Verbod op bestrijdingsmiddelen met PFAS

De regering moet samen met de EU een verbod regelen op bestrijdingsmiddelen met PFAS (schadelijke chemische stoffen). De stof TFA komt via deze middelen nu nog steeds in ons water en lichaam terecht. Dit is gevaarlijk voor ongeboren kinderen en de vruchtbaarheid. Door deze bron aan te pakken, blijft ook het drinkwater betaalbaar.

Motie van de leden Kostić en Zalinyan over zich met medestanders in de EU inzetten voor een verbod op pfas-houdende bestrijdingsmiddelen

De kamer, constaterende dat het kabinet zich inzet voor een pfas-verbod in de EU, maar dat pfas, specifiek TFA, via het gebruik van bestrijdingsmiddelen, uitgezonderd is van het verbod en alsnog in grote hoeveelheden in ons water en daardoor in ons lichaam komt; constaterende dat uit het CLM-rapport volgt dat TFA-vormende bestrijdingsmiddelen een van de grootste pfas-bronnen naar de leefomgeving zijn; constaterende dat recent wetenschappelijk is vastgesteld dat TFA ongeboren kinderen kan schaden en ervan verdacht wordt de vruchtbaarheid te schaden; constaterende dat tijdige bronaanpak bijdraagt aan het betaalbaar houden van water; verzoekt de regering om zich met medestanders in de EU in te zetten voor een verbod op pfas-houdende bestrijdingsmiddelen en ondertussen de Kamer zo snel mogelijk dit jaar in te lichten of er eerder nationale maatregelen kunnen worden genomen, gezien de nieuwste conclusies van het ECHA over het gevaar van TFA voor het ongeboren kind.
17 juni | PvdD | Aangenomen: 79–70 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij beschouwt PFAS-vervuiling als een ongekend probleem met enorme gezondheidsrisico's en wil dit probleem bij de bron aanpakken door te zorgen voor een Europees verbod op PFAS [1]. Daarnaast zet de partij in op een forse reductie van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en wil zij dat de toelating van dergelijke middelen in lijn wordt gebracht met de volksgezondheid en de kwaliteit van het water [2]. Tevens vindt de partij dat de overheid zelf normen moet stellen en handhaven voor schadelijke stoffen zoals PFAS om de sociale grondrechten op het gebied van milieu en volksgezondheid te garanderen [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen een verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen of tegen versnelde nationale maatregelen te stemmen.

Bronnen:

  1. "PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
  2. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  3. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."