De regering moet onderzoeken hoe staalslakken veilig gebruikt kunnen worden in de Nederlandse infrastructuur. Dit restproduct kan namelijk dienen als bouwstof. Dit versterkt de circulaire economie en vermindert de afhankelijkheid van grondstoffen zoals zand en grind.
Motie van het lid Van Groningen c.s. over onderzoek naar veilige en circulaire toepassing van staalslakken
De kamer,
constaterende dat staalslakken een belangrijke secundaire bouwstof
kunnen zijn voor de Nederlandse infrastructuur en daarmee bijdragen aan
onze circulaire economie en het verminderen van de afhankelijkheid van
primaire grondstoffen zoals zand en grind;
overwegende dat in andere Europese landen ervaring is opgedaan met de
toepassing van staalslakken en dat deze ervaringen waardevolle inzichten
kunnen bieden voor de Nederlandse praktijk;
overwegende dat er gewerkt wordt aan een innovatieagenda met de
industrie om staalslakken veilig en hoogwaardig toe te passen;
verzoekt de regering samen met de betrokken partijen mogelijkheden
voor de veilige en circulaire toepassing van staalslakken in de Nederlandse infrastructuur te onderzoeken, daarbij nadrukkelijk de ervaringen
uit andere landen te betrekken, en de Kamer hierover voor het einde van
2026 te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een volledig circulaire economie waarbij het gebruik van nieuwe grondstoffen drastisch moet worden verminderd [1]. Het hergebruiken van materialen in plaats van ze te verspillen wordt gezien als gunstig voor het milieu, de economie en de portemonnee [2]. Specifiek voor de bouw wil de partij voorop lopen met het gebruik van circulaire bouwmaterialen [4] en wil zij dat de overheid het goede voorbeeld geeft bij aanbestedingen om dergelijke innovaties te stimuleren [1]. Daarnaast wil de partij investeren in innovatie om maatschappelijke missies zoals een circulaire economie te realiseren [5] en technologieën inzetten om maatschappelijke uitdagingen op te lossen [6]. Het hergebruik van materialen draagt bovendien bij aan het behouden van grondstoffen binnen de economie [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"In 2050 is Nederland volledig circulair. In 2030 is het gebruik van nieuwe grondstoffen al gehalveerd. Overheden geven het goede voorbeeld: in 2035 is minstens de helft van hun aanbestedingen circulair en in 2045 alles. We maken per sector circulaire doelen, zoals voor de bouw, textiel, plastics en metalen. Daarmee stimuleren we innovatie, zorgen we dat iedereen bijdraagt en dat sectoren gericht kunnen verduurzamen."
"Grondstoffen raken op en afvalverwerking kost energie en ruimte. D66 zorgt dat producten en materialen steeds opnieuw gebruikt worden, in plaats van verspild. Dat is goed voor milieu, onze portemonnee én onze economie."
"Kritieke grondstoffen zijn essentieel voor onze economie. In de praktijk zijn we afhankelijk van internationale productieketens. Europees zetten we in op het verbieden van wegwerpartikelen met kritieke materialen, zoals vapes of thermometers. Nationaal investeren we in recyclingcapaciteit om deze grondstoffen in de Nederlandse en Europese economie te houden."
"D66 wil dat Nederland vooroploopt in de schone maakindustrie: van circulaire bouwmaterialen en groene chemie tot biobased plastics en groene waterstof. Dit zijn sectoren waar innovatie, infrastructuur en afzetmarkt samenkomen."
"We investeren in innovatie die écht het verschil maakt voor de samenleving en op de lange termijn loont. Daarom richten we ons op een aantal duidelijke maatschappelijke missies, zoals voor een circulaire economie, digitale weerbaarheid en fysieke veiligheid."
"Nederland loopt internationaal voorop in sleuteltechnologieën. D66 wil die voorsprong benutten om onze maatschappelijke uitdagingen te helpen oplossen. We stimuleren deze belangrijke technologieën met subsidies en inkoop van de overheid. Samen met bedrijven en onderzoekers maken we ambitieuze plannen voor de lange termijn."