De regering moet zich in de EU inzetten voor een hogere vangstlimiet voor vissen. De Europese Unie hanteert nu veel strengere limieten dan kuststaten zoals Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie. Deze strenge regels brengen het voortbestaan van de Nederlandse visserij en onze onafhankelijke voedselvoorziening direct in gevaar.
Motie van de leden Russcher en Van Duijvenvoorde om zich er hard voor maken dat de EU daadwerkelijk overgaat tot het loslaten van het meest conservatieve ICES-scenario
De kamer,
constaterende dat de Europese Unie bij de vaststelling van de totale
toegestane vangst (TAC) binnen de door ICES geschetste bandbreedte
heeft gekozen voor het meest conservatieve scenario, dat leidt tot een
extreme krimp van 70% en een maximale TAC van slechts 174.357 ton;
constaterende dat andere kuststaten, te weten Noorwegen, het Verenigd
Koninkrijk, IJsland en de Faeröer-eilanden, een veel pragmatischer
ICES-scenario hanteren met een aanzienlijk hogere TAC van 299.010 ton,
wat gelijk staat aan een krimp van slechts 48%;
overwegende dat deze eenzijdige Europese krimp leidt tot een volstrekt
ongelijk speelveld, waarbij de Nederlandse pelagische visserij wordt
geconfronteerd met een desastreuze quotumkorting van circa 69%, wat
onze vloot en onafhankelijke voedselvoorziening in gevaar brengt;
verzoekt de regering om zich er in Europees verband hard voor te maken
dat de EU daadwerkelijk overgaat tot het loslaten van het meest conservatieve scenario, en, ter bescherming van een gelijk speelveld voor onze
vissers, de TAC bijstelt naar het minder negatieve ICES-scenario van
299.010 ton dat ook door de andere kuststaten wordt gehanteerd.