De regering moet onderzoeken of de huidige wetten genoeg zijn om bedrijven aan te pakken die steeds milieuregels overtreden. Ook moet de regering kijken welke extra maatregelen nodig zijn. Dit is nodig omdat pfas (schadelijke stoffen) een grote impact hebben op mensen en de natuur.
Motie van de leden Van Groningen en Vellinga-Beemsterboer over in kaart brengen of het huidige wettelijk instrumentarium voldoende mogelijkheden biedt tot effectief ingrijpen bij structurele milieuovertredingen
De kamer,
constaterende dat pfas-verontreiniging grote impact heeft op mens,
milieu en leefomgeving;
overwegende dat het belangrijk is dat wet- en regelgeving de overheid in
staat stelt om adequaat en effectief op te treden tegen bedrijven die
stelselmatig of bewust milieuregels overtreden;
verzoekt de regering in kaart te brengen of het huidige wettelijke
instrumentarium voldoende mogelijkheden biedt om effectief in te grijpen
bij bedrijven die structureel ernstige milieuovertredingen begaan,
waaronder overtredingen met pfas-gerelateerde risico’s, en daarbij tevens
te bezien welke gerichte maatregelen nodig zijn, en de Kamer hierover te
informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een schone bodem en wil het gebruik van gevaarlijke stoffen terugdringen [3]. Daarnaast is er een duidelijke wens om vervuiling en emissies te verminderen [4]. Het in kaart brengen van de mogelijkheden om effectief in te grijpen bij bedrijven die de regels structureel overtreden, draagt bij aan het doel van een schone bodem en het terugdringen van gevaarlijke stoffen [3].
Argumenten tegen: De partij zet zich in voor minder regelzucht en wil voorkomen dat de Tweede Kamer regels op regel stapelt [1]. Er is een voorkeur voor doelsturing in plaats van middelvoorschriften [4] en de partij wil dat wetgeving efficiënter, simpeler en goedkoper wordt [1]. Bovendien geeft de partij aan tegen moties te stemmen die geen overduidelijke meerwaarde hebben [2].
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
"Een schone bodem: We zorgen voor een schone bodem door het gebruik van gevaarlijke stoffen terug te dringen. Door een Europese aanpak houden we een gelijk speelveld."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."