De regering moet met België afspraken maken om het treinverkeer tussen Roosendaal en de Belgische grens te beschermen. De Belgische spoorwegen (NMBS) gaan in 2030 over op nieuwe techniek, maar de spoorlijn bij de grens werkt pas vanaf 2031 met het nieuwe Europese systeem (ERTMS). Dit brengt de doorstroming van treinen en goederenvervoer in gevaar.
Motie van het lid Van Leijen c.s. over met België overleggen over continuïteit op het traject Roosendaal-Belgische grens
De kamer,
constaterende dat NMBS bij de Europese Coördinator voor ERTMS een
risico heeft gemeld voor de continuïteit van het grensoverschrijdende
treinverkeer tussen België en Nederland, omdat NMBS vanaf 2030
uitsluitend met ETCS-uitgerust materieel rijdt, terwijl ERTMS op het traject
Roosendaal-Belgische grens pas in 2031 wordt verwacht;
constaterende dat goederenvervoerders die reeds zijn overgestapt op
ERTMS hiervan onevenredig nadeel ondervinden;
verzoekt de regering op korte termijn in overleg te treden met de
Belgische autoriteiten over maatregelen om de continuïteit op dit traject te
waarborgen, en de Kamer hierover uiterlijk in de 25ste voortgangsrapportage ERTMS te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat bereikbaarheid per spoor cruciaal is voor de economische concurrentiepositie van Nederland [1] en dat internationale treinverbindingen prioriteit moeten krijgen [1]. Daarnaast wordt infrastructuur gezien als essentieel voor de economie en nationale veiligheid [2]. Het waarborgen van de continuïteit van grensoverschrijdend treinverkeer draagt bij aan de visie dat iedereen in Nederland zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar moet kunnen verplaatsen [2].
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten te vinden die tegen het waarborgen van de continuïteit van internationaal treinverkeer pleiten.
Bronnen:
"Bereikbaarheid per spoor en door de lucht is cruciaal voor de economische concurrentiepositie van Nederland. Spoorlijnen zijn de levenslijn voor bereikbaarheid. We zetten vooral in op vernieuwing. Internationale trein- en busverbindingen krijgen prioriteit als alternatief voor korteafstandsvluchten."
"Nederland is groot geworden dankzij zijn sterke verbindingen over weg, water, spoor en lucht. Die infrastructuur is essentieel voor onze economie, woningbouw, energietransitie en nationale veiligheid. Maar de ruggengraat piept en kraakt: jarenlang beleid dat vooral gericht was op kostenbeheersing en stedelijke knooppunten heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden. Openbaar vervoer verdwijnt, voorzieningen sluiten en bereikbaarheid neemt af. BBB vindt dat dit anders moet: iedereen in Nederland, van Randstad tot Achterhoek en van Heuvelland tot de Wâlden, moet zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen."