De regering moet voorkomen dat de prijzen van treinkaartjes bij de NS verder stijgen. Treinreizen zijn erg belangrijk voor het dagelijks leven. Mensen hebben de trein nodig om naar werk, school of de dokter te gaan. Het openbaar vervoer moet daarom betaalbaar blijven.
Motie van het lid El Abassi over verdere prijsstijgingen bij de NS voorkomen
De kamer,
constaterende dat de betaalbaarheid van treinreizen jarenlang onder druk
staat en de prijs van treinkaartjes begin 2026 met 6,52% is gestegen;
overwegende dat openbaar vervoer, waaronder treinreizen, essentieel is
voor toegang tot werk, onderwijs, zorg en sociale contacten en betaalbaar
moet zijn;
verzoekt de regering zich in te spannen verdere prijsstijgingen bij de NS te
voorkomen.
Argumenten voor: De partij wil extra investeren in aantrekkelijk en goedkoop treinvervoer [2]. Er wordt specifiek een jaarlijkse investering van 120 miljoen euro genoemd om treinkaartjes goedkoper te maken [2]. Daarnaast is er aandacht voor het feit dat ritten in het openbaar vervoer steeds duurder worden en wil de partij inzetten op goedkopere kaartjes [1].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen het voorkomen van prijsstijgingen bij de NS te stemmen.
Bronnen:
"Er dreigt een kaalslag in het OV: buslijnen verdwijnen, ritten worden steeds duurder. We willen dorpen, buitenwijken en voorzieningen beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. We draaien de bezuiniging op het openbaar vervoer terug en stellen in navolging van de Bikker-gelden 300 miljoen euro per jaar beschikbaar voor versterking van het aanbod van busvervoer en goedkopere kaartjes. Er komt een landelijk netwerk van frequente snelle busverbindingen tussen middelgrote steden. We zetten ons in voor een structurele verbetering van het doelgroepenvervoer, inclusief het leerlingenvervoer."
"Er wordt extra geïnvesteerd in aantrekkelijk en goedkoop treinvervoer. We gaan door met de aanleg van de Nedersaksenlijn en stellen de benodigde 13 miljard beschikbaar voor de realisatie van de Lelylijn. Om de treinkaartjes goedkoper te maken en de jongerendagkaart terug te laten keren, investeren we jaarlijks 120 miljoen euro. We investeren in spoorverdubbelingen, extra, langere en bredere perrons, nieuwe keersporen en het verbeteren van de fundering van het spoor, zodat er meer en langere treinen kunnen gaan rijden. Op het spoorwegennet wordt - daar waar de ondergrond het toelaat - een maximumsnelheid van 160 km/u de norm. Er gaan meer internationale (slaap)treinen rijden. Jaarlijks trekken we hiervoor 500 miljoen euro uit."