De regering moet bewijzen waarom de eDNA-methode (onderzoek met DNA-sporen) geschikt is in de Omgevingsregeling. Provincies en de Zoogdiervereniging maken zich zorgen omdat de methode nog niet goed werkt. Dit zorgt voor juridische problemen en schaadt afspraken over natuur en het isoleren van woningen.
Motie van het lid Kostić over een onderbouwing van de keuze voor eDNA als methode in de Omgevingsregeling
De kamer,
constaterende dat het mogelijk moet zijn goed geïsoleerde woningen te
realiseren met respect en bescherming voor wilde dieren en dat hiervoor
met provincies al een pad is uitgezet;
constaterende dat de Minister van VRO echter opeens in de Omgevingsregeling de eDNA-methode als een erkende maatregel aanwijst;
overwegende dat provincies als bevoegd gezag zich met hun juristen
verzetten tegen dit besluit, omdat ze constateren dat eDNA nog onvoldoende uitgewerkt is, dat het besluit van de Minister de al ingezette
oplossingen en afspraken over natuur inclusief isoleren schaadt, en dat er
grote juridische bezwaren zijn,
overwegende dat ook RVO en de Zoogdiervereniging vergelijkbare
bezwaren hebben geuit;
overwegende dat provincies en de Zoogdiervereniging constructief
hebben aangegeven hoe het beter kan en dat eDNA als aanvullend
instrument zou kunnen werken, maar dat als het niet zorgvuldig wordt
uitgewerkt en ingepast, onder andere bedrijven straks alsnog in grote
problemen komen;
overwegende dat de Minister in het commissiedebat heeft aangegeven
dat ze geen problemen ziet met haar besluit over eDNA, maar dit nog niet
onderbouwd heeft;
overwegende dat de Minister heeft toegezegd in gesprek te gaan met de
provincies hierover;
overwegende dat het belangrijk is dat de Kamer goed wordt geïnformeerd
(artikel 68 Grondwet), om haar controlerende en kaderstellende taak te
kunnen uitvoeren;
kst-32847-1327
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 1327
1
verzoekt de regering om voor het zomerreces aan de Kamer:
• een zorgvuldige juridische en wetenschappelijke onderbouwing te
sturen van haar keuze om eDNA als een geschikte methode aan te
wijzen in de Omgevingsregeling, waarin ze in ieder geval ingaat op de
zorgen en argumenten van de provincies en de Zoogdiervereniging;
• terug te koppelen wat met de provincies en de Zoogdiervereniging is
besproken en wat de conclusies zijn.