De regering moet de Kamer een kosten-batenanalyse sturen over maatregelen tegen PFAS (schadelijke chemische stoffen). Deze maatregelen hebben namelijk grote gevolgen voor de gezondheid en het milieu. Ook de kosten voor bedrijven en de impact op belangrijke zaken zoals drinkwater en de industrie moeten goed worden onderzocht.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over bij verdere uitwerking van pfas-maatregelen een kosten-batenanalyse aan de Kamer sturen
De kamer,
constaterende dat het kabinet inzet op een Europese pfas-restrictie en
daarnaast onderzoekt of en hoe een gedeeltelijk pfas-lozingsverbod
mogelijk is;
overwegende dat pfas een brede groep chemische stoffen betreft met
uiteenlopende eigenschappen, toepassingen, blootstellingsroutes en
risicoprofielen;
overwegende dat maatregelen tegen pfas niet alleen moeten worden
beoordeeld op milieuwinst en gezondheidswinst, maar ook op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, maatschappelijke kosten en gevolgen voor
essentiële functies zoals drinkwaterwinning, bodemsanering, afvalverwerking, waterbeheer, infrastructuur, medische toepassingen en industriële processen;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van pfas-maatregelen,
waaronder de Nederlandse inzet voor de Europese pfas-restrictie en het
onderzoek naar een gedeeltelijk pfas-lozingsverbod, de Kamer een
kosten-batenanalyse te sturen waarin ten minste wordt ingegaan op:
– de verwachte milieuwinst en gezondheidswinst;
– de uitvoerings- en handhavingskosten voor de overheid en het
bedrijfsleven;
– de gevolgen voor essentiële maatschappelijke functies;
– de beschikbaarheid, veiligheid en kosten van alternatieven;
– de juridische houdbaarheid en proportionaliteit van de gekozen
maatregelen.
Argumenten voor: De partij wil PFAS bij de bron aanpakken en streeft naar een Europees verbod [1]. Zij vinden dat de overheid de volksgezondheid en het milieu moet garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven [5]. Daarnaast wil de partij dat de werkelijke kosten van producten worden meegerekend [4] en dat vervuilers verantwoordelijk worden gehouden voor de kosten van de vervuiling [2]. De motie vraagt specifiek om inzicht in de milieu- en gezondheidswinst, de beschikbaarheid van alternatieven en de kosten van maatregelen, wat aansluit bij deze standpunten [1][4][2].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een doortastend beleid [3] en wil PFAS-problematiek direct aanpakken via een Europees verbod [1]. Het verzoek om een uitgebreide kosten-batenanalyse zou de verdere uitwerking van deze noodzakelijke maatregelen kunnen vertragen.
Bronnen:
"PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."