naar samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse gemeenten om de uitvoeringscapaciteit voor woningbouw te verhogen. Veel Nederlandse gemeenten hebben nu te weinig mensen en middelen om woningen snel te bouwen. ››
16 maart | PVV
| Aangenomen: 147–3 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat de uitvoeringscapaciteit van veel Nederlandse
gemeenten op het gebied van woningbouw onder druk staat;
overwegende dat de uitvoeringscapaciteit van Nederlandse gemeenten
mogelijk kan verbeteren als wordt samengewerkt met Vlaamse
gemeenten en dat eventuele ruimte voor samenwerking nog niet is
onderzocht;
verzoekt de regering een haalbaarheidsonderzoek te houden naar
mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse
gemeenten inzake de versterking van uitvoeringscapaciteit om
woningbouw te versnellen.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat woongerelateerde gegevens ook op gemeentelijk niveau beschikbaar komen. Zo kunnen gemeenten beter beleid maken voor woningbouw en huisvesting. ››
16 maart | PVV
| Aangenomen: 141–9 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat het Rijk woongerelateerde gegevens verzamelt en deze
beschikbaar stelt op landelijk, provinciaal en regionaal niveau;
overwegende dat verzamelde gegevens zo veel als mogelijk bruikbaar
moeten zijn voor gemeenten;
verzoekt de regering om vast te leggen dat door het Rijk verzamelde
woongegevens ook op gemeentelijk niveau, en waar mogelijk op wijk- en
buurtniveau, beschikbaar worden gesteld.
Sluiten De regering moet vastleggen dat huurders die uitstromen uit jongerenwoningen tot de groep starters behoren. Deze huurders hebben vaak tijdelijke contracten en worden nu buiten de aandachtsgroep gehouden. ››
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat starters een nieuwe aandachtsgroep zijn voor het
volkshuisvestingsprogramma en woningzoekenden omvat tussen de 18
en 30 jaar die voor het eerst een zelfstandige woning zoeken of die
uitstromen uit een woning met een tweejaars- of campuscontract;
overwegende dat huurders die uitstromen uit een jongerenwoning buiten
beschouwing blijven, terwijl ook deze categorie te maken heeft met een
tijdelijk huurcontract;
verzoekt de regering om vast te leggen dat ook uitstromende huurders
van jongerenwoningen behoren tot de aandachtsgroep «starters».
Sluiten De regering moet vastleggen dat de tijd waarin een betaalbare koopwoning goed onderhouden moet worden, begint bij de oplevering van de woning. Nu begint deze tijd bij het tekenen van de koopovereenkomst, waardoor deze woningen korter beschikbaar zijn voor mensen die een betaalbare koopwoning zoeken. ››
16 maart | PVV
| Verworpen: 60–90 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat in het Besluit versterking regie volkshuisvesting voor
middenhuur en sociale huur de start van de minimale instandhoudingstermijn ligt vanaf de ingebruikname van een woning;
overwegende dat voor betaalbare koopwoningen de start van de
minimale instandhoudingstermijn is gekoppeld aan het sluiten van de
koopovereenkomst, waardoor deze woningen korter beschikbaar zijn voor
de betreffende doelgroep;
verzoekt de regering om vast te leggen dat ook bij betaalbare koop de
minimale instandhoudingstermijn start vanaf de ingebruikname van een
betreffende woning.
Sluiten De regering moet knelpunten bij vergunningverlening in woningbouwprojecten inventariseren en mogelijke oplossingen in kaart brengen. Tijdige en adequate vergunningverlening is essentieel om voldoende woningen te realiseren. ››
16 maart | SGP, VVD
| Aangenomen: 147–3 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
overwegende dat tijdige en adequate vergunningverlening essentieel is
om voldoende woningen te realiseren;
overwegende dat termijnen soms niet gehaald worden, vergunningstrajecten om allerlei redenen lang duren of knelpunten ontstaan tussen de
verschillende bestuurslagen;
verzoekt de regering knelpunten bij vergunningverlening in (woning)bouwprojecten te inventariseren, mogelijke oplossingen in kaart te
brengen, en de Kamer daarover voor de zomer 2026 te informeren.
