De regering moet bij Defensieprojecten voorrang geven aan lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijven (mkb). Dit geldt voor de aanbestedingen, de bouw, het onderhoud en de leveringen. Lokaal draagvlak is essentieel voor het slagen en het gebruik van deze projecten.
Motie van het lid Boon over bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang geven aan het lokale mkb
De kamer,
overwegende dat lokaal draagvlak essentieel is voor de realisatie en het
gebruik van Defensieprojecten;
verzoekt de regering om bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang
te geven aan het lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijf bij aanbestedingen, bouw en het daaropvolgende onderhoud en de leveringen.
Argumenten voor: De partij stelt dat in het defensiebeleid het 'Nederlandse belang voorop' staat [2]. Door bij Defensieprojecten voorrang te geven aan het lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijf, wordt dit Nederlandse belang direct gestimuleerd en ondersteund.
Argumenten tegen: Er is geen directe passage in het verkiezingsprogramma die het beperken van buitenlandse aanbestedingen bij Defensie afwijst; het programma focust integendeel op het koesteren van Nederlandse bedrijven [1]. Er zijn vanuit de verstrekte tekst geen duidelijke argumenten om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"Van net zo groot belang zijn onze binnenvaart en havens - maar ook havenbedrijven gaan gebukt onder verregaande klimaatmaatregelen en de onbetaalbare energielasten. We moeten bedrijven koesteren in plaats van wegpesten. Geen gedwongen elektrificatie in de scheepvaart. Havens en andere kritieke infrastructuur moeten altijd met een meerderheidsaandeel in Nederlandse (publieke) handen blijven."
"In ons defensiebeleid staat het Nederlandse belang voorop. De basistaak van onze Krijgsmacht is de bescherming van ons eigen grondgebied. Wij willen dus geen buitenlandse militaire missies, maar militaire inzet aan onze eigen grenzen: grensbewaking."