De regering moet de regio Emmen in de Nota Ruimte (het landelijke plan voor de inrichting van Nederland) opnemen onder de strategie «initiëren». Door de komst van de Nedersaksenlijn, betere wegen en nieuwe onderzoeksactiviteiten van de Rijksuniversiteit Groningen heeft de regio een groot potentieel voor groei en innovatie.
Motie van het lid Nobel over de regio Emmen onder de strategie "initiëren" laten vallen
De kamer,
constaterende dat de regio Emmen in het ontwerp van de Nota Ruimte
valt onder de strategie «versterken»;
overwegende dat de betere bereikbaarheid dankzij de komst van de
Nedersaksenlijn, de wegcorridor A28-A37-E233, en de ligging tussen
kennispoorten Zwolle, Twente en Groningen de ontwikkelpotentie van de
regio Emmen aangeven;
overwegende dat het kennis- en innovatienetwerk van de regio Emmen
wordt versterkt door de beschikking over een groot industriepark en de
voorgenomen vestiging van onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de
Rijksuniversiteit Groningen bij Greenwise Campus;
verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de regio Emmen onder
de strategie «initiëren» te laten vallen.
Waarom voor? De partij stelt dat 'alle regio's in Nederland ertoe' doen en dat investeringen en beleid op alle regio's moeten worden gericht [1]. De regio Emmen profileert zich met innovatie en onderwijs, wat nauw aansluit bij de ambities van de partij om te investeren in zowel stedelijke als dunbevolkte regio's [4] en ruimte te bieden aan economische groei [2].
Waarom tegen? Er is geen directe aanleiding in het verkiezingsprogramma om deze specifieke aanwijzing tegen te werken. Wel benadrukt de partij een gebiedsgerichte aanpak voor specifieke probleemgebieden [3], maar de motie voor Emmen richt zich juist op het benutten van ontwikkelingspotentieel in plaats van het adresseren van problemen.
Bronnen:
"Alle regio's in Nederland doen ertoe: Nederland bestaat uit uiteenlopende regio's, met eigen krachten en uitdagingen. Die krachten benutten we. Investeringen en beleid van de overheid richten we op alle regio's en niet alleen op dichtbevolkte regio's. Bij de totstandkoming van nieuw beleid toetsen we wat de effecten daarvan op de regio zijn. Werken voor de Rijksoverheid betekent bovendien niet automatisch werken in Den Haag, maar moet net zo goed in bijvoorbeeld Goes of Doetinchem kunnen. Dit kan door het maken van afspraken over werken op satellietlocaties of vanuit huis." (0.671)
"Letterlijk ruimte voor ondernemers: Nederland is een dichtbevolkt land. We moeten er daarom actief voor zorgen dat er ruimte blijft voor bedrijven. De fysieke ruimte voor ondernemers mag niet afnemen, maar moet zelfs toenemen. Dat betekent dat als er ergens een bedrijventerrein verdwijnt, er op een andere plek nieuwe geschikte ruimte voor bedrijven moet terugkomen." (0.663)
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer." (0.660)
"Dit is het moment om vol te kiezen voor groei. Het alternatief is een keuze voor verval. Voor afbraak. Voor een lege portemonnee. Nederland kan zich geen krimpende economie veroorloven. Alleen met een sterke economie kunnen we opboksen tegen Poetin, Trump en Xi Jinping. Wij willen dat de 'taart' groter wordt. Dat betekent dat onze groene ambities niet kunnen leiden tot vertrekkende bedrijven en daarmee grijs elders. We moeten zorgen dat ondernemers minder tijd kwijt zijn met rapportageverplichtingen over hun werknemers en re-integratie. Dat we meer opleiden tot werknemers waar vraag naar is, zoals werktuigbouwkundigen, loodgieters en leraren. Dat een aannemer van A naar B kan rijden zonder eindeloos in de file te staan. Dat ondernemers in levendige winkelstraten kunnen ondernemen, in de stad én in dunbevolkte regio's. Dat onze bedrijven internationale gasten kunnen ontvangen omdat Schiphol een betaalbaar en relevant knooppunt blijft. En dat boeren zich minder zorgen maken over de toekomst." (0.655)