Gebruik van staalslakken in infrastructuur

De regering moet onderzoeken hoe staalslakken veilig gebruikt kunnen worden in de Nederlandse infrastructuur. Dit restproduct kan namelijk dienen als bouwstof. Dit versterkt de circulaire economie en vermindert de afhankelijkheid van grondstoffen zoals zand en grind.

Motie van het lid Van Groningen c.s. over onderzoek naar veilige en circulaire toepassing van staalslakken

De kamer, constaterende dat staalslakken een belangrijke secundaire bouwstof kunnen zijn voor de Nederlandse infrastructuur en daarmee bijdragen aan onze circulaire economie en het verminderen van de afhankelijkheid van primaire grondstoffen zoals zand en grind; overwegende dat in andere Europese landen ervaring is opgedaan met de toepassing van staalslakken en dat deze ervaringen waardevolle inzichten kunnen bieden voor de Nederlandse praktijk; overwegende dat er gewerkt wordt aan een innovatieagenda met de industrie om staalslakken veilig en hoogwaardig toe te passen; verzoekt de regering samen met de betrokken partijen mogelijkheden voor de veilige en circulaire toepassing van staalslakken in de Nederlandse infrastructuur te onderzoeken, daarbij nadrukkelijk de ervaringen uit andere landen te betrekken, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren.
17 juni | VVD, D66, JA21 | Aangenomen: 120–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de circulaire economie stimuleren [2] en zet zich in voor duurzaam bouwen waarbij de voorkeur wordt gegeven aan het gebruik van circulaire materialen [3]. Daarnaast steunt de partij investeringen in innovatie door een beter samenspel tussen wetenschap en het bedrijfsleven [4] en vindt zij het belangrijk te investeren in de infrastructuur [5].

Argumenten tegen: De partij stelt expliciet dat het gebruik van staalslakken in de openbare ruimte verboden moet worden vanwege de schade aan de gezondheid en het milieu [1].

Bronnen:

  1. "Vanwege gezondheids- en milieuschade wordt het gebruik van staalslakken in de openbare ruimte verboden."
  2. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
  3. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."
  4. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  5. "Een florerende samenleving en competitieve economie kan niet zonder veilige, moderne en duurzame infrastructuur en mobiliteit. De ChristenUnie investeert fors in openbaar vervoer, het onderhoud van infrastructuur en verkeersveiligheid. De fiets en fietsveiligheid zijn daarbij ook van groot belang."