De regering moet laten zien hoe de 448 miljoen euro voor het openbaar vervoer in 2026 en 2027 wordt verdeeld. Nu is het namelijk niet duidelijk of dit geld de treinreizen ook echt goedkoper maakt voor reizigers.
Motie van het lid El Abassi over het effect van de verdeling van de gereserveerde middelen op de betaalbaarheid voor treinreizigers inzichtelijk maken
De kamer,
constaterende dat onduidelijk is hoe het bedrag van 448 miljoen,
gereserveerd voor de betaalbaarheid van het openbaar vervoer in 2026 en
2027 precies wordt verdeeld en in hoeverre deze middelen daadwerkelijk
en effectief ten goede komen aan reizigers;
overwegende dat effectieve parlementaire controle vraagt om inzicht in de
besteding van publieke middelen en de effecten daarvan voor reizigers;
verzoekt de regering om de Kamer inzichtelijk te maken hoe de gereserveerde middelen worden verdeeld en welk effect dit heeft op de betaalbaarheid in het openbaar vervoer voor de treinreizigers.
Argumenten voor: De partij vindt dat de informatievoorziening verbeterd moet worden om de rol van de volksvertegenwoordiging in het publieke debat te versterken en de Kamer in staat te stellen sturing te geven [1]. Daarnaast pleit de partij voor betere handvatten voor de Eerste en Tweede Kamer om toezicht te kunnen houden [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die zich verzetten tegen transparantie over de besteding van publieke middelen of tegen de behoefte aan parlementaire controle.
Bronnen:
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."