Hereniging kinderen toeslagenouders

De regering moet voor de zomer een plan maken voor het herenigen van 3.500 kinderen met hun uit huis geplaatste toeslagenouders. Deze kinderen zijn na de toeslagenaffaire onterecht uit huis gehaald. Het is tijd dat deze gezinnen weer worden herenigd.

Motie van de leden Ergin en Jimmy Dijk over een tijdpad om 3.500 kinderen op een verantwoorde manier te herenigen met hun gezin

De kamer, constaterende dat meer dan 3.500 kinderen van gedupeerde toeslagenouders uit huis zijn geplaatst; verzoekt de regering om voor het zomerreces met een tijdpad te komen waarbinnen 3.500 kinderen op een verantwoorde manier herenigd kunnen worden met hun gezin.
16 april | DENK, SP | Verworpen: 69–81 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat uithuisplaatsing een uiterst ingrijpende gebeurtenis is die de bloedband verbreekt en dat er 'zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien' [2]. Daarnaast benadrukt de partij dat gezinnen centraal moeten staan en herenigd moeten worden [3][4]. Het verzoek van de motie sluit aan bij de wens van de partij om daadkracht te tonen bij het hersteltraject voor gedupeerde ouders [1].

Argumenten tegen: Hoewel er geen directe argumenten tegen de strekking van de motie (hereniging) worden genoemd, stelt de partij als algemeen principe dat voor uithuisplaatsing geldt dat veiligheid van het kind leidend is: 'Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat' [2]. Een blind streven naar een specifiek aantal herenigingen zonder expliciete borging van de veiligheid zou op gespannen voet kunnen staan met dit principe.

Bronnen:

  1. "Gedupeerde ouders van het kinderopvangtoeslagschandaal snakken naar een einde van hun hersteltraject, dat al vele jaren voortduurt. De ChristenUnie wil daadkrachtige uitvoering van een uniform schadekader, snellere schikkingen op basis van onafhankelijke schade-expertise en harmonisering van de brede ondersteuning voor ouders bij de gemeenten."
  2. "Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."
  3. "Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
  4. "Een goed leven is een leven in verbondenheid en dat begint in het gezin. Gezinnen horen bij elkaar en moeten herenigd worden, wanneer duidelijk is dat een status wordt verleend of als arbeidsmigranten zich hier langjarig vestigen. Uitgangspunt is het kerngezin, met voldoende oog voor schrijnende gevallen, zoals pleegkinderen of meerderjarige kinderen met een zorgvraag. Gezinshereniging komt niet zonder plichten. De herenigde gezinsleden moeten zich inpassen in de Nederlandse samenleving en Nederland mag hier eisen aan stellen. Dit geldt voor zowel vluchtelingen en arbeidsmigranten als expats."