Voorrang voor lokale mkb-bedrijven bij Defensie

De regering moet bij Defensieprojecten voorrang geven aan lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijven (mkb). Dit geldt voor de aanbestedingen, de bouw, het onderhoud en de leveringen. Lokaal draagvlak is essentieel voor het slagen en het gebruik van deze projecten.

Motie van het lid Boon over bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang geven aan het lokale mkb

De kamer, overwegende dat lokaal draagvlak essentieel is voor de realisatie en het gebruik van Defensieprojecten; verzoekt de regering om bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang te geven aan het lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijf bij aanbestedingen, bouw en het daaropvolgende onderhoud en de leveringen.
13 april | PVV | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat grote investeringen in veiligheid de eigen economie moeten versterken en dat zij bij militaire aankopen 'waar mogelijk voorkeur aan Nederlandse ondernemers' geeft, waarbij expliciet wordt genoemd dat 'het mkb een belangrijke rol' speelt [2]. Daarnaast wil de partij dat de overheid in aanbestedingsbeleid 'vaker het Nederlandse bedrijfsleven voortrekt' en als 'launching customer' optreedt om de economie op lange termijn te versterken [3].

Argumenten tegen: De partij stelt als algemeen uitgangspunt voor overheidsaanbestedingen dat zij 'in essentie moet streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs' omdat het belastinggeld betreft [3]. Bovendien streeft de partij in Europees verband soms naar het 'openbreken' van gesloten defensiemarkten om de defensie-industrie door 'grotere orders te kunnen laten opschalen' [1].

Bronnen:

  1. "Koesteren Nederlandse defensie-industrie: Voor onze defensie-industrie zetten we in op behoud van zelfstandigheid in zaken waar we traditioneel sterk in zijn, zoals het marinebouwcluster en radars. Daarnaast versterken we gericht een aantal innovatieve niches, zoals quantumtechnologie en drones. Hierin proberen we ook de gesloten nationale defensiemarkten in Europa open te breken zodat ondernemers over de grens kansen krijgen de beste producten aan te bieden. Om de industrie via grotere orders te kunnen laten opschalen en interoperabiliteit te vergroten willen we inzetten op gezamenlijke orders voor materieel. Daarnaast zetten we in op licentieproductie van hightech Amerikaanse wapens waar we niet zonder kunnen, maar waarbij we nu te afhankelijk zijn van een enkele productielocatie in de VS."
  2. "Nederland als aanjager van defensie-innovatie: Nederland heeft alles in huis om een technologische koploper te zijn. Veel technologieën die we dagelijks gebruiken, zoals het internet (ARPANET) en GPS, vinden hun oorsprong in militair onderzoek. De VVD wil dat grote investeringen in onze veiligheid ook onze eigen innovatiekracht en economie versterken. Daarom geven we bij militaire aankopen waar mogelijk voorkeur aan Nederlandse ondernemers op de terreinen waar onze industrie goed in is. Hier speelt het mkb een belangrijke rol. We werken op andere terreinen nauw samen met onze bondgenoten in de NAVO en de EU. Op Europees niveau pleiten we voor een Defensie-Innovatieautoriteit (EDIA) naar het model van het Amerikaanse DARPA. Deze organisatie moet toptalent uit de wetenschap en industrie aantrekken en hen de vrijheid en middelen geven om autonoom te investeren in potentieel baanbrekende projecten."
  3. "Slim aanbesteden van de overheid: De overheid moet in haar aanbestedingen in essentie streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs. Het gaat immers om belastinggeld. We willen echter dat de overheid voortaan in haar aanbestedingsbeleid vaker het Nederlandse bedrijfsleven voortrekt en belangrijke transities een zetje geeft, zoals de overgang naar een circulaire economie. De overheid treedt dan op als launching customer. Dit resulteert op de langere termijn in een sterkere economie, waar alle Nederlanders profijt van hebben."