Sluiten De regering moet de leeftijdsgrens voor starters in het Besluit versterking regie volkshuisvesting verruimen van 18‑30 naar 18‑35 jaar. Starters worden bijvoorbeeld in de startersvrijstelling al tot 35 jaar gerekend, dus de definitie moet gelijk worden. ››
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat als gevolg van het aangenomen amendement-Flach/
Vijlbrief (Kamerstuk 36 512, nr. 32) gemeenten de woonbehoefte van
starters in kaart moeten brengen;
constaterende dat in het ontwerpbesluit Versterking regie volkshuisvesting starters onder andere gedefinieerd worden als woningzoekende
personen tussen de 18 en 30 jaar;
overwegende dat starters veelal gedefinieerd worden als personen tussen
de 18 en 35 jaar, zoals in de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
verzoekt de regering de definitie van «starters» te harmoniseren, en in het
Besluit versterking regie volkshuisvesting het leeftijdscriterium te
verruimen naar personen tussen de 18 en 35 jaar.
Sluiten De regering moet gemeenten die minimaal 25% betaalbare koopwoningen bouwen voorrang geven op bestaande regelingen zoals de Woningbouwimpuls. Jongeren hebben nu gemiddeld €100.000 bruto nodig om een huis te kopen, waardoor betaalbare woningen schaars zijn. ››
16 maart | VVD, CDA
| Aangenomen: 121–29 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
overwegende dat er een groot tekort is aan betaalbare koopwoningen in
Nederland en dat de woningbouwdoelstellingen niet gerealiseerd worden;
overwegende dat jonge kopers steeds moeilijker een woning kunnen
financieren en op dit moment gemiddeld € 100.000 bruto moeten
verdienen om een gemiddelde woning te kunnen kopen;
constaterende dat er eerder een motie-Peter de Groot/Welzijn (36 512, nr.
102) is aangenomen om in instructieregels voor woningbouwprojecten op
te nemen dat binnen het aandeel van twee derde betaalbare woningen
minimaal 25% aan betaalbare koopwoningen moet worden gebouwd;
constaterende dat provincies en gemeenten die wel minimaal 25%
betaalbare koopwoningen realiseren niet beloond worden;
verzoekt de regering om gemeenten die wel de doelstelling van minimaal
25% betaalbare koopwoningen behalen voorrang te geven op bestaande
regelingen, zoals de Woningbouwimpuls.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe gemeenten kunnen worden gestimuleerd en beloond om alternatieve huisvesting voor statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) en andere doelgroepen die flexibele woningen nodig hebben te realiseren. Veel Nederlanders staan langdurig op de wachtlijst voor sociale huurwoningen omdat statushouders voorrang krijgen. ››
16 maart | VVD, SGP
| Aangenomen: 87–63 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat statushouders in veel gemeenten voorrang krijgen bij
de toewijzing van sociale huurwoningen;
overwegende dat in het coalitieakkoord is vastgesteld dat voorrang voor
statushouders bij sociale huurwoningen in veel gemeenten steeds meer
knelt doordat veel Nederlanders langdurig op een wachtlijst staan;
overwegende dat in het coalitieakkoord is vastgesteld dat het kabinet de
voorrang voor statushouders wil verbieden op het moment dat er
voldoende alternatieve huisvesting voor statushouders is;
overwegende dat sommige gemeenten inmiddels alternatieve huisvestingsoplossingen voor statushouders realiseren en dat deze aanpak kan
bijdragen aan het verminderen van de druk op de sociale huurmarkt en
aan een eerlijkere verdeling van schaarse woningen;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe gemeenten kunnen worden
gestimuleerd en beloond om alternatieve huisvesting voor statushouders
en andere doelgroepen die flexibele woningen nodig hebben te
realiseren.
Sluiten De regering moet doorgaan met het uitwerken van een integrale nationale voedselstrategie en dit voor de zomer met de Kamer delen. Voedselzekerheid is steeds belangrijker voor de weerbaarheid van Nederland en Europa in een onstabiele wereld. ››
12 maart | BBB
| Aangenomen: 80–70 | Europese Raad
De kamer,
constaterende dat voedselzekerheid in een geopolitiek instabielere wereld
van toenemend strategisch belang is voor de weerbaarheid van
Nederland en Europa;
constaterende dat een weerbare samenleving begint bij voedselzekerheid;
constaterende dat het vorige kabinet zou komen met een integrale
nationale voedselstrategie en zich op EU-niveau hard maakte voor een
Europese voedselstrategie;
overwegende dat Nederland en Europa niet afhankelijk mogen worden
van kwetsbare internationale handelsroutes, geopolitieke spanningen of
externe productie voor hun voedselvoorziening;
overwegende dat voedselzekerheid niet alleen een landbouwthema is,
maar ook raakt aan nationale veiligheid, economische weerbaarheid en
strategische autonomie;
verzoekt de regering door te gaan met het uitwerken van een integrale
nationale voedselstrategie en deze voor de zomer met de Kamer te delen,
en zich tevens in Europa actief in te blijven zetten voor de totstandkoming
van een Europese voedselstrategie.
