De regering moet de uitrol van ERTMS, een nieuw digitaal spoorbeveiligingssysteem, versnellen naar 2040. De huidige aanpak duurt tot 2070 en is onnodig duur. Door nu te versnellen en extra geld in het Mobiliteitsfonds te storten, bespaart Nederland 800 miljoen euro. Zo wordt ook voldaan aan de Europese regels voor het spoor.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over de landelijke uitrol van ERTMS versnellen
De kamer,
constaterende dat de volledige landelijke uitrol van het digitale spoorbeveiligingssysteem ERTMS met de huidige aanpak pas tussen 2060 en 2070
gereed zal zijn;
constaterende dat een versnelde uitrol met afronding rond 2040 mogelijk
is en de totale programmakosten met circa 800 miljoen euro verlaagt ten
opzichte van de huidige trage aanpak;
overwegende dat veel deelsystemen van het huidige ATB-systeem tussen
2030 en 2040 het einde van hun levensduur bereiken;
overwegende dat het huidige trage tempo onvermijdelijk leidt tot
ondoelmatige «oud voor oud»-vervangingen en desinvesteringen om
oude installaties in de lucht te houden;
overwegende dat Nederland door verdere vertraging ook niet zal kunnen
voldoen aan de Europese TEN-T-verplichtingen voor 2030, 2040 en 2050;
verzoekt de regering te kiezen voor de versnellingsaanpak voor de
landelijke uitrol van ERTMS met als einddoel 2040, en hiervoor de
benodigde extra kasruimte (circa 5 miljard euro) voor de periode tot 2040
tijdig in te passen in het Mobiliteitsfonds.
Argumenten voor: De partij wil meer geld investeren in het openbaar vervoer [1] en stelt dat vervoer toegankelijk en betaalbaar moet zijn, wat adequate investeringen vereist [4]. Daarnaast is er aandacht voor een veilige infrastructuur en investeringen in digitale veiligheid [2]. Om investeringen in publieke diensten die de brede welvaart vergroten mogelijk te maken, is de partij bereid binnen de Europese begrotingsregels de staatsschuld te laten oplopen [3].
Argumenten tegen: De partij wil niet dat rekeningen op een onverantwoorde manier worden doorgeschoven naar toekomstige generaties [3].
Bronnen:
"DENK wil een sterke verzorgingsstaat met dienstverlening van de hoogste kwaliteit voor alle Nederlanders. Wij zetten in op een overheid die de maatschappelijke ongelijkheid de komende periode fors verkleint. Wij staan daarom voor meer geld voor het onderwijs, voor betaalbare woningen, voor het openbaar vervoer, voor de zorg en voor andere publieke voorzieningen. We versterken de bestaanszekerheid door het invoeren van belastingverlagingen voor mensen met lage- en middeninkomens en investeren in toereikende tegemoetkomingen. Wij maken geld vrij voor de bestrijding van armoede. Door het afschaffen van het eigen risico, het verlagen van de zorgpremie, het betaalbaar houden van huren en het verlagen van de BTW zorgen we ervoor dat het leven van mensen weer betaalbaar wordt."
"Veilige infrastructuur. Er moet meer geïnvesteerd worden in digitale veiligheid. We moeten ook inzetten op onafhankelijkheid van onze systemen van andere landen en grote bedrijven."
"Wij willen onze maatregelen op een goede manier financieren. Dat betekent dat wij niet toestaan dat rekeningen op een onverantwoorde manier doorgeschoven worden naar komende generaties. Tegelijkertijd is het van belang dat we het land niet besturen als kille boekhouders. Binnen de bestaande Europese begrotingsregels is het dan ook bespreekbaar voor ons om de staatsschuld te laten oplopen, om investeringen in onze samenleving mogelijk te maken. Nu er op defensiegebied uitzonderingen op de begrotingsregels gemaakt worden, willen wij deze uitzonderingen ook voor investeringen in bijvoorbeeld publieke diensten die de brede welvaart van de samenleving vergroten en in het klimaatbeleid."
"DENK wil dat vervoer voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. Dat vraagt om toereikende investeringen en om regels die mensen meer bewegingsvrijheid bieden. Wij willen:"