Sluiten Het kabinet moet ervoor zorgen dat Nederland in de onderhandelingen over het Europees Meerjarig Financieel Kader netto-ontvanger wordt en niet langer nettobetaler blijft. Nu betaalt Nederland meer aan de EU dan het terugkrijgt. ››
12 maart | PVV
| Verworpen: 41–109 | Europese Raad
De kamer,
verzoekt het kabinet in onderhandelingen over het Europees Meerjarig
Financieel Kader ervoor te zorgen dat Nederland niet langer nettobetaler
blijft maar netto-ontvanger wordt.
Sluiten De regering moet zich tijdens de Europese top inzetten voor EU-geld en beleid om de infrastructuur van de haven van Rotterdam te beschermen en te versterken. Door oplopende spanningen wereldwijd is dit nodig om de economie, energievoorziening en veiligheid van Nederland en Europa te waarborgen. ››
12 maart | 50PLUS
| Verworpen: 64–86 | Europese Raad
De kamer,
constaterende dat de haven van Rotterdam cruciaal is voor de economie,
energievoorziening en logistiek van zowel Nederland als Europa;
constaterende dat de Rotterdamse haven als onmisbare logistieke schakel
daarnaast van groot strategisch belang is voor de veiligheid van
Nederland en Europa;
overwegende dat vanwege de oplopende spanningen in de geopolitieke
wereld investeringen nodig zijn om de strategische infrastructuur van de
Rotterdamse haven te beschermen en versterken;
overwegende dat dit in het belang is van heel Europa;
verzoekt de regering zich tijdens de Europese top in te zetten voor
financiële en beleidsmatige ondersteuning vanuit de Europese Unie om
de strategische infrastructuur van de haven van Rotterdam te beschermen
en versterken.
Sluiten De regering moet zich in Europees verband uitspreken tegen een Europees prijsplafond op gas. Een prijsplafond kan de stabiliteit van de energiemarkt ondermijnen en leidt tot minder transparante leveringen. ››
12 maart | JA21
| Aangenomen: 117–33 | Europese Raad
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie het invoeren van een Europees
prijsplafond voor aardgas overweegt;
overwegende dat dit de stabiliteit van de Europese energiemarkten kan
ondermijnen en het risico vergroot dat het aanbod verschuift naar andere
markten of naar minder transparante bilaterale contracten;
verzoekt de regering zich in Europees verband uit te spreken tegen de
invoering van een Europees prijsplafond op gas.
Sluiten De regering moet zich in de onderhandelingen over de Industrial Accelerator Act uitspreken tegen protectionistische eisen en voor een gelijk speelveld, open markten en het voorkomen van nieuwe handelsbelemmeringen. Zo voorkomen we hogere kosten voor consumenten en bedrijven en mogelijke vergeldingsmaatregelen van handelspartners. ››
12 maart | JA21
| Aangenomen: 98–52 | Europese Raad
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie voorstellen heeft gedaan in het
kader van de Industrial Accelerator Act, onder meer met «made in
Europe»-eisen;
overwegende dat dergelijke eisen kunnen leiden tot hogere kosten voor
consumenten en bedrijven en mogelijke vergeldingsmaatregelen van
handelspartners;
verzoekt de regering zich in de onderhandelingen over de Industrial
Accelerator Act uit te spreken tegen protectionistische eisen en voor een
gelijk speelveld, open markten en het voorkomen van nieuwe
handelsbelemmeringen.
Sluiten De regering moet samen met de Baltische staten, Noordse landen en andere gelijkgestemde EU-lidstaten extra financiële middelen vrijmaken om Oekraïne te steunen tot een gezamenlijke Europese oplossing is gevonden. Want zonder actie ontstaat in mei een financieel gat voor Oekraïne door Hongarije's veto op de beloofde 90‑miljard‑euro‑lening. ››
12 maart | GL-PvdA, Volt
| Europese Raad
De kamer,
overwegende dat Hongarije vooralsnog een veto legt op de beloofde
Europese lening van 90 miljard voor Oekraïne;
constaterende dat als er niets gebeurt, er in mei een financieel gat
ontstaat voor Oekraïne;
verzoekt de regering om samen met de Baltische staten, noordse landen
en andere gelijkgestemde EU-lidstaten extra financiële middelen vrij te
maken om Oekraïne draaiende te houden tot er een gezamenlijke
Europese oplossing is gevonden als tijdens de aankomende Europese top
het veto niet wordt opgeheven.
Sluiten